Het kunstenaarscollectief ‘De (Eerste) Republiek’ wordt begin jaren negentig opgericht door een aantal Amsterdamse toneelspelers en hun gezelschappen, schrijvers, dichters, journalisten, beeldend kunstenaars, grafici en ontwerpers.
Elke eerste maandag van de maand houden wij huis met een presentatie waarin gelezen, voorgesteld, geïnterviewd, gespeeld en over van alles gesproken wordt. In ons meer dan dertigjarige bestaan zijn we op veel plaatsen samengekomen om vanaf de vroege jaren van deze eeuw steeds elke maand van het seizoen in De Balie post te vatten. Iedereen is ten allen tijde welkom. Het programma, het nieuwe repertoire wordt op de avond zelf voor aanvang door de dan aanwezigen vastgesteld. Er worden geen toegangsprijzen geheven. We verwachten zoals altijd plotseling nieuwe bijdrages, discussies en reacties.
vroege apollo
zoals door twijgen heen, nog zonder lover,
soms al een ochtend kijkt, die heel de tover
van ’t voorjaar heeft, is er in zijn gezicht
niets dat beletten kan dat elk gedicht
ons haast fataal zal raken met zijn glans;
want zelfs geen schaduw tonen nog zijn ogen;
zijn slaap, te koel, draagt nog geen lauwerkrans
en later pas groeit uit zijn wenkbrauwbogen
de rozengaard, hoogstelig opwaarts strevend,
waarvan de blaadjes, elk voor zich alleen,
zich losmaken om naar zijn mond te zweven,
die bevend, nooit gebruikt nog, stil blijft blinken
en die slechts met zijn glimlach iets wil drinken,
als dronk hij ’t lied in teugen, éen voor éen.
rainer maria rilke
vertaling: peter verstegen
früher apollo
wie manches mal durch das noch unbelaubte
gezweig ein morgen durchsieht, der schon ganz
im frühling ist: so ist in seinem haupte
nichts was verhindern könnte, daß der glanz
aller gedichte uns fast tödlich träfe;
denn noch kein schatten ist in seinem schaun,
zu kühl für lorbeer sind noch seine schläfe
und später erst wird aus den augenbraun
hochstämmig sich der rosengarten heben,
aus welchem blätter, einzeln, ausgelöst
hintreiben werden auf des mundes beben,
der jetzt noch still ist, niegebraucht und blinkend
und nur mit seinem lächeln etwas trinkend
als würde ihm sein singen eingeflößt.
uit: ‘neue gedichte’, 1908
de vorige keer op 6 april jl.
lazen we de volgende teksten:
wislawa szymborską
uit: ‘einde en begin’ 1993
‘een titel hoeft niet’
vertaling gerard rasch
p.n. helsloot
fragmenten uit het boek:
‘edward de vere onvermijdelijk shakespeare’, (2004)
simon carmiggelt
uit: ‘ontmoetingen met willem elsschot’ 1939
sei shōnago
uit: ‘het hoofdkussenboek’
ca. 1004/1010
vertaald door jos vos
ida gerhardt
vijf gedichten:
‘pasen’
‘kinderspel’
‘christus als hovenier’
‘het bondgenootschap’
uit: ‘verzamelde gedichten’ 2014
liesbeth den uyl
uit: ‘beppie van vessem’ 1988
piet de rooy
uit: ‘de tijd de waarheid & de geschiedenis’ 2025
johan de meester
uit ‘zeven vertellingen’ 1899
‘de klompjes’
bert wagenaar van kreveld
twee gedichten 2024
-deze keer met: margijn bosch, tjeerd bisschoff, matthias de koning, vincent vandenberg, maureen teeuwen, florian diepenbrock, bert wagenaar van kreveld, wim van er grijn, tonnus oosterhoff, merel, rachid
hartelijk welkom!
Een geïllustreerd verslag van de avond op 2 maart vindt u hier