Na veertien jaar op een tijdelijk contract krijgt Letitia Peerwijk (51) samen met nog zeventien andere medewerkers van de gemeente Amsterdam een vast contract. Daarmee komt een eind aan jaren van onzeker werk op of rond het minimumloon. Het resultaat komt onder druk van een rechtszaak, vragen van raadsleden en bijeenkomsten in De Balie. “Dit is een van de ergste dingen die ik heb gehoord,” constateerde raadslid Carolien de Heer (PvdA).

Via een re-integratietraject kwam Peerwijk, die de onderzoeksredactie van De Balie in het kader van het onderzoek naar ‘keihard werken, amper rondkomen’, uitgebreid sprak, veertien jaar geleden bij de gemeente binnen en werkte sindsdien voor verschillende afdelingen. In plaats van dat zij na twee jaar, volgens de normale gang van zaken, zou doorstromen naar een vast dienstverband, bleef ze werken op een tijdelijk contract op bijstandsniveau, zonder ontslagbescherming of pensioenopbouw. Ze werkte de mensen in die werden aangenomen op de functies waarop zij solliciteerde.

Peerwijk, alleenstaande moeder van twee puberdochters, was niet de enige in deze situatie, vertelde ze. Samen met drie collega’s in dezelfde situatie nam zij eerder dit jaar een advocaat in de arm. Een gesprek met raadslid Carolien de Heer (PvdA), die ze sprak na een bijeenkomst die De Balie organiseerde over “goed werkgeverschap”, zette ook druk. De Heer stuurde meteen een mail naar de politiek assistent van wethouder Groot Wassink, met de boodschap: Regel dit nou eens. De Heer: “Het is toch wel een van de ergste dingen die ik heb gehoord.”

De gemeente wil in een reactie niet specifiek ingaan op de situatie van Peerwijk, maar bevestigt dat een groep van achttien medewerkers die al langere tijd vanuit voormalige gesubsidieerde werkregelingen bij de gemeente werkte, nu in dienst komt. Dankzij de aandacht die de medewerkers, onder meer middels een advocaat, voor hun situatie hebben gevraagd, aldus een woordvoerder. Via deze oude regelingen, zoals de wet werkzoekenden en de bijstandswet, werden mensen tegen gereduceerd tarief gedetacheerd bij werkgevers, waaronder de gemeente Amsterdam.

Keerzijde was dat deze medewerkers veelal een minimuminkomen verdienden, geen ontslagbescherming hadden, en weinig of geen pensioen opbouwden. Jarenlang, zoals Peerwijk, die de eindjes met “passen en meten” aan elkaar moest zien te knopen. Gemiddeld waren zij en haar collega’s ruim veertien jaar op deze voorwaarden in dienst, een enkeling zelfs tot eenentwintig jaar. Extra saillant, omdat zij voor de gemeente werkte, die zich graag profileert als goed werkgever. “Met de vaste aanstelling verbeteren de arbeidsvoorwaarden, zoals het loon, de werkzekerheid en de pensioenopbouw”, aldus de woordvoerder. Behalve 93 mensen die vanuit de Sociale Werkvoorziening (SW), en op betere voorwaarden, nog in dienst zijn, heeft de gemeente geen mensen meer via de oude regelingen in dienst.

De maatregel past bij de pogingen die de gemeente de laatste jaren ook doet om de externe inzet (uitzendkrachten en zzp’ers) terug te dringen naar 15%, op termijn 10%. Dat percentage schommelt al jaren rond de 19% en is min of meer vergelijkbaar met die in andere grote steden. De maatregelen, zoals het in vaste dienst nemen van circa 450 uitzendkrachten, die langdurig voor de gemeente werkten en uitzendkrachten de kans bieden mee te solliciteren op interne functies, hebben nog niet het gewenste effect gehad, zo schrijft het college in een brief d.d. 12 februari 2019 aan de raad. In 2018 was het percentage externe inzet in Amsterdam met 19,1% van de loonsom zelfs iets hoger dan in 2017 (18,9%). Het college komt eind 2019 met een plan van aanpak.

Peerwijk (zie op de website een portret dat we van haar en andere Amsterdammers maakten) bezocht bijna alle bijeenkomsten die we over ‘werkende armoede’ organiseerden, en sprak zich daar regelmatig uit. “Dat heeft echt bijgedragen aan onze zaak. Bij dit soort bijeenkomsten hoor je nieuwe dingen, ontmoet je mensen die je misschien verder kunnen helpen, kan je stem laten horen. Als je thuis blijft zitten zit, gebeurt er niets.” Dat beaamt ook De Heer. “Dat is een van de dingen die goed zijn aan dit soort bijeenkomsten, dat je mensen in deze situatie ontmoet.”

“Het recht heeft gezegevierd, ik ben nu gerustgesteld”, zegt Peerwijk. Al is de strijd nog niet helemaal gestreden. Het salaris en andere arbeidsvoorwaarden zijn nog niet bekend. “We hebben pensioenreparatie gevraagd, maar we weten niet of dat gaat lukken. Maar we werken al zoveel jaar voor de gemeente, zij is nu aan zet. Ik wacht in spanning af wat ze gaan aanbieden.” Wanneer ze dat hoort, is nog onduidelijk. Tot slot, grappend: “Mijn dochters denken dat ze nu niets meer van de stadspas mogen, maar dat is hun kinderlijke verstand. Ik maakte me grote zorgen als zij achttien zouden worden en alle kindregelingen zouden wegvallen. Dan zou ik echt in de problemen komen.”