“Het is makkelijker armoede buiten de stad te drukken dan het op te lossen.”

 

Amsterdamse huishoudens met een laag inkomen vestigen zich steeds vaker aan de randen van de stad of buiten de stad. Dat blijkt uit recent onderzoek van UvA-onderzoekers Cody Hochstenbach en Sako Musterd. “Met als risico dat de stad rijker lijkt, terwijl de groep die daar niet van profiteert steeds meer uit beeld raakt”, zegt Hochstenbach.

Het onderzoek van Hochstenbach en Musterd richt zich op Utrecht, Rotterdam, Eindhoven, Amsterdam en Den Haag. In Amsterdam en Utrecht is de suburbanisatie het sterkst zichtbaar. Vooral alleenstaande moeders met kinderen bevinden zich onder de kwetsbare armoedegroepen.

Het plaatst vraagtekens bij het afnemende aantal minimahuishoudens in Amsterdam: is dat het gevolg van minimabeleid of is er sprake van een waterbedeffect waarbij het probleem zich verplaatst?  Uit het onderzoek blijkt in ieder geval dat geografische ontwikkelingen mee moeten worden genomen in het interpreteren van armoedecijfers.

Zo groeit in de gehele metropoolregio Amsterdam het aantal werkende armen (meer dan 13 procent), een stijging die niet wordt veroorzaakt in Amsterdam maar in de omliggende gemeenten. Veel minimahuishoudens vinden geen plek meer in de centrale steden en trekken er daardoor weg, of kunnen zich er bij voorbaat al niet meer vestigen.  “Het is een zero sum game”, ziet Hochstenbach, “als Amsterdam juicht maar de buurgemeente met de problemen zit”.

Één groep met een laag inkomen, de zelfstandigen (waaronder ZZP’ers), breekt met de trend en blijft vaak wel in de stadskern wonen. Een verklaring daarvoor is uit dit onderzoek niet te geven, maar Hochstenbach wijst op een eerder onderzoek: zelfstandigen brengen vaak grote offers om centraal te kunnen wonen, omdat ze afhankelijk zijn van hun netwerk. Dat brengt hoge vaste lasten, woningdelen en tijdelijke woonvormen met zich mee en maakt ze erg kwetsbaar.

Het aantal zelfstandigen stijgt al jaren flink in Amsterdam, maar gecombineerd met de hoge woonlasten stijgt de kwetsbaarheid ook. “Dat zijn heus niet alleen de hippe ZZP’ers”, zegt Hochstenbach. “Juist ook de kleine groenteboeren, vaak met een migratie-achtergrond, komen als zelfstandige in de knel.”

Het onderzoek baseert zich op cijfers in de periode 2005 tot 2015,  maar reden om aan te nemen dat de trend veranderd is heeft Hochstenbach niet. “Het proces van gentrificatie is de afgelopen jaren in een stroomversnelling geraakt. Dat voedt mijn vermoeden alleen maar verder dat lage inkomens het steeds lastiger krijgen in de stad.” En: “Het laat zien dat het makkelijker is armoede buiten de stad te drukken dan het op te lossen.”

Foto: Rose Davies