TV NL EN

Emma Zuiderveen – Een zee van tweekleppigen en De kieuwbogen kleuren zalmroze

Winnaar Literatuur Open Call: Empathie

Door
Emma Zuiderveen

Een zee van tweekleppigen

I

Het waren explosieven, het was een

verouderde constructie, een stortvloed

van beton, steuren en leven dat wegsijpelde.

II

De bewoners van Marianske

huilen om oude dieren.

Duizenden vislijkjes verspreid over gruis

en zand, schubben waarin een toekomst

voorspeld ligt, iedereen zal verliezen.

Ze liggen als eenoog, spreken een

taal die het verleden reflecteert:

Kachovka dambreuk, zes juni 2023.

Wat beweegt het water, fluisteren ze,

tussen korrels aarde slipt de mogelijkheid

weg om anders te willen.

III

In de zilte grond zakt een geschiedenis weg. De velden

wenen niet maar in het zand vinden we onze botten.

De dam uit 1956 omgeeft zich met socialisme,

speelt de ster in de film Poem of the sea (1958):

‘Vergeet de peren en de hutten, we beslissen

over de komende duizend jaar,’ zei de held.

Ze verloren steppe en ecosysteem,

wonnen kanalen en energiecentrales.

De keuze duurde zessenzestig jaar, soms

vergeten we dat mensen de schaduw zijn,

dat het heden schril afsteekt tegen idealen.

IV

Ina wees, het bord met cijfers kwam

niet overeen met de hoeveelheid graven.

Vijfhonderdduizend ton aan mosselen,

die voorheen het water filterden.

Ina huilde om de zee van tweekleppigen

die niets meer filterden.

Honderdvijftig ton industriële smeerolie

meegesleurd naar de Zwarte Zee.

Het vet vormde gitzwarte schaduwbeelden,

sleepte vlezigheid mee die zilt werd.

Ina wende zich af, hoe dan ook omhuld

door rotting, een geur van dode vis en wier.

Meer dan honderdvijftig dolfijnen spoelde aan

in Bulgarije, de buik rood en de oogschacht

leeg. De karkassen vervuild met koper en zink,

zij waren niet de enige die stierven aan gifstoffen.

Anderhalf miljoen jonge steuren werden opgeschrikt

door vier meter hoge golven, door troebel en

toxisch water. De verslaggever zei:

‘Geen vis heeft het overleefd.’

Ina zweeg, de oorlog lag aan de oevers

van een leeggelopen stuwmeer.

V

De bewoners van Malokaterynivka

knielen neer bij een leeggelopen meer.

Uitgestrekt land dat in een leegte

neervalt, hoe tussen al het modder

de mensen overeind blijven, die

niet meer hardop dromen.

Toch staan ze daar, met ogen en handen

opengeslagen naar de hemel. Niemand

durft de namen te noemen van de koeien,

bruinvissen of steuren. Misschien

omdat we vergeten zijn hoe ze heten,

omdat we ze nooit hebben geleerd.

De bewoners van Malokaterynivka

knielen neer, geen afdruk blijft achter,

ze kijken hoe tussen al het modder

het vergezicht barst in de zon.


De kieuwbogen kleuren zalmroze

1.

Het landschap ziet er af uit, maar

boven het water zweven schimmen.

De arm van een graafmachine maait door de rivier,

die schept, en schept, en schept.

Kilo’s viskadavers pletsen

in de afvalcontainer tegen elkaar.

2.

Aan de rand van de oever steekt een vin

naar boven. De vis ligt op een bed

van zilverachtige schubben.

Je bent niet de enige.

Tussen de rotsen drijven vislijkjes, ze deinen mee

op de rivierboezem. Op het droge ligt een vissenkop,

hij kijkt met zijn lege oogschacht naar de hemel.

Je bent niet de enige.

In de 840 kilometer lange rivier van Tsjechië naar de Oostzee

drijven duizenden dode vissen. Verslaggevers filmen tussen

rotsen en kadavers een paar nog levende die naar lucht happen.

3.

De Oder stroomde Duitsland binnen, spoelde het leven eruit,

Brandenburg had van niets geweten.

Zes dagen te laat sprak Polen over een ecologische catastrofe

waar niemand verantwoordelijk voor was.

Ze noemden het een raadsel: waarom vissen en schelpdieren

stierven en het water ondrinkbaar werd.

Ik vraag mij af waarom we het weerloze als waardeloos zien,

waarom we de realiteit in vloeipapier verpakken.

Negen maanden later noemen ze het a perfect storm:

chlorine, mijnafval, droogte, de hoge concentraties stikstof en fosfor.

Een explosie van algen en een zuurstofarm waterlichaam,

langzaam warenvis en schelpdier gestikt.

4.

Je zei: ‘Hou maar van me.’

Je had geleiachtige ogen en scherpe tanden.

Huilde ik daarom niet toen je stierf?

Je werd een analyse: geleerde lessen en aanbevelingen.

Het instrumentarium tegen de volgende massale vissterfte

is de Kaderrichtlijn Water en de Richtlijn Industriële Emissies.

De oplossing is een juridische werkelijkheid.

Huilde ik daarom niet toen je stierf?

Je werd een waarschuwing: stop met chemisch afval lozen, want als de winters droog

en de zomers heet blijven, delven we volgend jaar weer visgraven.

De gevolgtrekking van een ramp die al decennia boven

onze hoofden hangt, je nadert met daverende snelheid

[je bent er al]

maar je nadert te langzaam voor het gulzige oog.

Huilde ik daarom niet toen je stierf?

5.

De kieuwbogen kleuren zalmroze. Sommige bebloed,

sommige bedekt met vliegen. Ik wil je vragen om vergeving,

maar hoe? Zal ik neerknielen aan de rand van een rivierbedding,

de vislijkjes strelen, hen woorden toefluisteren, goden aanroepen?

Zal ik met pamfletten en een slagzin op een kartonnen bord

meelopen in een stoet, roepend om een antwoord?

Zal ik doorgaan zoals ik deed maar een gedicht schrijven, waarbij

ik telkens in tranen uitbarst als ik de zinnen teruglees?

Niet om de zinnen zelf, maar om het beeld van het visje dat nog hapte.

Zal ik mezelf voor de glazen schuifdeuren van een olieconcern

vastketenen, mijn ledematen ter verankering in beton gieten?

Zal ik brullen op het uiteinde van een pier, waarna

ik verlang mijn lichaam weg te gooien als een gebruiksvoorwerp?

Ben ik liever opgeslokt of afgeleid, omdat

hoop alleen in kruimels wordt uitgedeeld?

Luister hier naar de gedichten op audio, begeleid door muzikant Tarif El-Fasih


Winnaars Open Call: Empathie

Deze tijden van oorlog en crises vragen om reflectie op de samenleving die we zijn en willen zijn. Daarom hebben De Balie en het Amsterdams 4 en 5 mei comité opnieuw de handen ineen geslagen voor een Open Call. Uit de vele bijzondere en uiteenlopende inzendingen heeft de jury zes winnaars geselecteerd: 3 in de categorie ‘beeldende kunst’ en 3 in de categorie ‘literatuur’. De winnaars hebben een geldbedrag gekregen om hun concepten uit te werken en presenteren dit in het weekend van 4 & 5 mei. Lees hier meer over de winnaars van de Open Call.

Sara Eelen – Schrijven als een beest

Winnaar Literatuur Open Call: Empathie

Door
Sara Eelen

1.

Schrijf een gedicht vanuit het perspectief van een dier. Eender welk niet-menselijk dier. Dat klinkt eenvoudig, maar het lukt me al vier jaar lang niet. De zelfopgelegde opdracht voelt in de eerste plaats als een vraag, namelijk of dat wel kan: schrijven of denken vanuit een ander perspectief dan dat van je eigen soort?  

De echte opgave bleek om dit schrijven te blijven beschouwen als een manier om contact te zoeken, als een verbindende, verbredende gedachtenoefening, en niet als een existentiële vraag. Want dat soort vragen leidt alleen maar tot meer vragen. Over het nut van poëzie bijvoorbeeld. Of over de veelheid van stemmen in deze wereld en het belang van nederigheid. Natuurlijk. Als dichter moet je voorbij die vragen hellen. Als dichter moet je je openstellen, op zoek naar de grenzen van je eigen denken, je eigen taal, je eigen toch vaak kleine en steeds weer krimpende wereld. Daarbuiten is een open, weelderige plek met een bron waar de dieren zich aan laven. De eigenlijke vraag is: hoe kom ik op die plek?

2.

