Toen in 1978 het eerste kind met behulp van ivf werd geboren, stond de wereld op zijn kop. “De mens speelt voor God!”. ”Reageerbuiskinderen: hoe onnatuurlijk”. Als er iets ‘van nature’ moet gaan, dan alsjeblieft de voortplanting van ons mensen. Om zo dicht mogelijk bij ‘de natuur’ te blijven, was ivf lang alleen toegankelijk op strikt medische indicatie. Namelijk als een vrouw vanwege een ‘biologisch defect’ niet zwanger kan worden, bijvoorbeeld als haar eileiders geblokkeerd zijn.

In de loop der jaren is er een scala aan technieken binnen de medisch geassisteerde voortplanting bij gekomen. En met deze technologische ontwikkelingen zijn de indicaties voor behandelingen mee gegroeid. Zo is eiceldonatie lang alleen toegepast bij wensmoeders die vervroegd in de overgang zijn of een genetisch overdraagbare ziekte hebben.

Tegenwoordig is de grootste groep patiënten die in aanmerking komt voor eiceldonatie vrouwen met een verminderde eicelvoorraad. Onder andere omdat vrouwen gemiddeld later moeder (willen) worden. Toch is de overgang wel een ‘natuurlijk proces’. En mochten vrouwen eerst alleen hun eicellen invriezen op ‘medische indicatie’ omdat zij bijvoorbeeld behandeld moeten worden voor kanker, mogen nu ook eicellen van vrouwen op ‘sociale indicatie’ worden opgeslagen totdat zij een partner hebben gevonden. In de voortplantingsgeneeskunde is het doel dus al lang niet meer onvruchtbaarheid “genezen”, maar des te meer de kinder- (en zwangerschaps)wens vervullen van een ieder die daar medische hulp bij nodig heeft.

'Ook wordt vaak het ‘natuurargument’ gebruikt terwijl daar eigenlijk conservatieve opvattingen onder schuilen'

Natuurlijk vs Onnatuurlijk

Binnen dit doel is de lijn tussen ‘natuurlijk’ en ‘onnatuurlijk’, ‘medisch’ en ‘sociaal’ vervaagd. Maar is die lijn eigenlijk ooit duidelijk geweest? Hoe bepalen we wat ‘van nature zo hoort’, als we sinds jaar en dag die natuur beïnvloeden en actief vormgeven? Immers, mensen gebruiken technologie altijd al om hun omgeving naar hun hand te zetten. Bovendien zegt of iets ‘natuurlijk’ is niets over of het goed of slecht is. Van nature worden we ziek.

Dat maakt de hele geneeskunst onnatuurlijk, maar we zouden niet zonder kunnen. En als het aan ‘moeder natuur’ lag, is een meisje klaar voor het moederschap zodra ze begint met menstrueren. Zo rond de 12 jaar. Wat dat betreft staan onze normen en waarden lijnrecht tegenover de natuur. Ook wordt vaak het ‘natuurargument’ gebruikt terwijl daar eigenlijk conservatieve opvattingen onder schuilen, bijvoorbeeld over hoe een gezin eruit hoort te zien. Dat op basis van dit argument de KID-behandeling voor alleenstaanden en lesbische stellen uit het basispakket is geschrapt, is dan ook niet te rechtvaardigen. Welke toepassing van een technologie, of voor wie die technologie toegankelijk is, valt niet te bepalen op basis van wat ‘natuurlijk’ is en wat niet.

Ondertussen ontwikkelen we weer nieuwe technieken om mensen hun wens voor een (gezond) kind te vervullen. Misschien knippen we binnenkort ernstige ziektes uit het DNA van embryo’s. En wellicht kunnen we in de toekomst zaad- en eicellen kweken uit ieder zijn eigen huidcellen. Hierdoor wordt het krijgen van genetisch eigen kinderen voor iedereen mogelijk. “Zo onnatuurlijk…”. Maar, zullen we in de discussie over of, hoe en voor wie we deze technieken toepassen vanaf nu ‘de natuur’ (er)buiten laten?

Emy Kool is medisch ethisch onderzoeker en oud deelnemer STUDIO De Balie. Zij schrijft dit stuk op persoonlijke titel en niet in het kader van haar onderzoek.

Aankomende donderdag spreken we met experts over hoe we technologie in kunnen zetten voor de verbetering van de mens. En wat doet dit met een samenleving?