Kwame Agyapong-Ntra (36) staat aan het roer van Stichting Scientia Potentia Est in Amsterdam Zuid-Oost, waar zo’n 100 kinderen per week bijles volgen tegen een lage vergoeding (à 14 euro per anderhalf uur: ‘Dat is heel goedkoop, dat is niks!’). Kwame Agyapong-Ntra wil het maximale uit de kinderen te halen, daarvoor zet hij graag een stap extra. Zo gaat hij met ouders mee naar gesprekken op school als het schooladvies lager dan de citoscore blijkt te zijn, en motiveert hij kinderen om hard te werken. ‘Je moet het de kinderen gunnen, erop vertrouwen dat ze de uitdaging aankunnen.’

Kwame Agyapong-Ntra was negen toen hij vanuit Ghana naar Nederland kwam, als 9-jarige jongen was hij de eerste leerling van de voorloper van Stichting-S.P.E., Stichting Agency for Immigrant Children, die zijn vader in 1997 opzette. Zijn vader zag dat kinderen met een migratie-achtergrond vaak minder steun krijgen vanuit huis om goed mee te komen op school, omdat ouders het onderwijssysteem nog niet goed kennen of de taal niet spreken.

Van vmbo-leerling naar jurist
Toen Agyapong-Ntra jong was zat hij op een gemixte school in Amsterdam Zuid. Via het vmbo stroomde hij door naar de havo, het vwo en de universiteit. Nu is hij jurist. Zijn schooladvies was vmbo-t. ‘Dat was ook echt mijn niveau op dat moment, ik was de Nederlandse taal nog niet echt machtig. Maar na een jaar op het vmbo haalde ik alleen nog maar negens en tienen. Ik ben gaan knallen dus konden ze niet meer om me heen.’

Vanaf zijn vijftiende begon Agyapong-Ntra ook kinderen te helpen bij de stichting van zijn vader. Zeven jaar geleden ging zijn vader naar Ghana en nam Agyapong-Ntra het stokje over.

De juridische achtergrond komt hem goed van pas. Want de hoofdzaak van S.P.E. is nog steeds bijles, voor zowel basisschoolkinderen als middelbare scholieren, maar inmiddels helpen ze ook bij bijvoorbeeld belasting- en visumzaken. ‘We helpen eigenlijk bij alles dat bijdraagt aan een betere maatschappelijke positie. Mensen kennen hun rechten vaak niet.’

De missie van Kwame Agyapong-Ntra is om het maximale uit de kinderen te halen. Ze oefenen met taal, rekenen, de citotoetsen, maar misschien nog wel belangrijker zijn de aandacht en steun die de kinderen krijgen bij de stichting. Agyapong-Ntra ziet het als zijn taak om kinderen te motiveren. ‘Ik zeg tegen die kinderen: je ouders kunnen het geld dat ze aan mij betalen heel goed gebruiken voor andere dingen, om nieuwe schoenen voor jou te kopen. Of als ze iets langer sparen kunnen ze je rijbewijs ervan betalen. Dus we gaan geen grappen maken hier, dit is serieus.’


Drie banen
In groep 8 kunnen kinderen en hun ouders bij de stichting ook voorlichting krijgen over wat ze kunnen verwachten van de middelbare school. De overgang kan lastig zijn, kinderen moeten vaak wennen. Volgens Agyapong-Ntra is voorbereiding belangrijk. ‘Het is goed om te weten dat je bijvoorbeeld twaalf vakken krijgt, met twaalf verschillende docenten die je tevreden moet houden. Of dat je goed moet plannen en je houding belangrijk is, dat proefwerken zwaarder wegen en moeilijker zijn dan SO’s. Voor het SO halen ze net aan een zes, vervolgens willen ze een tien halen voor hun proefwerk, dat gaat niet!’

Agyapong-Ntra merkt dat ouders weinig ruimte hebben om hun kinderen op deze manier te motiveren. ‘Ze hebben geen tijd. Ze hebben drie banen, moeten rondkomen en kennen het Nederlandse onderwijssysteem vaak niet goed.’

Vertrouwen opwekken
Per jaar zijn er meestal twee of drie kinderen bij de stichting die een lager schooladvies krijgen dan ze aan zouden kunnen volgens hun cito-score. Daarom gaat Agyapong-Ntra geregeld mee naar rapportgesprekken en adviesgesprekken. ‘Wij kennen die kinderen al lang, soms drie of vier jaar, dus we weten wat hun niveau is. Ik draag vaak mezelf aan als voorbeeld, omdat ik het tot jurist heb geschopt. Het helpt om echt achter het kind te gaan staan.’

Sommige docenten gaan wel overstag om het advies aan te passen. Anderen blijven erbij. ‘De sleutel ligt bij het opwekken van vertrouwen, ze moeten het de kinderen gewoon gunnen.’ In alle jaren dat hij dit werk doet heeft hij wel dingen zien veranderen. ‘Ik merk dat sommige docenten scherper zijn geworden, en soms zelf opbellen om in gesprek te gaan met de ouders, als de cito-score af blijkt te wijken van het schooladvies.’

De Balie Live Journalism vraagt Amsterdammers naar ervaringen met kinderen op de basisschool. Wil je je verhaal kwijt over kansenongelijkheid in het basisonderwijs? Mail naar livejournalism@debalie.nl