Iets of iemand moet voelen vooraleer ik met hen mee kan voelen. Tot ver in de jaren tachtig werd verondersteld dat taal noodzakelijk was om gevoelens te hebben. Pasgeborenen en dieren vielen buiten deze categorie en mochten daarom zonder verdoving geopereerd worden. Dat baby’s gevoel hebben zal niemand nog ontkennen, maar het debat over emoties bij dieren blijft woelig, verstrikt in taboes en vooroordelen. Gedragsbioloog Frans De Waal zette zich zijn hele leven in om de rijke belevingswereld van dieren zichtbaar en begrijpbaar te maken voor de mens. Primaten, prairiewoelmuizen, papegaaien: hij toonde aan dat ze plezier kunnen maken, elkaar plagen, ruziën en het weer bijleggen, troost en hulp bieden, zich nu en dan schuldig of verdrietig voelen en empathisch gedrag vertonen. Dieren zijn op veel vlakken net als wij, want wij zijn dieren.

3.

Als ik me probeer in te leven in niet-menselijke dieren komen er vanzelf nevelpanters, zandgazelles en adelaars in mijn gedachten op. Wat verder van me af staat, intrigeert en doet me dromen. Ik wil weten hoe het is om boven een bergkam te bidden, alleen te kunnen drinken van de ochtenddauw of sluipend op zoek te gaan naar prooi in bomen. De woestijn door, het oerwoud in, het Atlasgebergte over. Daar een tak naar mijn nest dragen, verdwijnen in de kudde of pas ’s nachts tot leven komen. En dat zijn nog de eenvoudige gedachtesprongen. De volgende stap in verbeelding brengt me naar de groene gekko van Manapany, de Atlantische heilbot of de breedbanddwergzandbij. Hoe beleven zij de wereld? Het is een vraag als een open raam: je voelt de frisse bries al, maar het is een behoorlijke sprong vanuit het stadsappartement waar ik dit neerschrijf.

Als ik het internet afspeur naar wat er geweten is over empathie met dieren, kom ik echter bijna uitsluitend bij informatie over empathie met huisdieren terecht. Huisdierhouders zouden volgens vele artikelen empathischer zijn, volgens ander onderzoek juist afgestompt. Misschien klopt het beide wel. Ben je empathisch met dieren als je eentje uit het asiel haalt en het vervolgens elke dag voedert met het vlees van anderen? Ben je empathisch als je vindt dat je kat buiten moet kunnen jagen, haar instinct moet volgen, maar zo jaarlijks honderden vogels en knaagdieren doodt?

Dierenliefhebbers houden vogels in kooien, vissen in kommen, konijnen in hokken, paarden in stallen. Maar ze houden van hen, ze geven hen voedsel, betrekken hen in gesprekken, maken zich zorgen als het dier niet langer likjes geeft in het volle aangezicht. Belgen besteden jaarlijks 3,5 miljard euro aan huisdieren, waarvan een aanzienlijk deel gaat naar lekkernijen, speeltjes en was- en trimsalons. De omgang tussen ‘huis’dier en ‘baasje’ is vooral gebaseerd op wat het baasje leuk vindt. Een gecastreerde, overprikkelde hond met een genetisch ingekweekt ademtekort meenemen naar yogaklas heeft weinig met het welzijn van het dier te maken. Het mag je verbazen, maar de meeste gezelschapsdieren vinden het niet fijn als je ze kleren aan doet, bizarre trucs met hen uitoefent voor een TikTok-filmpje of zelfs dat je ze knuffelt.

Empathie lijkt vaak maar zo ver te gaan als wat we kunnen zien, wat we als de norm beschouwen en hoe ‘anders’ we de ander ervaren. We zijn dan wel dieren, maar erg gesocialiseerde, visueel ingestelde en hiërarchisch denkende dieren. Dat maakt het simpel om levensvormen die niet door de mens gedomesticeerd zijn te negeren. We accepteren het als maatschappij dat dieren onze doelen moeten dienen – voedsel, kleding, gezelschap, status, onderzoek, juwelen – of daar alleszins voor moeten wijken – denk aan landbouw, woongebied en zelfs recreatieruimte. Dat accepteren gaat zonder veel moeite zolang we het maar niet moeten zien, zolang de dieren maar geen taal krijgen. Het verdienmodel van dierentuinen kan maar werken doordat we het in ons hoofd gebolwerkt krijgen dat onze empathie en interesse voor dieren in het wild het opsluiten van diezelfde dieren rechtvaardigt. De vee-industrie houdt maar stand achter gesloten deuren. We doen halsstarrig ons best om dieren als dom en inhoudsloos te beschouwen, ook al voelen vissen pijn, zijn varkens even slim als vierjarige kinderen en hebben we insecten nodig om ons afval te verwerken, de grond vruchtbaar te houden en de bloemen te bestuiven. Het maakt niet uit hoe nodig, slim of bewust een wezen is – we zijn de allergrootste dierenvriend zolang het ons maar dient.

4.

Tientallen onderzoeken wijzen uit: lezen maakt je empathiever. Door in aanraking te komen met nieuwe perspectieven groeit ons vermogen om gevoelens en gedachten van een ander aan te voelen. Dit gaat vooral om cognitieve empathie. Willen we meestappen in het verhaal, dan moeten we ons inbeelden hoe het is om de ander te zijn, in zijn of haar situatie vast te zitten. Cognitieve empathie wordt ook wel inlevingsvermogen genoemd, al gaat volgens sommige inlevingsvermogen nog net wat verder doordat het niet alleen over aanvoelen en inleven gaat van andermans gevoelens, maar ook over het begrijpen van hun belangen, wensen en behoeften.  

Een bijzonder beklijvende tekst kan ook emotionele empathie aanwakkeren. Als een tekst lijflijk genoeg is kan hij onze spiegelneuronen doen aanspringen, waardoor we zonder het te beseffen of zelf te willen voelen wat de ander voelt.

Emotionele empathie is aangeboren, cognitieve empathie aangeleerd, maar beide ontwikkelen zich verder als we ouder worden. We kunnen het vermogen oefenen, sterken als een spier. Dankzij onze spiegelneuronen kunnen we empathie voelen voor dat wat op ons lijkt, ook al begrijpen we de context niet. Dankzij onze cognitie kunnen we ons inleven in levensvormen die niet vanzelf onze empathie opwekken, die niets op ons lijken, maar waar we de context van kunnen onderzoeken. Niet-menselijke levensvormen vallen in beide categorieën.

5.

Dichters schrijven graag en vaak over dieren, maar gedichten vanuit het dierlijk perspectief blijken schaars. Ik vraag al maanden aan iedereen die ik tegenkom of zij zo’n gedichten kennen, maar kom telkens met lege handen thuis. Het internet is nooit een goede plaats om poëzie te vinden, maar wanhopig waag ik het erop. Het brengt me op Brainly, een website waar studenten elkaar helpen om moeilijke huiswerkvragen te beantwoorden. Een van de vragen is ‘Why does the poet want to live with animals?’. Er volgen robotachtige antwoorden als ‘The poet finds animals are better to live with as they are less complaining about life and lead peaceful lives in contrast to the humans.’ Ik vind nergens een aanwijzing over welke ‘poet’ dit gaat.

Op een andere website wordt wederom de vraag gesteld waarom dieren zo’n populair onderwerp zijn binnen de poëzie. ‘The animal subject exists for our pleasure, and at our pleasure. We use the animal in poetry, as we use it in industry, agriculture, science, zoos, to accomplish a specific purpose and satiate a specific desire: nutrition, entertainment, status, or fodder for contemplation.’ Voorlopig ken ik geen enkele dichter die hier mee akkoord zou gaan.  Als ik het juist inschat denken de meeste dichters er eerder zo over als de Amerikaanse schrijver Larry Levis. In zijn essay ‘Some Notes on the Gazer Within’ oppert hij dat dichters vaak over dieren schrijven, niet omdat ze geïnteresseerd zijn in hoe dieren op mensen lijken, maar juist omdat dichters een honger hebben naar dat wat puur en anders is.

6.

Voorlopig vind ik in gedichten dus niet de toegangspoort naar de innerlijke wereld van de dieren. Toch ben ik zeker de eerste niet die zich aan dit schrijven waagt. In de literatuur wemelt het van de dieren. Animal Farm van George Orwell, The Tale of Peter Rabbit van Beatrix Potter, The Jungle Book van Rudyard Kipling, Grief is the Thing with Feathers van Max Porter, Life of Pi van Yann Martel, Een dagboek van een poes van Remco Campert en alle boeken van Annie M.G. Smith, Sylvia Vanden Heede en Toon Tellegen, het zijn maar enkele voorbeelden van dierrijke verhalen. Opvallend is dat deze dieren vaak dicht bij de mens blijven. De poes van Campert observeert zijn menselijke huisgenoten, de boerderijdieren van Orwell staan symbool voor de sociale strijd die de mensen voeren, Kipling zoekt uit hoe jungledieren een kind zouden groot brengen, Martel zijn Bengaalse tijger is een religieuze allegorie, Porter zijn kraai belichaamt de rouw van het hoofdpersonage, Tellegen en Vanden Heede hun dieren eten taart op hun verjaardag, bij Smith kunnen ze dan weer met de mensen praten en het konijn van Potter draagt zelfs een jasje.

