TV NL EN

Willekeur van coronaregels ondermijnt het vertrouwen

De noodverordening leidt tot grote frustratie onder Nederlanders en tornt aan onze grondrechten. Kom met een eenduidige wet en seponeer alle coronabekeuringen, schrijven Zahra Boufadiss en Ianthe Mosselman. Anders gaat het vertrouwen van de burgers in de staat verloren.

Geschreven door
Ianthe Mosselman
En
Zahra Boufadiss

Tijdens de antiracisme demonstratie afgelopen maandag kwamen 5000 mensen opdagen, terwijl politiecapaciteit voor maximaal 1000 mensen beschikbaar was. Ondanks dat de anderhalve meter-regel niet overal in acht werd genomen, besloot de burgemeester om niet te handhaven.

Op het strand van Scheveningen lagen mensen hutje-mutje, maar het was volgens de voorzitter van de Nederlandse Boa Bond te druk om in te grijpen. Het lijkt erop dat er minder streng gehandhaafd wordt, wanneer veel mensen op een plek samenkomen. Maar de afgelopen tijd werd er wel hard ingegrepen en zijn er vele strafbeschikkingen uitgedeeld. De corona-aanpak kenmerkt zich ook na de versoepelingen van 1 juni door onduidelijkheid en willekeur.

Een democratische rechtsstaat functioneert alleen wanneer de bevolking voldoende vertrouwen heeft in de overheid. Inmiddels is gebleken dat het normenstelsel dat in alle haast is opgetuigd na het uitbreken van de corona-pandemie te wensen overlaat. De regels zijn op sommige punten onbegrijpelijk en soms zelfs innerlijk tegenstrijdig. Deze onduidelijke regelgeving en haar disproportionele gevolgen schaden het vertrouwen van burgers in de overheid. Zorg voor elkaar, werd ons verteld, maar de overheid zelf is in haar zorgplicht tekortgeschoten. Dit moet en kan beter en de nieuwe noodwet die in de maak is, biedt daarvoor de mogelijkheid.

Een aantal voorbeelden van de verwarring: Voor 1 juni was groepsvorming wel toegestaan, zolang men maar 1,5 meter afstand hield. Dit gold niet voor georganiseerde afspraken, zogenaamde samenkomsten. Handhavers werden daarom voor de onmogelijke taak gezet om in een zeer korte tijd vast te stellen wat de intentie van een groepje mensen was. En waar volgens Rutte een groep van vier of vijf personen in het park nooit verboden is geweest, zijn daar wel strafbeschikkingen voor uitgedeeld en stond op de website van de politie dat groepen groter dan drie altijd strafbaar waren. De communicatie van de regels liet zacht gezegd nogal te wensen over. Tussen de overheid en haar burgers, maar ook tussen de regering en het handhavingsapparaat.

De onduidelijke regelgeving leidt tot grote willekeur bij de handhaving ervan. Hoewel de inhoud van de verschillende noodverordeningen in de veiligheidsregio’s vrijwel gelijk is, wordt de regelgeving verschillend geïnterpreteerd. Daar waar de veertig feestgangers in één huis er afkwamen met een waarschuwing, kregen studerende huisgenoten op het stoepje van hun huis wel een strafbeschikking. De premier meldde ons dat we moeten vertrouwen op het fingerspitzengefühl van de boa’s en andere gezagsdragers, maar dat is juist het probleem: het ene fingerspitzengefühl is het andere niet.

Inmiddels is gebleken dat van de 18.200 uitgeschreven strafbeschikkingen grofweg de helft niet voldoet aan de vereisten. Toch stelt maar een heel klein aantal burgers verzet in.

Er zijn nu al behoorlijk wat mensen die een onterechte aantekening op hun justitiële documentatie hebben opgelopen. De gevolgen daarvan zijn niet mals en blijvend. Zo kun je met een justitiële aantekening (strafblad in de volksmond) problemen krijgen met het verkrijgen van een verklaring van goed gedrag of het uitoefenen van een bepaald beroep.

De noodverordening heeft geleid tot grote onzekerheid en frustratie onder Nederlanders en grijpt diep in onze grondrechten. Te diep, stelt de Raad van State. De wettelijke basis waarop de noodverordening is gebaseerd is te beperkt. De opgelegde strafbeschikkingen zijn mogelijk in strijd met de Grondwet, omdat de beperkingen te lang voortduren. Daarom zal de noodverordening spoedig worden vervangen door een wet in formele zin waarin de langer geldende corona-wetgeving wordt vastgelegd.

De Raad vindt dat de huidige grondwettelijke beperkingen, zoals de beperking op samenkomst, zo snel mogelijk moeten worden afgebouwd. Maar haastige spoed is zelden goed, zeker wanneer het om wetgeving gaat. De grondwettelijke beperkingen mogen niet te algemeen geformuleerd worden, maar ook niet te rigide, anders kunnen de maatregelen, wanneer dat nodig is, niet makkelijk genoeg worden opgeschaald. Er ligt dus een moeilijke taak voor het kabinet, maar de afgelopen periode heeft ons de volgende lessen geleerd.

Allereerst is er noodzaak aan duidelijke regels die niet innerlijk tegenstrijdig zijn. Het beleid met betrekking tot de handhaving dient daarbij zoveel mogelijk te worden vastgelegd. Deze nieuwe regels moeten duidelijk en eenduidig gecommuniceerd worden, aan zowel burgers als handhavers. Daarnaast moet het kabinet afwegen of het opleggen van een strafbeschikking het juiste middel is. Al eerder is immers gebleken dat de strafbeschikking leidt tot onterechte straffen. Tot slot zou de overheid rekening moeten houden met burgers die om wat voor reden dan ook niet in staat zijn zich nieuwe regels snel eigen te maken. Het is aan te bevelen om eerst een bepaalde gewenningsperiode in te gelasten, waarbij handhavers eerst waarschuwen bij ongewenst gedrag, zonder direct het bonnenboekje te trekken. Zodat ook mensen die minder goed wegwijs zijn in het systeem een eerlijke kans krijgen. Zij zijn vaak kwetsbaar en verdienen bescherming. De overheid zou deze burgers ook meer moeten helpen om in verzet te gaan tegen een onterechte strafbeschikking.

Gezien de onduidelijke regels, de willekeurige handhaving en de mogelijke strijdigheid met de Grondwet, doen wij hierbij ook een oproep om alle corona-strafbeschikkkingen collectief te seponeren. De noodverordening heeft zijn afschrikwekkende effect voldoende gehad.

Het opstellen van nieuwe wetgeving geeft de overheid de kans om het vertrouwen te herstellen. Wanneer de samenleving vertrouwen heeft in de regelgeving, ontstaat meer draagvlak voor het naleven van de regels. En alleen op die manier voorkomen we dat er opnieuw een ongecontroleerde uitbraak van COVID19 komt.

Op dinsdag 10 juni om 17:00 uur organiseren we een onlinedebat over dit thema. 

Zahra Boufadiss is strafrechtadvocaat bij Jebbink Soeteman Advocaten.

Ianthe Mosselman is programmamaker bij De Balie.

Blijf op de hoogte

Mis nooit meer een programma! Meld je aan voor de wekelijkse nieuwsbrief van De Balie

Inschrijven