TV NL EN

De draad van verzet

Handan Tufan

Dit project vertrekt vanuit zwart-wit archieffoto’s van Koerdische protesten die plaatsvonden in Nederland tussen het begin en het einde van de jaren 1980. De foto’s zijn afkomstig uit het Nationaal Archief en vormen visuele documenten van de eerste momenten van politieke zichtbaarheid van de Koerdische diaspora in Europa. Deze periode valt samen met een historisch keerpunt: het begin van de grootschalige Koerdische migratie naar Europa.

Na de militaire staatsgreep van 12 september 1980 in Turkije namen politieke repressie, massale arrestaties, gedwongen verdwijningen en beleid van culturele ontkenning sterk toe. Duizenden Koerden werden gedwongen hun land te verlaten en zochten hun toevlucht in Europa. Migratie betekende voor hen niet enkel een geografische verplaatsing, maar ook het voortzetten van politieke strijd in een andere context en binnen een ander publiek domein. De Koerdische diaspora trok zich in de ontvangende landen niet terug in stilte, maar maakte straten, pleinen en publieke ruimtes tot plekken van politiek protest en collectieve herinnering.

De archieffoto’s tonen demonstraties, sit-ins en hongerstakingen die in Nederland werden georganiseerd om internationale aandacht te vragen voor het militaire regime in Turkije, de situatie van Koerdische politieke gevangenen, de gifgasaanval in Halabja en het structurele geweld tegen de Koerdische bevolking. Tegelijkertijd functioneerden deze protesten als ruimtes waarin een collectieve Koerdische identiteit in ballingschap werd gevormd en waarin politieke subjectiviteit gestalte kreeg.

Dit project benadert deze foto’s niet als afgesloten documenten van een voorbij verleden. Door middel van borduurwerk worden de archiefbeelden opnieuw bewerkt en geopend naar het heden. Het borduren is geen allesomvattende ingreep, maar een selectieve handeling die zich richt op specifieke figuren, spandoeken, de randen van menigten en de relaties tussen lichamen. De draden omlijsten soms het beeld, maar overschrijden ook regelmatig de grenzen van de foto. Deze overschrijding verwijst naar de ruimtelijke en temporele onzekerheid van ballingschap en naar het onvoltooide karakter van diasporisch bestaan.

Het kleurgebruik is beperkt en betekenisvol. Rode, gele en blauwe draden worden toegevoegd aan de zwart-wit beelden en verwijzen zowel naar symboliek binnen de Koerdische politieke herinnering als naar emoties van rouw, verzet en collectieve solidariteit. Bloemmotieven en repetitieve patronen vormen een tegenbeweging binnen de vaak harde en confronterende protestscènes: zij introduceren traagheid, zorg en continuïteit.

Waar fotografie een moment fixeert en afsluit, vraagt borduurwerk tijd, herhaling en lichamelijke aandacht. In dit project is borduren geen decoratieve toevoeging, maar een methodologische keuze. De kunstenaar brengt langdurige tijd door met elk beeld: steken worden gezet, losgehaald en opnieuw aangebracht. Dit proces kan worden gelezen in relatie tot Walter Benjamins opvatting van geschiedenis, waarin het verleden niet wordt gezien als een afgesloten fase van lineaire vooruitgang, maar als een breukmoment dat in het heden steeds opnieuw wordt opgeroepen en om confrontatie vraagt. Borduurwerk fungeert hier als een materiële vorm van getuigenis die deze breukmomenten opnieuw met het heden verbindt.

Dit werk sluit aan bij inzichten uit diaspora- en geheugenstudies die benadrukken dat ballingschap politieke strijd niet beëindigt, maar verplaatst en herconfigureert. De strijd voor rechten die Koerden in de jaren 1980 op Europese straten voerden, zet zich tot op vandaag in andere vormen voort. De geborduurde archieffoto’s tonen de Koerdische diaspora niet als een passief object van geschiedenis, maar als een politieke actor die herinnering actief draagt, transformeert en verbindt met het heden. Het archief wordt zo geen gesloten verleden, maar een levende ruimte van voortdurende betekenisgeving.

Over Handan Tufan

Handan Tufan is een in Amsterdam gevestigde beeldend kunstenaar, fotograaf en documentairemaker. Haar werk beweegt zich op het snijvlak van herinnering, ballingschap, diaspora en politieke getuigenis. Door archiefbeelden, oral history, fotografie en textielinterventies te combineren, onderzoekt zij hoe collectieve herinnering wordt gedragen, overgedragen en getransformeerd.

Tufans artistieke praktijk richt zich in het bijzonder op gemarginaliseerde verhalen van gemeenschappen met een migratiegeschiedenis. Geïnformeerd door feministische en dekoloniale perspectieven maakt zij de relatie zichtbaar tussen individuele levensverhalen en structureel historisch geweld. Borduur- en textieltechnieken fungeren in haar werk niet louter als esthetisch middel, maar als een methodologie van traagheid, zorg en continuïteit.

Voor het Amsterdam Museum realiseerde Tufan het project “41 Keer Mashallah”, waarin zij de levensverhalen van Amsterdamse vrouwen uit diverse gemeenschappen via fotografie en narratief zichtbaar maakte. In het eveneens voor het Amsterdam Museum ontwikkelde project “Levenslijnen” richtte zij zich op verlies, rouw en intergenerationele herinnering binnen de Koerdische diaspora in Nederland, aan de hand van oral history en archiefmateriaal. Deze projecten vormen de basis van haar benadering van het archief als een levend en politiek veld.