Over dieren schrijven betekent natuurlijk niet dat de auteurs ook werkelijk iets over de niet-menselijke dieren willen zeggen. Soms dienen ze maar als poppetjes, gedaantes die leuker zijn om naar te kijken of die het eenvoudiger maken om trieste of absurde boodschappen over te dragen. In fabels, parabels, sprookjes en fantasieverhalen ontsnap je niet aan de sluwe vos, de wijze uil of het bange schaap. Het is ontroerend hoe diep de dierlijke archetypes verankerd zijn in onze cultuur, zeker in kinderverhalen. Het toont hoe inspirerend we de dierenwereld vinden en hoe dieren vaak dienen als onze leerschool op vlak van empathie. Het enige, grote gevaar: voor we het beseffen geloven we dat dieren echt zo eenduidig zijn.

Zelfs romanschrijvers die over dieren schrijven omdat ze de mens niet langer centraal willen stellen, lopen in de val om het dierlijk perspectief in te vullen alsof het menselijk is. Antropomorfisme in plaats van antropocentrisme, het lost niet veel op. Het is een moeilijke evenwichtsoefening om dieren en mensen als meer gelijk te beschouwen, zonder menselijke eigenschappen aan de dieren toe te dichten. Daarvoor is het nodig om bij elke zin stil te staan wat menselijk is en wat we alleen maar menselijk noemen. Kleding, koekjes bakken en naar de tandarts gaan zijn menselijke noden. Maar dromen, denken, spelen, jatten – dieren kunnen het ook, zo wijst steeds meer onderzoek uit, ze doet het alleen op hun eigen manier. Met minder woorden, meer vergiffenis.

7.

Ik merk dat ik daarom vaker naar non-fictie grijp als ik dichter bij de dieren wil komen. Ook daar geen gebrek aan hen. Vooral over olifanten, leeuwen, wolven en honden wordt veel geschreven. Jennifer Ackerman vertelt ons alles over de vogels, Jonathan Balcombe alles over de vissen – onze onderwaterneven volgens hem – en Jon Katz schreef naast zijn vele boeken over de trouwe viervoeter ook eentje over een ezel die hem de betekenis van compassie toonde.

Deze boeken leren ons veel over dieren, vaak zelfs over hun innerlijke wereld, maar als lezer voel je toch een afstand. Het dier is vaak maar het onderwerp van schrijven omdat het een uitzonderlijke relatie ontwikkelde met de auteur – denk aan ‘Marley and me: life and love with the world’s worst dog’ van John Grogan. Of het dier wordt onderzocht omdat het van nut kan zijn voor de mens – denk aan ‘Op de schouders van de natuur: Hoe tien miljoen soorten onze levens redden’ van Anne Sverdrup-Thygeson. Of een enkel dier wordt uitgekozen omdat het vaardiger lijkt dan zijn soortgenoten, veel te vaak omschreven als dat het dier bijna menselijk werd – denk hierbij aan Ralph Helfer zijn boeken die zo goed als allemaal ondertitels hebben die Het Ware Verhaal van het Geweldigste dier ooit beloven. De dieren worden bekeken, bestudeerd en beperkt om deze verhalen op te tekenen. Ze worden niet belichaamd.

De Amerikaanse schrijver Charles Foster gaat daarom een stap verder in zijn boek ‘Being a beast’, naar het Nederlands vertaald als ‘Leven als een beest’. Wekenlang leefde hij als das, otter, edelhert, vos en gierzwaluw. Hij at regenwormen, zwom ’s nachts in rivieren en wroette door vuilnisbakken. Zijn boek wordt door velen als een warm pleidooi gezien voor empathie met andere soorten. Het gaat ervanuit dat door fysiek dezelfde ervaringen te hebben, door onze zintuigen terug wilder te maken, we beter begrijpen hoe het is om een niet-menselijk dier te zijn. Maar deze dieren hebben vacht, hun magen verteren anders, hun ogen zien beter in het donker. Dat heeft te maken met evolutie en met elkaar aanvullende en uitdagende ecosystemen. Je kan dit niet op enkele weken overstijgen, je kan alleen maar in de weg lopen. Gelukkig beseft Foster dat maar al te goed. Hij verzucht meermaals: ‘Were [my journeys] fool’s errands? Was I describing anything other than the inside of my own head?’

Want daar hapert ons inlevingsvermogen. We kunnen nooit in het hoofd van de ander, laat staan dat van een hele andere soort. De Amerikaanse filosoof Thomas Nagel schreef in 1974 al in zijn essay ‘What Is It Like to Be a Bat?’ dat mensen nooit volledig de innerlijke ervaring van een dier kunnen begrijpen. ‘Even if I try to picture what it’s like to fly on webbed wings and spend most of my time hanging upside down, all I can imagine is what it would be like for me to be a bat, not what it’s like for a bat to be a bat.’

De vraag is of dat moet. Zo heeft de boek ‘The Peregrine’ van J.A. Baker veel mensen dichter bij de slechtvalk gebracht, gewoon door de slechtvalk scherp in beeld te houden. Op Goodreads zegt een lezer over Baker zijn werk: ‘He walks around and looks at birds and writes about them real good.’ Misschien is dat al heel wat. Soms is het beter zo helder mogelijk te beschrijven waarom iets niet lukt, dan blind en verstard op zoek te gaan naar bewijzen dat we het allemaal doorgronden. Ook dat is een manier om de heersende rol van de mens af te zweren en zo dichter bij de dieren te komen. De verschillende wormsmaken kunnen onderscheiden, gaat ons niet empathievoller maken met andere levensvormen. Langer in de natuur zijn, dichter bij de grond, de bomen en de dieren herkennen en zo erkennen, kijken tot we deel zijn van het landschap, dat misschien wel.

8.

Willen we de dieren beter begrijpen, moeten we erkennen dat een dier maar een dier kan zijn dankzij het landschap, nu doen ze dat veel te vaak ondanks. We hebben hun leefgebieden ingeperkt en afgenomen door veeteelt, monocultuur en bebouwing. We hebben het aangetast door allerlei uitheemse soorten en ziektes te importeren. We hebben het dier uit landschap gehaald en in onze huizen, dierentuinen en onderzoekscentra opgesloten. De vraag rijst of het dier dan nog wel zichzelf kan zijn. Haal een maanvis uit het water, een poolvos uit het sneeuwgebied, een meerkat uit de Kalahari en zeg me wat je overhoudt.

De hechte band tussen leven en landschap stelt de schrijver voor vele uitdagingen. Misschien verklaart dat waarom we zo vaak grijpen naar dieren in onze directe omgeving of de dieren afzwakken tot archetypische of menselijke vormen. Misschien is de barrière om dieren te begrijpen die in woeste woestijnen, uitgestrekte ijsvlaktes of dichtbeboste kelpwouden leven zo ontzaglijk als die woestijnen, ijsvlaktes en kelpwouden zelf.

De Nederlandse schrijver en dichter Anne Broeksma reisde voor haar laatste boek, ‘Een verhaal met schubben’, de hele wereld rond om het schubdier beter te leren kennen, maar verontschuldigt zich voor deze vele reizen in haar dankwoord. Het is geen simpele vraag: hoe ver mag je reizen, hoe groot mag je ecologische voetafdruk worden en hoe dicht bij de dieren mag je komen opdat het nog voordelig voor de dieren en het landschap is?

Daarbij komt nog de extra uitdaging dat we graag denken, lezen en schrijven over onbezorgde dieren in ongeschonden leefgebieden waarin wij als mens welkom zijn, maar deze context bestaat al lang niet meer. De meeste dieren moeten het doen met een verschraald stukje grond dat het laatste decennia onderhevig was aan stijgende temperaturen, vervuiling, nieuwbouw en andere door mensen veroorzaakte moeilijkheden. Wil ik dus schrijven vanuit het perspectief van dieren, dan moet ik me niet inbeelden dat ik een mens onder de Sumatraanse neushoorns ben, maar een Sumatraanse neushoorn onder de mensen.  Want zo is de wereld vaker ingedeeld: het dier wordt belemmerd door menselijke grenzen, het dier moet zich altijd maar aanpassen aan de menselijke wil. Nevelpanters, zandgazelles en adelaars – allemaal lijden ze eronder. Het wordt moeilijker voor hen om eten te vinden, een partner te ontmoeten, jongen groot te brengen, niet in de handen van een stroper of jager of door vergif te eindigen. De gekko van Manapany, de heilbot en de breedbanddwergzandbij zijn allemaal met uitsterven bedreigd. Het is de uitdaging van de eenentwintigste eeuw om dieren te begrijpen door ze juist met rust te laten, ze meer ruimte te geven.

9.

En dan is er nog die verdomde menselijke taal. Houdt zij ons weg van de dieren en zo ja, kunnen we ooit van haar los komen? Moet ik dat als dichter wel willen?

