TV NL EN

Natalia Robledo-Contreras over de positie van huishoudelijk werkers in Nederland en het belang van ILO-189

Door
De Balie Live Journalism

Het is niet goed gesteld met de arbeidsrechten van huishoudelijk werkers in Nederland. En het staat er nog slechter voor met de rechten van huishoudelijk werkers zonder verblijfsvergunning.

Dat stelt Natalia Robledo-Contreras, voorzitter van de FNV-netwerkgroep Migrant Domestic Workers (MDW/FVN). Met de Migrant Domestic Workers komt ze op voor de belangen van huishoudelijk werkers en voert ze campagne voor de bekrachtiging van de International Labour Organization-conventie 189 (ILO 189). Dat is een verdrag waarin geregeld is dat huishoudelijk werkers dezelfde rechten krijgen toegekend als andere werknemers. Nederland zette in 2011 haar handtekening onder het internationale verdrag, maar heeft het nooit in werking laten treden. Met Natalia spraken we over de positie van ongedocumenteerde huishoudelijk werkers in Nederland en de invloed die ILO 189 op deze positie kan uitoefenen.

Hoe is het gesteld met de positie van huishoudelijk werkers in Nederland?
Niet goed. Ongeacht of je gedocumenteerd bent: huishoudelijk werk wordt niet erkend als ‘echt’ werk, en daarom zijn werkgevers niet verplicht om je een werkcontract te geven*. Op de website van de overheid staat wel een soort overzicht van je rechten en plichten wanneer je een huishoudelijk werker in dienst neemt of zelf huishoudelijk werk doet, maar bij dit werk worden afspraken vaak mondeling gemaakt. Er wordt dan niets officieel op papier wordt gezet, waardoor je makkelijker kunt worden uitgebuit. In de praktijk krijgen huishoudelijk werkers vaak onder het minimumloon betaald. Soms krijgen ze zelfs helemaal niet uitbetaald.

Wat betekent dit voor huishoudelijk werkers zonder papieren?
Hun situatie is nog schrijnender. Als je gedocumenteerd bent, kun je misschien zelf alsnog een zorgverzekering afsluiten, en als er iets misgaat kun je vaak met een gerust hart naar de politie. Maar als ongedocumenteerde ligt dat allemaal anders. Misschien kun je beperkt naar de dokter, maar je kunt je niet verzekeren als je geen verblijfsvergunning hebt. En naar de politie durven veel ongedocumenteerden niet: ze zijn bang dat de immigratiedienst zich er dan mee gaat bemoeien en een procedure start om hen het land uit te zetten.

Waarom denk jij dat de ratificatie van ILO 189 de positie van ongedocumenteerde werkers in Nederland zal verbeteren?
In ILO 189 is vastgelegd dat huishoudelijk werkers dezelfde rechten krijgen toegekend als andere werkers. De ratificatie van dit verdrag zou niet meteen een oplossing zijn voor de problemen van domestic workers, maar het zou wel een belangrijke stap zijn in onze strijd voor erkenning. We willen respect voor een baan die net zo waardig is als elke andere baan.

Wat houdt die strijdt om erkenning precies in?
Wij strijden voor de erkenning van het werk. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van betere arbeidsrechten en werkcontracten. Ook strijden we voor de erkenning van de werkers zelf. Dat kan in de vorm van (tijdelijke) werkvergunningen voor migrant domestic workers of het legaliseren van mensen die hier al een tijd werken. Het belangrijkste is dat deze mensen met zekerheid naar hun werk kunnen. Dat is nu niet het geval. Tijdens de piek van de Coronacrisis kwamen bijvoorbeeld veel migrant domestic workers in een noodsituatie terecht: omdat ze geen contract hadden, konden ze zomaar worden ontslagen en niet worden doorbetaald. Velen stonden op het punt hun huis te verliezen. Voor hen hebben wij toen met onze groep een noodfonds opgericht. Ook hebben we een brief geschreven aan ministers waarin we vertellen over deze kritische situaties en hen oproepen hier iets aan te doen. De brief is ontvangen, maar er is nog altijd geen reactie gekomen van de regering.

Wat zou de regering volgens jou kunnen doen om de positie van huishoudelijk werkers zonder papieren te verbeteren?
Nederland heeft op dit gebied heel veel buurlanden om een voorbeeld aan te nemen. Zo heeft België een systeem met ‘dienstencheques’. Mensen kunnen een soort waardebonnen kopen en daarmee een huishoudelijk werker inhuren. De overheid levert een financiële bijdrage aan die bonnen, zodat ze niet zo duur zijn. Omdat de lonen van huishoudelijk werkers via een officieel systeem geregeld zijn, gaat de loonbelasting direct naar het rijk en brengt dit systeem op de lange termijn juist veel inkomsten op. Het gaat om een grote groep werkers die dan een contributie doet aan de samenleving en de economie. Maar Nederland wil zo’n systeem niet invoeren omdat het op de korte termijn geld zou kosten.

Wat heeft het voor gevolgen als de regering het beleid niet verandert?
Doordat deze groep mensen totaal wordt genegeerd, kan de uitbuiting steeds meer toenemen. En we hebben het hier ook over mensen die zijn geworteld in de Nederlandse samenleving. Ze hebben gezinnen gesticht, hebben kinderen die hier van kleins af aan zijn opgegroeid of zelfs hier zijn geboren. Dat zijn eigenlijk gewoon Nederlandse kinderen die al helemaal geïntegreerd zijn. De staat brengt nu een grote groep mensen – waaronder dus ook veel kinderen – psychische schade toe door hun problemen onder het tapijt te schuiven. Daar maak ik me misschien nog het meest zorgen over. Vooral nu, tijdens de Coronacrisis, wordt de situatie voor velen zwaar. Huishoudelijk werkers met kinderen dreigen op straat te belanden omdat ze zomaar hun baan hebben verloren. Het is nu tijd voor de regering en gemeentes om een keuze te maken: óf je blijft de problemen negeren (met als resultaat veel daklozen, óók dakloze kinderen), óf je gaat nu op zoek naar oplossingen, zodat je trots kunt zijn dat je respectvol omgaat met de mensenrechten. 


*In Nederland vallen particuliere werkgevers en huishoudelijke hulpen die minder dan vier dagen per week bij dezelfde werkgever werken onder de ‘Regeling Dienstverlening aan huis’. Ook voor mensen die eigenlijk niet in Nederland mogen werken geldt deze regeling. Werknemers die onder deze regeling vallen hebben niet alle rechten die werknemers gewoonlijk hebben in Nederland. Zo zijn zij niet verplicht verzekerd voor de WW en arbeidsongeschiktheid en hebben zij bij ziekte recht op maar zes weken loondoorbetaling in plaats van de gebruikelijke twee jaar. Invoering van ILO 189 zou een eind maken aan deze uitzonderingspositie.

Natalia Robledo-Contreras, voorzitter FNV Migrant Domestic Workers

“De staat brengt nu een grote groep mensen – waaronder ook veel kinderen – psychische schade toe door hun problemen onder het tapijt te schuiven.”