Je kunt nooit echt weten wat er in andermans hoofd omgaat. Maar Mijn woord tegen het mijne komt knap dicht in de buurt – en er gaat véél om in de hoofden van de protagonisten van deze documentaire. De vijf geportretteerden horen stemmen. Twee, drie, soms wel negentien mensen die in hun hoofd zitten.
Vriendelijk zijn die stemmen meestal niet. Ze leveren kritiek of hebben zelfs kwaad in de zin. We volgen vijf deelnemers die een therapie ondergaan waarin die stemmen niet onderdrukt worden, maar aangemoedigd om deel te nemen aan het gesprek. Vrij letterlijk. Het zijn fascinerende, soms ijzingwekkende, momenten wanneer een stem de controle van iemand overneemt en een nieuwe identiteit tot ons lijkt te spreken: inclusief andere intonatie, houding en taalgebruik.
Documentairemaker Maasja Ooms houdt haar film (op IDFA uitgeroepen als beste Nederlandse documentaire) eenvoudig. Alle aandacht blijft bij de vijf deelnemers, strak gekadreerd tegen een grijze wand. Alleen wanneer een stem spreekt, verschuift subtiel de beeldverhouding. Ook de psychiater komt niet in beeld. Die blijft een stem.
Het levert een intieme documentaire op die razendknap iets van de schreeuwende binnenwerelden weet bloot te leggen. En zonder dat er wordt gepsychologiseerd of dat er hapklare verklaringen worden geleverd, ga je in de loop van de film toch iets meer begrijpen van de functie van die stemmen. Van de geheimen die ze met zich meedragen en van de noodzaak voor sommige mensen om hun hoofd met iemand te delen.