Een eerste stap kan zijn om dieren niet langer te objectiveren en commodificeren in ons spreken en schrijven. We eten geen vis, we eten een vis. We bezitten onze gezelschapsdieren niet, we verzorgen ze of leven met hen samen. In plaats van naar dieren te verwijzen met onpersoonlijke voornaamwoorden, gebruiken we beter hun namen of verwijzen we naar hen door hij en haar te gebruiken.

Een tweede stap is om zo min mogelijk het onderscheid te maken tussen dieren en mensen in onze taal, want dat onderscheid doet ons denken dat er een onoverbrugbaar verschil is, een wij en een zij. Het doet ons geloven dat wij geen dieren zijn. We hebben minder opdelingen nodig, meer aanduidingen. Het geven van soortnamen is een menselijk gebruik, iets waar de dieren en planten geen nood of notie aan hebben, maar het helpt ons om de veelheid aan leven te begrijpen en waarderen. Een aalscholver is geen uil is geen mees is geen rosse stekelstaart. En toch noemen we hen allemaal vogels. Een vis is geen worm is geen spin is geen amfibie. En toch noemen we hen allemaal dieren. Niets mis mee als we verbanden willen benadrukken, maar problematisch als we alles daardoor aan elkaar gelijkstellen.

Onze taal biedt juist een kans om categorieën open te breken, om iedereens eigenheid een plaats te geven. Elke dag sterven er soorten uit en één van de manieren om hun bestaan niet volledig uit te wissen, is door hen namen te geven en te onthouden. Zo zetten biologen alles in teken om de Gasteranthus extinctus, een feloranje bloem vernoemd naar haar eigen uitsterven, terug te vinden – en met succes, de plant werd in Ecuador op een moeilijk te bereiken bergwand na jaren teruggevonden. Zonder naam hadden de wetenschappers zich niet zo ingezet en had deze herontdekking ons niet bereikt.

Uiteraard neemt het benoemen van flora en fauna de nodige gevaren mee, namelijk dat het allemaal weer rond de mens gaat draaien. Veel planten en dieren zijn genoemd naar dictators, slavenhouders of koloniale onderdrukkers. Meer dan zestig procent van de planten in Nieuw-Caledonië, een eilandengroep in de Stille Oceaan, is naar Fransen genoemd, en 94 procent van hen waren mannen. Er bestaat een Sloveense kever die naar Hitler is vernoemd, als eerbetoon, met als gevolg dat het dier nu illegaal bejaagd wordt – neonazi’s willen er wel 1500 euro voor neerleggen. De Scotts troepiaal, een zangvogel die in het Zuiden van Amerika en in Mexico leeft, werd genoemd naar Winfield Scott, een Amerikaanse generaal uit de 19de eeuw die medeverantwoordelijk was voor de verplichte herlocatie van duizenden oorspronkelijke bewoners. Zo zijn er tal van voorbeelden. Ook sluipen vooroordelen en ongevoeligheden in de namen van dieren die hier zelf geen oordeel over mogen vellen. De itajara, een straalvinnige vis uit de familie van zaagbaarzen, wordt nog veel te vaak een ‘joodvis’ genoemd. The gypsy moth, bij ons gewoon een plakker genoemd, werd recent ‘spongy moth’ gedoopt nadat er commotie ontstond over de ongevoelige naam. Ook in Zweden hernoemde ze in 2013 en 2015 verschillende vinksoorten die racistische namen hadden.  Daarbovenop werden in het verleden veel levensvormen losgekoppeld van de namen die oorspronkelijke bewoners gebruikten en herdefinieerd door ‘de nieuwe ontdekkers’. Ook dichters hebben zich hier schuldig aangemaakt. De beroemde Indiase schrijver Tagore hernoemt bloemen uit het oerwoud opdat hun namen beter in zijn gedichten passen.

Dit alles zorgde voor het ontstaan van een protestbeweging in Amerika, met hun grootste eis dat ongevoelige soortnamen herbekeken worden en dit jaar wonnen ze hun strijd. 260 Amerikaanse vogelsoorten zullen hernoemd worden. Dit is goed nieuws voor de mens, maar ook voor de dieren, want ongevoelige soortnamen bemoeilijken empathie met deze soorten. Niemand wil meevoelen met de Hilterkever. De dieren verdienen een naam die hen en niet ons zichtbaar maakt.

Stap drie: Het versterken van ons contact met dieren gaat verder dan alleen het geven van soortnamen. Gakken, zwermen, grazen, ruien, winterslaap en ochtendkoor. Door dierlijke eigenschappen en gedragingen zo exact mogelijk te benoemen, verruimen we onze realiteitszin en ons verbeeldingsvermogen. Deze woorden roepen meteen een zeer specifiek beeld of geluid op en bij mij alvast ook een gevoel. Het daagt me uit om de wereld in te gaan en de taal in leven om te zetten, het leven weer in taal. Er is nog zoveel dat we moeten ontdekken, nog niet begrijpen, nog zoveel dat naar woorden verlangt. Echolocatie, de voor ons onwaarneembare kleuren die kolibries zien, het tiptappen van de molrat om met zijn soortgenoten te praten, de liederen van bultrugwalvissen, de zwembewegingen van een krab doorheen diep water, de geur van een soortgenoot ontdekken op een steen en het als ontmoeting met jouw geur overplassen. Waren daar maar woorden voor.

En als verlengde, stap vier, kunnen we taal zoeken voor de kostbare, kwetsbare momenten dat mens en niet-mens elkaar ontmoeten. Het in de ogen kijken van een hert, katten die terwijl ze hunzelf proper maken als vanzelf ook de hand op de zetel naast hun beginnen te likken, een octopus die zijn zuignap in je handpalm zet, een glanzende schelp die aanmeert bij je voeten, alles wat verreikende verhalen vertelt.

Ook de minder mooie vormen van contact zouden taal moeten krijgen, zodat we ze minder uit de weg kunnen gaan. Het door merg en been gaande gehuil van koeien als hun kalveren worden afgenomen. Het roodkleuren van zeewater na de dolfijnenjacht. Het minutenlang stuiptrekken van een haas als de jager hem wel raakte, maar niet meteen doodschoot. Het tussen vingers doodknijpen van een lieveheersbeestje en meteen beseffen dat dat onnodig was.

Het is niet waar dat taal nodig is om gevoelens te hebben, maar het is wel zo dat taal kan helpen de gevoelens scherp te stellen en met elkaar te delen. Zo goed als alle dieren communiceren, maar de meeste doen dat anders dan wij. Dieren zorgen voor elkaar, maar niet altijd zoals wij dat herkennen.  Dieren vrijen, voelen, vragen – maar wij weten niet altijd hoe. De empathische oefening is het herdefiniëren van wat communicatie, zorg, seks en beleving kan betekenen, niet het herdefiniëren van de dieren zelf. We zouden ervan kunnen leren.

10.

Nu ik dit essay schrijf en dus gefocust ben op de zoektocht naar het niet-menselijke perspectief, kom ik elke dag wel een voorbeeld tegen van hoe ver we hier nog van staan. In het koffiehuis om de hoek hangt een affiche van een campagne om mensen meer aan het lezen te zetten. Op de poster staat iemand afgebeeld die kreeftensoep kookt, terwijl de kreeft met een van haar poten een boek omhooghoudt met als titel ‘Dagboek van een kreeft’. De kok leest bevallig terwijl ze onverstoord in de pot roert. We vinden het blijkbaar geen conflicterende gedachte dat we enerzijds een boek willen lezen om een dier beter te begrijpen, anderzijds dat dier levend koken – zo zeer dat we het zelfs tegelijk zouden doen.  Het kan ook grappig zijn bedoeld, maar dan illustreert de grap alleen maar hoe ongevoelig we dieren vaak behandelen.

Naast de kreeft en de soep hangt een andere poster, eentje die reclame maakt voor Concerten voor menselijkheid. Het evenement wordt georganiseerd door een van de grootste klimaatorganisaties van het land, maar kiest met de naam van dit festival onbewust voor de uitsluiting van alle niet-menselijke dieren. Uiteraard snap ik dat er geen dieren op het podium gevraagd worden en dat we voorrang geven aan de vele menselijke crisissen, maar als we echt een nieuw wereldbeeld willen ophangen schiet het humanisme tekort. Zolang de mens centraal blijft staan, raken de crisissen niet opgelost.

11.

Naast cognitieve en emotionele empathie bestaat er nog empathie in actie, wellicht de belangrijkste soort. In plaats van mee te voelen met een ander en nadien onze dag te vervolgen, zorgt deze stap dat we iets gaan ondernemen om het lijden van de ander weg te nemen. Het ware tekort zit volgens mij hier. Mensen hebben genoeg empathie, maar gaan zelden over tot actie, zeker als het over dieren gaat. We zijn bang om de status quo te doorbreken, we denken dat we niet kunnen of mogen helpen en schudden het verdriet van een ander liever snel van ons af. Schrijven kan tonen dat niets van dit alles waar is. Schrijven kan een actie zijn. Schrijven kan in actie zetten. Voor mij rechtvaardigt dit alle drempels die je als schrijver over moet en vaak niet over zult raken bij het schrijven over andere levensvormen.

Frida Kahlo zei dat ze de bloemen schildert zodat ze niet doodgaan. Ik schrijf over niet-menselijke levensvormen omdat ik ze meer ruimte wil geven om te leven. Ik schrijf over niet-menselijke dieren omdat ik ze wil begrijpen. Dat wil niet zeggen dat dat lukt, maar het is een stap in de goede richting. Zoals Charles Foster zei: ‘Perhaps, for a human, being an animal is just an extreme mode of empathy – no different in kind from what you need to be a decent lover or father or colleague.’

Ik ben benieuwd hoe ver dit experiment me kan brengen. Kan ik mijn empathie uitrekken tot hij ook vervuilde zoetwater meren, verschuivende duinen, smeltende gletsjers of levenloze achtertuinen behelst?  De poging strandt volgens mij vanzelf, daar waar de veelheid van stemmen het nut van poëzie overstemt en het belang van nederigheid mij inhaalt. Zo zijn meteen ook die vragen beantwoord. 

Winnaars Open Call: Empathie

Deze tijden van oorlog en crises vragen om reflectie op de samenleving die we zijn en willen zijn. Daarom hebben De Balie en het Amsterdams 4 en 5 mei comité opnieuw de handen ineen geslagen voor een Open Call. Uit de vele bijzondere en uiteenlopende inzendingen heeft de jury zes winnaars geselecteerd: 3 in de categorie ‘beeldende kunst’ en 3 in de categorie ‘literatuur’. De winnaars hebben een geldbedrag gekregen om hun concepten uit te werken en presenteren dit in het weekend van 4 & 5 mei. Lees hier meer over de winnaars van de Open Call.

Jente Posthuma – Maar een mens

Winnaar Literatuur Open Call: Empathie

door
Jente Posthuma

Maar een mens

In Yoga beschrijft Emmanuel Carrère een afschuwelijk nieuwsbericht dat hij ooit las en nooit meer uit zijn hoofd heeft gekregen. Nu zit het ook in mijn hoofd. Tijdens een lunch met mijn uitgever begin ik erover. Zij heeft het boek ook gelezen.

Dat afschuwelijke nieuwsbericht, zeg ik. Ik zal het niet herhalen voor het geval je het vergeten bent. Anders zit het weer in je hoofd.

Ik ben het vergeten, zegt ze.

Ik zal het niet herhalen, zeg ik.

Maar ik wil het graag herhalen en moet mezelf schrap zetten om het niet te doen.

Ik leende het boek van een kennis, een tekenaar. Heb je dit gelezen, vroeg ze toen ik haar opzocht in haar atelier. Ze hield Yoga van Carrère omhoog. Neem maar mee. Ik weet niet waarom ze graag wilde dat ik het las. Wel weet ik nog dat ik me goed voelde in mijn nieuwe pak van Bonne Suits en dat ze zei: Iedereen heeft dat pak.

Thuis legde ik Yoga op een hoge stapel met boeken die ik nog moest lezen. Na een tijdje zette ik het ongelezen op de boekenplank. Een jaar later appte ik de tekenaar dat ik haar het boek terug wilde geven, omdat ik het nog steeds niet gelezen had. Ik zou het zelf kopen, schreef ik. Hou het zo lang als je wil, schreef ze terug. Toen ik het nóg een jaar later uit had en haar bedankte, appte ze terug dat ze de inhoud van het boek helemaal vergeten was. Volgens mij vond ik hem een Franse eikel, schreef ze. Maar dat vond hij zelf geloof ik ook.

Aan het eind van het boek vliegt hij uit de bocht, zegt mijn uitgever.

            Ja, zeg ik. Als hij die veel jongere vriendin krijgt.

            Ja. Dan gaat hij gewoon weer op de oude voet verder.

            Hij was best wel een Franse eikel, maar hij doorzag dat bij zichzelf, zeg ik. Dat vond ik goed. En dan komt die jonge vrouw en wordt hij weer een cliché.

De eerste keer dat ik lunchte met mijn uitgever begon ik ergens halverwege ons gesprek te huilen. We hadden het over de angst van mijn moeder en die van mijn vader en over hoe ik me verstop, omdat ik bang ben voor mensen, een onderwerp in mijn volgende boek. Het was iets in haar aandacht, de oprechtheid ervan, waardoor ik me niet groot kon houden en het verraste me toen mijn uitgever kwam met een verhaal over haar moeder en haar eigen verleden en hoe ze met soortgelijke thema’s te maken heeft gehad als ik. Tot op dat moment had ik haar alleen nog gepantserd gezien, in grotere gezelschappen op de uitgeverij. Ik wist niet dat ze zo open kon zijn, dacht ik na afloop en ik dacht aan de uitdrukking ‘Ik ben ook maar een mens’, dat ik het altijd zo grappig vind als iemand dat zegt.

Tijdens deze tweede lunch vraagt mijn uitgever me hoe het gaat en ik zeg ‘goed, maar met de wereld gaat het niet goed’ en ik weet dat ik haar niet moet aankijken want dan ga ik weer huilen dus ik kijk uit het raam en zeg: ik ga niet wéér huilen. Ze lacht. We praten over zwemmen. Ik zeg dat ik op zwemles zit, dat ik wil leren borstcrawlen om voorbereid te zijn wanneer ons land door klimaatverandering onder water komt te staan, dat ik dat zeg vanwege het dramatische effect maar dat ik eigenlijk gewoon indruk op mijn familie en vrienden wil kunnen maken deze zomer. Ze zegt dat ze vroeger op nationaal niveau waterpolo speelde.

Wat? Maar dat is een keiharde sport, zeg ik.

Ik dacht dat ze zacht was. Nu blijkt ze toch weer hard.

Yoga van Emannuel Carrère, zeg ik tegen mijn zen-meditatieleraar na afloop van een les. In het smalle halletje naast de zendo zwermen leerlingen om elkaar heen in een poging zo conflictloos mogelijk bij hun jas te komen. Hij staat er in zijn zwarte zen-pak tussen en lijkt onaangedaan.

C a r r e r e, spel ik en wurm me in mijn jas. Dat gaat niet alleen over yoga, maar ook over meditatie, en gekte. Op het einde na vond ik het wel goed. Omdat hij zichzelf niet spaart.

In de les hadden we het over de stoïcijnen gehad en over de gemoedsrust die je nodig hebt om je echt bij anderen betrokken te kunnen voelen. Emotionele reacties hebben de neiging om je perspectief te versmallen, zei hij. En dat leidt tot het tegendeel van betrokkenheid. Compassie vraagt om het vermogen om niet direct te handelen naar je emoties. Hij vertelde het verhaal van Avalokiteshvara, de bodhisattva van het mededogen. Zij was in staat om elke hartenkreet te horen, haar hoofd explodeerde ervan. Na die explosie ontstonden er nieuwe hoofden en een heleboel armen met handen die ieder een oog in hun palm hielden. Nu kon ze opnieuw al het lijden aanhoren maar zonder erdoor overweldigd te raken. Zo kon ze, waar nodig, een helpende hand bieden. Niet blind, maar met open ogen, benadrukte hij. Want niet elk helpen is behulpzaam.

Ik dacht aan een filmpje dat ik die ochtend had gezien waarin een Palestijns kind in een Ronaldo-shirtje vertelt hoe hij aan het voetballen was toen het hoofd van zijn buurjongen explodeerde. Zijn hersenen lagen eruit, zegt hij. Hoe kunnen we hier blijven, roept hij in tranen. Dit is geen leven.

Tijdens dokusan, de besloten ontmoeting tussen zen-leraar en -student in het kamertje naast de meditatieruimte, was ik over Gaza begonnen.

Wat moet ik doen, had ik gevraagd. Hoe kan ik mijn gemoedsrust bewaren zonder mijn ogen hiervoor te sluiten?  Ik heb gedoneerd, petities getekend, gedemonstreerd, maar het is niet genoeg.

Dat je geraakt wordt is menselijk, zei hij. Maar dat geeft ongemak en dat wil je wegnemen door iets te doen. Alleen gaat dat niet. Kijk wat je in praktische zin kunt doen. Oog hebben voor je omgeving kan ook op een bescheiden manier, door de waarde zien van wat er om je heen is. Vraag niet van jezelf om meer te doen dan dat.

Als mijn man thuiskomt van de supermarkt vertel ik hem over het Palestijnse kind met het geëxplodeerde hoofd. En over een andere jongen, de 11-jarige Asem, die steeds glimlachend in de camera kijkt, hoe zijn ogen veranderen als hem naar zijn vader en moeder wordt gevraagd, die allebei zijn vermoord. Ik wil het niet horen, zegt mijn man maar ik praat toch door. Ik volg hem naar de keuken, waar hij de boodschappen uitpakt, en stop pas met praten als hij een zak iets-kruimige aardappelen op tafel legt. Waren de vastkokende aardappelen op, vraag ik. Hij knikt. Alles is altijd op in die kleine Albert Heijn. Ik haat die winkel.

Even later hoor ik hem in het trappenhuis praten met onze benedenbuurvrouw. Een paar jaar geleden overleed haar vader en sinds kort is haar moeder er ook niet meer. We hadden haar nog niet gesproken sinds het gebeurde, omdat ze in het huis van haar moeder zat. Eigenlijk moet ik haar ook even begroeten, maar ik voel me nog te wankel door de oorlogsbeelden die ik net weer heb opgerakeld. Vorige week, toen we het overlijdensbericht ontvingen, hadden we haar een berichtje gestuurd. Wat app jij haar, had ik mijn man gevraagd. Veel sterkte, zei hij. En dat ze het gewoon moet vragen als ik iets voor haar kan doen. Dat zeggen mensen altijd, zei ik. Dat is veel te vrijblijvend. Je moet iets concreets aanbieden, of eten brengen. Toen mijn moeder stierf vond ik het fijn dat een vriendin van mijn ouders ons elke dag eten bracht. Maar ze is al dagen niet thuis, zei mijn man, dus hield hij het bij gecondoleerd en veel sterkte. Zelf dacht ik nog even na over mijn bericht en toen ik niets kon verzinnen waar ze iets aan had schreef ik: Wat een verdrietig nieuws. Als ik iets voor je kan doen, aarzel dan niet om het te vragen. Lieve Jente, bedankt voor je steun! schreef ze terug. Dat waardeer ik zeer.

Op de verjaardag van een vriendin zit ik aan tafel tussen twee bekende schrijvers, allebei Joods en kind van Holocaust-overlevenden. Wat vond jij van het optreden van Ramsey Nasr bij Op1, vraagt de ene bekende joodse schrijver aan de andere. Ze doelt op het tv-fragment dat viraal is gegaan, waarin Nasr zich afvraagt wat de waarde van Palestijnse levens voor ons is. Kennen wij ook de namen van hún dode babies, hún vernederde grootouders en vermoorde kinderen? vroeg hij. Kennen wij hún individuele dromen, vrienden, schoolrapporten? Palestijnse levens worden doorgaans per aantal genoemd: 48 doden, 1200 gewonden. Geen namen, maar nummers. Dit geeft aan hoe wij ons mededogen verdelen, want ook Palestijnen worden levend verbrand, ook Palestijnse dorpen kennen pogroms uitgevoerd door Israeli’s, Palestijnse kinderen worden gemarteld, zitten jaren gevangen zonder aanklacht of hulp. En dit gebeurt generatie op generatie al meer dan 75 jaar. En misschien zijn we daardoor immuun geworden, het zijn voor ons geen mensen, het is verzameld leed.

Met natte ogen praatte Nasr verder, over een man die met een plastic tasje rondliep na een Israelisch bombardement op een overvol ziekenhuis in Gaza stad. Hij hield het voor zich uit boven de menigte, zei hij, alsof het een kostbaar brood bevatte. Het was geen brood. In het doorschijnende tasje zaten de restjes vlees en botten van zijn kinderen. En ik ben gaan zitten, zei hij, en ik heb gejankt als een dier.

Ik vond het sentimenteel, zegt de tweede bekende schrijver. Maar verder ok. De eerste schrijver vond het niet ok en ze somt op wat er niet klopt aan de feiten in Nasrs betoog. Het is lawaaiig in de kamer en ik heb moeite om haar te verstaan, omdat ze zich niet richt tot mij maar ik heb Nasrs tv-optreden ook gezien en mijn hart begint te bonken omdat ik me er als niet zo bekende niet-Joodse schrijver beter niet mee kan bemoeien maar ik weet dat ik dat toch ga doen. Ik ken dat gevoel bij mezelf. Dan ben ik niet te stoppen, als een kamikazepiloot stort ik me er dan in.

Sorry, zeg ik. Beide schrijvers kijken me aan. Ik durf me niet zo goed in dit gesprek te mengen, begin ik, omdat ik niet dezelfde emotionele band met Israël en de geschiedenis heb als jullie, bovendien kan ik jullie maar half verstaan, maar..

Geen probleem, zegt de tweede schrijver vriendelijk. Je kunt zeggen wat je wil. Graag zelfs. Ik voel me niet zo snel gekwetst.

Misschien bracht hij het wat theatraal, zeg ik over Nasr, en leidde dat af, maar inhoudelijk vond ik het goed wat hij zei.

De eerste schrijver begint te fronsen. Hakkelend ga ik door over de berichtgeving over Palestijnen, hoe zij in onze kranten als nummers worden aangeduid, hoe journalisten het woord ‘omgekomen’ gebruiken in plaats van ‘vermoord’ en Palestijnse kinderen die door Israelische militairen zijn gegijzeld ‘minderjarigen’ noemen die zijn ‘opgepakt’. Ik lijk zelf wel een kind, denk ik terwijl ik praat. Ik voel me een kind dat met de grote mensen wil meepraten. De eerste schrijver kijkt nu nog bozer en de andere nog steeds vriendelijk, maar wat hij zegt kan ik niet goed verstaan, bovendien ben ik vooral met mezelf bezig. Een kamikazepiloot met haperende motor ben ik, die suizend neerstort zonder doel te raken.

Ik voel me eigenlijk altijd een kind als ik over grote onderwerpen praat, over systemen, structuren, het oorlogskabinet, het patriarchaat. Het blijven lege termen zolang het niet over mensen gaat. Dat is min of meer wat Ramsey Nasr bedoelde in zijn monoloog, die ook mij enigszins stoorde in de manier waarop hij hem bracht, maar tegelijk vind ik dat je mensen die iets belangrijks te zeggen hebben niet op hun toon of manier van doen moet afserveren.

Ik druip af naar de keuken, waar ik een andere Joodse schrijver tref, iemand die zich openlijk uitspreekt tegen het optreden van de extreemrechtse Israëlische regering. Hij roert in een grote pan boerenkool en ik vertel hem over het moeizame gesprek dat ik zojuist voerde en nu rollen de zinnen gemakkelijk uit mijn mond, omdat ik hem ken en daarom weet hoe mijn woorden zullen landen. Dapper, zegt hij, dat je je toch hebt uitgesproken. Zijn compliment maakt me trots en ongemakkelijk. Was ik dapper of juist naïef en lomp. En wat doet het er eigenlijk toe als die oorlog er niet minder om wordt.

De rest van de avond blijf ik uit de buurt van de schrijver die boos op me werd. Ik sta achter mijn woorden maar geneer me voor de manier waarop ik ze bracht: ik roerde in iets dat dieper is dan ik kan overzien. Over het oorlogsverleden van haar familie heeft ze veel geschreven, op een manier die haar woede en angst goed invoelbaar maakt. Veel van haar conclusies deel ik niet, bijvoorbeeld dat er een vijand is die het pure kwaad vertegenwoordigt en moet worden uitgeroeid, maar ik begrijp wel hoe ze ertoe komt. Ik heb respect voor haar verleden. In boeken en interviews met Holocaust-overlevenden las ik veel over de schaamte die ze hebben gevoeld omdat ze tot iets onwaardigs werden gereduceerd en daardoor niet anders konden dan zich ook zo gedragen. Zij kenden het kwaad in anderen, en dat in zichzelf.

Dat maakt ze nog geen heiligen. Dat maakt ze mensen die iets onvoorstelbaars hebben doorstaan. Als kind was ik geobsedeerd door dat onvoorstelbare. Het dagboek van Anne Frank was niet genoeg, ik wilde alles weten. Ik bestudeerde de foto’s van concentratiekampen, van de bevrijde gevangenen, ik tuurde naar hun holle ogen waarin iets was uitgedoofd. Ook het uitgestreken gezicht van Josef Mengele bestudeerde ik en de priemende blik van Adolf Hitler. Zoals ik later lang kon kijken naar foto’s van seriemoordenaars, en nog later naar Donald Trump, of Bashar al-Assad, of Benjamin Netanyahu, of Yahya Sinwar, of Mark Rutte nadat Nederland niet voor een VN-resolutie over een staakt-het-vuren had gestemd. Ik zocht naar het kwaad maar dat openbaarde zich niet. Ik zag mensen.

Jaren geleden, toen ik veel verdriet had om een verbroken relatie en me eenzaam voelde, heb ik achter elkaar alle acht afleveringen van Claude Lanzmanns documentaire Shoah gekeken. Getuigenissen van het ergste dat mensen elkaar kunnen aandoen, negen en een half uur lang. Ik slurpte het op. Het was een soort zwelgen, vond ik achteraf, meeliften op het verdriet van anderen, de behoefte me ook een slachtoffer te voelen, me te laten overspoelen door het grote leed om mijn kleine leed even niet te voelen. Maar nu vraag ik me af of het niet ook voortkwam uit een verlangen me deel te voelen van iets groters, universeel menselijks, hoe duister ook, dus – op een nogal zwartgallige manier – uit een behoefte aan verbondenheid. Ik wilde de diepte in kijken en de bodem zien, mijn ogen er niet voor sluiten. Maar natuurlijk werd ik daar alleen maar nog somberder van.

Overtuiging is een emotie, zeg ik tegen mijn man als ik thuiskom van een meditatieles. Hij is iemand met veel overtuigingen. 

Een emotie, herhaalt hij. Dat denk ik niet hoor.

Jawel hoor, zeg ik.

            Mijn zen-leraar hield vandaag een verhaal dat me op een andere manier naar de dingen deed kijken. Goed verhaal, zei ik na afloop tegen hem, uit enthousiasme, maar dat klonk meteen stom, alsof ik vond dat hij het allemaal leuk verzonnen had. En nu wil ik mijn man over mijn nieuwe inzichten vertellen maar ze zijn nog zo vers dat ik de woorden niet op een rijtje heb.

De overtuiging die we bij sommige gedachten voelen is niet het resultaat van een rationeel proces, zoiets lukt me nog wel om op te lepelen. Je denkt dat je een overtuiging hebt omdat je daar bewijs voor hebt, maar het is andersom: omdat je overtuigd bent ga je allerlei gebeurtenissen zien als het bewijs daarvan.

Mijn man kijkt bedenkelijk en dat snap ik. Zo kort samengevat, zonder uitleg of nuance, is dit geen goed verhaal.

Het is wetenschappelijk bewezen, zeg ik snel, om ervan af te zijn.

Dit is waarom ik discussies vaak mijd. Ik kan er niets van, maar dat komt omdat ik er geen zin in heb om stelling te nemen, te verharden, te moeten winnen, want dan maak je geen contact. En dan blijven mensen boze wezens, en blijf ik bang.

Mijn angst voor mensen, waar ik het met mijn uitgever over had, is een overtuiging die ik graag los zou laten maar waar ik intussen ook steeds opnieuw bewijs voor zoek. In oude foto’s van concentratiekampen, in een negen uur durende documentaire, in filmpjes van Palestijnse kinderen zonder ouders of beelden van Hamas-strijders die rondrijden met het half ontblote, vervormde lijk van een jonge Israëlische vrouw. Blijf alert, zegt mijn overtuiging. Leer te zwemmen zodat je niet naar de bodem zakt. Ondanks mijn zwemlessen voel ik in het water vaak een lichte paniek. Ik ben bang voor water en voor mensen, ik vind de wereld een bedreigende plek. Maar ik heb geen oorlog meegemaakt, ik heb nooit gezien wat er op de bodem ligt. Heb ik dan wel recht van spreken?

Maanden later zie ik de bekende schrijver die boos op me was op het Boekenbal. De vriendin die de verjaardag gaf stelt me aan haar voor.

Dit is Jente, zegt ze. Of kende je haar al.

Ja, zeggen we allebei.

Onze gemeenschappelijke vriendin raakt met iemand anders in gesprek dus nu staan we tegenover elkaar.

Haat je me? vraag ik.

Nee natuurlijk niet, roept ze vrolijk. Waarom zou ik je haten.

Om de dingen die ik zei.

Er is veel lawaai dus ik buig me voorover om iets dichter bij haar oor te praten.

Misschien had ze me op die verjaardag wel helemaal niet verstaan, gaat door me heen. Of heb ik mezelf in mijn hoofd veel belangrijker gemaakt dan ik was. Die kans is groot. Maar, wat ook best waarschijnlijk is: misschien is deze vrouw wel helemaal niet zo haatdragend als ik dacht.

Winnaars Open Call: Empathie

Deze tijden van oorlog en crises vragen om reflectie op de samenleving die we zijn en willen zijn. Daarom hebben De Balie en het Amsterdams 4 en 5 mei comité opnieuw de handen ineen geslagen voor een Open Call. Uit de vele bijzondere en uiteenlopende inzendingen heeft de jury zes winnaars geselecteerd: 3 in de categorie ‘beeldende kunst’ en 3 in de categorie ‘literatuur’. De winnaars hebben een geldbedrag gekregen om hun concepten uit te werken en presenteren dit in het weekend van 4 & 5 mei. Lees hier meer over de winnaars van de Open Call.

Vacature Chef-kok

À la carte & banqueting

In het hart van Amsterdam produceert De Balie talkshows en publieksprogramma’s over thema’s die ons allemaal aangaan voor zeer veel verschillende groepen. Met haar programmering vraagt De Balie voortdurend aandacht van publiek, politiek en media voor ontwikkelingen in de samenleving. Maar De Balie is meer: het is een kweekplaats voor nieuwe initiatieven en ideeën, het is een denktank. Het is de plek waar kunstenaars, wetenschappers en journalisten commentaar leveren op maatschappelijke ontwikkelingen en waar politici en beleidsmakers met kunstenaars, denkers, opinieleiders, aanstormende talenten en publiek met elkaar in contact komen.

De Balie heeft een groot cultureel café-restaurant met ongeveer 120 zitplekken aan het Leidseplein. We voeren een dagverse ontbijt-, lunch- en dinerkaart met huisgemaakte en seizoensgebonden producten. De Balie verzorgt ook regelmatig grote luxe diners, lunches of borrels uit eigen keuken voor groepen van 20 tot 200 gasten. Het café-restaurant is een ontmoetingsplek voor publiek van de programma’s van De Balie en de andere theaters, bioscopen en podia rondom het Leidseplein. Een vlugge doorloop is dan ook essentieel en vormt het uitgangspunt van het keukenbeleid. 

De Balie bestaat uit een bevlogen team van circa 70 collega’s. De chef-kok geeft leiding aan onze keukenbrigade die momenteel bestaat uit twee souschefs en drie zelfstandig werkende koks. Nu de heropening in zicht is kan er weer gebouwd worden aan het team. Uiteraard werkt de chef-kok nauw samen met de bedrijfsleiders horeca en de planning & productiemanager. De chef-kok rapporteert aan de operationeel manager. 

Wat ga je doen als Chef-kok? Je…

  • bewaakt het kwaliteitsniveau van het werk in de keuken;
  • geeft leiding aan je team en verricht de daarbij horende administratieve taken;
  • stelt de menukaart samen, voor à la carte en banqueting. Je insteek bij het samenstellen van de menukaart en de omgang met ingrediënten sluit aan bij de maatschappelijke betrokkenheid die onderdeel is van ons culinaire programma Food for Thought.
  • bent verantwoordelijk voor gezonde keukencijfers, je bestellingen zijn correct, je waste blijft beperkt en je marges zijn nauwkeurig ingeschat;
  • werkt samen met de programmamaker aan het culinaire programma Food for Thought;
  • houdt toezicht op het onderhoud van de keukenapparatuur;
  • onderhoudt contacten en afspraken met verschillende leveranciers.

Wie zoeken we?

  • een ervaren en stressbestendige Chef-kok met goede communicatie skills;
  • een vakman/-vrouw met een uitstekend smaakgevoel, productkennis en affiniteit met de wereldkeuken;
  • een teamplayer die de keukenbrigade leidt en kan samenwerken met de verschillende afdelingen;
  • een creatieveling die graag meedenkt richting banqueting en culinaire programma’s;
  • iemand die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan en een eigen signatuur kan geven aan de keuken van De Balie;
  • een flexibel mens met een open houding die past bij De Balie.

Wat breng je mee?

  • een ruime aantoonbare ervaring als kok;
  • je bent woonachtig in regio Amsterdam;

Wat bieden wij?

  • een inspirerende en dynamische werkplek in het hart van Amsterdam.
  • een fulltime dienstverband (38 uur) met een salaris conform Horeca CAO in relatie tot je opleiding en ervaring;
  • mogelijkheid om 4 dagen te werken;
  • een professioneel en bevlogen team van collega’s;
  • diverse opleidingsmogelijkheden.

Solliciteer

Stuur je motivatiebrief met CV o.v.v. “Vacature Chef-kok” naar hr@debalie.nl. Voor eventuele vragen over deze vacature kun je ook contact opnemen met Max Prins.

Referentieonderzoek zal onderdeel vormen van deze sollicitatieprocedure.


Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

Vacature Programmamaker

Educatie & onderwijs

Solliciteer t/m 25 mei
Programmamaker / redacteur
Fulltime (40 uur per week)

De Balie zoekt een programmamaker op het gebied van onderwijs en educatie (fulltime, 40 uur), startdatum in overleg. In het hart van Amsterdam maakt De Balie talkshows en publieksprogramma’s over thema’s die ons allemaal aangaan voor zeer veel verschillende groepen. Met haar programmering vraagt De Balie voortdurend aandacht van publiek, politiek en media voor ontwikkelingen in de samenleving. Maar De Balie is meer: het is een kweekvijver voor nieuwe initiatieven en ideeën, het is een denktank. Het is de plek waar kunstenaars, wetenschappers en journalisten commentaar leveren op maatschappelijke ontwikkelingen en waar politici en beleidsmakers met kunstenaars, denkers, opiniemakers en publiek in contact komen. In tweeënveertig jaar is De Balie uitgegroeid tot een fenomeen op het gebied van spraakmakende gesprekken en ontmoetingen, films en kunstprojecten. We organiseren onder meer debatten, lezingen, dagelijkse filmvertoningen, brainstormsessies en festivals. Vaak doen we dat in een mengvorm met kunst: film, theater, literatuur, muziek of beeldende kunst.

De Balie bestaat uit een bevlogen team van circa 90 collega’s. De programmamaker is onderdeel van de redactie die bestaat uit 10 redacteuren, en maakt programma’s in opdracht van, en samen met de directie en kernredactie. De werkzaamheden zijn zowel inhoudelijk als productioneel van aard.

We zoeken een programmamaker die de educatieve projecten van De Balie, zoals het Nationaal Gesprek over Vrijheid, organiseert en uitvoert. NGOV is een programmalijn die op MBO-scholen door heel Nederland plaatsvindt. Daarnaast ga je publieksprogramma’s in De Balie maken op het gebied van onderwijs en coördineer je de stage-cyclus. Kortom: jij bent een gedreven programmamaker die weet hoe je prangende en actuele thema’s binnen educatie kan omzetten naar impactvolle programma’s, van kop tot staart, zowel binnen De Balie als door het hele land.

Wat ga je doen? Je…

  • Ontwikkelt de educatieve projecten van De Balie onder leiding van de kernredactie;
  • Naast deze projecten werk je ook aan de programmering op het gebied van onderwijs, in opdracht van en met de kernredactie en de directie;
  • Programmering ontwikkelen en maken in samenwerking met partners;
  • Fondsen werven voor programma’s, in samenwerking met de afdeling development;
  • Coördineert de programma’s op de avonden zelf, en mogelijk modereer je ze in de toekomst ook zelf.
  • Organiseren van de stage-cyclus; selectie, aanname en ondersteuning.

Waar zijn we naar op zoek?

  • Je bent een veelzijdig persoon die ervaring heeft met het samenstellen en produceren van programma’s en/of educatieve projecten en in staat om onder begeleiding programma’s te maken;
  • Je maakt financiële afspraken, bewaakt en komt ze na;
  • Je bent een creatieve denker en doener die suggesties doet en meedenkt over de inhoud van de programma’s;
  • Je bent open en flexibel haalt plezier uit samenwerken, uitvoeren en het gastheer/vrouwschap voorafgaand en tijdens de programma’s.
  • Je bent hands-on, georganiseerd, je houdt van plannen en vindt het fijn ideeën tot uitvoer te brengen.

Wat breng je mee?

  • Academisch werk- en denkniveau, met een open blik. We stimuleren iedereen die het niveau bezit onafhankelijk van het opleidingsniveau te solliciteren;
  • Dapper, enthousiast, kritisch en stressbestendig;
  • Organisatietalent en hands-on;
  • Affiniteit met onderwijs/educatie en de culturele sector;
  • Uitstekende communicatie zowel in woord als geschrift;
  • Een goede kennis van de Nederlandse en Engelse taal.

Wat bieden wij?

  • Een energieke, inspirerende, dynamische en internationale werkplek in het hart van Amsterdam;
  • Een fulltime dienstverband (40 uur) met een salaris tussen de €2.250 – €3.000 bruto, afhankelijk van je ervaring word je ingeschaald;
  • Een jaarcontract, met de intentie tot verlenging;
  • Doorgroeimogelijkheden en deelname interne cursussen en trainingen;
  • Een goede pensioenregeling;
  • Een professioneel en zeer bevlogen team van collega’s;
  • Een uitgebreid netwerk aan interessante partners, sprekers en moderatoren.

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

Solliciteer

Stuur je motivatiebrief met CV o.v.v. “Vacature Programmamaker Educatie” naar hr@debalie.nl.

De sollicitatieronde bestaat uit twee gesprekken en een opdracht die je kan voorbereiden en presenteren voor een eventueel tweede gesprek.

Voor inhoudelijke vragen over de functie kun je contact opnemen met de kernredactie, via kernredactie@debalie.nl.

Referentieonderzoek zal onderdeel vormen van deze sollicitatieprocedure.

De sluitdatum van deze vacature is 25 mei. We willen de gesprekken zo snel mogelijk beginnen, dus kandidaten die hun sollicitatie eerder insturen, kunnen al worden uitgenodigd voor een gesprek. Mocht daar een geschikte kandidaat tussen zitten, dan kan het zijn dat we de sollicitatie al eerder sluiten. Wacht dus niet te lang met solliciteren!

Vacature onderzoeksredactie Live Journalism / Programmamaker

onderzoeksredactie Live Journalism/ assistent

Solliciteer t/m 25 mei
Programmamaker / redacteur
Fulltime (40 uur per week)

De Balie zoekt een programmamaker (fulltime, 40 uur), die zo snel mogelijk aan de slag kan. In het hart van Amsterdam maakt De Balie talkshows en publieksprogramma’s over thema’s die ons allemaal aangaan voor zeer veel verschillende groepen. Met haar programmering vraagt De Balie voortdurend aandacht van publiek, politiek en media voor ontwikkelingen in de samenleving. Maar De Balie is meer: het is een kweekvijver voor nieuwe initiatieven en ideeën, het is een denktank. Het is de plek waar kunstenaars, wetenschappers en journalisten commentaar leveren op maatschappelijke ontwikkelingen en waar politici en beleidsmakers met kunstenaars, denkers, opiniemakers en publiek in contact komen. In tweeënveertig jaar is De Balie uitgegroeid tot een fenomeen op het gebied van spraakmakende gesprekken en ontmoetingen, films en kunstprojecten. We organiseren onder meer debatten, lezingen, dagelijkse filmvertoningen, brainstormsessies en festivals. Vaak doen we dat in een mengvorm met kunst: film, theater, literatuur, muziek of beeldende kunst.

De Balie bestaat uit een bevlogen team van circa 90 collega’s. De programmamaker is onderdeel van de redactie die bestaat uit 10 redacteuren, en maakt programma’s in opdracht van, en samen met de directie en kernredactie. De werkzaamheden zijn zowel inhoudelijk als productioneel van aard.

We zoeken een programmamaker die de inhoudelijk directeur ondersteunt in de ontwikkeling en uitvoering van programmering, en daarnaast het Live Journalism team versterkt.

Bij Live Journalism onderzoek je elk half jaar samen met het team onderbelichte onderwerpen in Amsterdam. We organiseren bijeenkomsten, schrijven artikelen en sluiten het onderzoek af met een theatervoorstelling. Meer informatie kan je vinden via: https://debalie.nl/live-journalism/.

Wat ga je doen? Je…

  • Maakt en assisteert bij programma’s onder leiding van de inhoudelijk directeur;
  • Werkt binnen het team Live Journalism aan onderzoek en journalistieke programmering;
  • Werkt ook af en toe samen met de kernredactie en directie aan de totale programmering van De Balie;
  • Werkt aan programma’s o.a. in samenwerking met partners;
  • Werft fondsen voor programma’s, in samenwerking met de kernredactie en  fondsenwerver;
  • Coördineert de programma’s op de avonden zelf, en mogelijk modereer je ze in de toekomst ook zelf.

Waar zijn we naar op zoek?

  • Naar een veelzijdig persoon die ervaring heeft met het samenstellen en produceren van programma’s en/of (journalistieke) projecten en in staat is om onder begeleiding programma’s te maken en journalistiek onderzoek te doen.
  • Iemand die financiële afspraken bewaakt en nakomt;
  • Een creatieve denker en doener die suggesties doet en meedenkt voor de inhoud van de programma’s;
  • Een open en flexibel mens dat plezier heeft in samenwerken, uitvoeren en het gastheer/vrouwschap voorafgaand en tijdens de programma’s.
  • Naar iemand die hands-on is, georganiseerd, van plannen houdt en het fijn vindt ideeën in samenwerking met de inhoudelijk directeur tot een succesvol programma te maken.

Wat breng je mee?

  • Academisch werk- en denkniveau, met een open blik. We stimuleren iedereen die het niveau bezit onafhankelijk van het opleidingsniveau te solliciteren;
  • Dapper, enthousiast, kritisch en stressbestendig;
  • Organisatietalent en hands-on;
  • Affiniteit met journalistiek en de culturele sector;
  • Uitstekende communicatie zowel in woord als geschrift;
  • Een goede kennis van de Nederlandse en Engelse taal.

Wat bieden wij?

  • Een energieke, inspirerende, dynamische en internationale werkplek in het hart van Amsterdam;
  • Een fulltime dienstverband (40 uur) met een salaris tussen de €2.250 – €3.000 bruto, afhankelijk van je ervaring word je ingeschaald;
  • Een jaarcontract, met de intentie tot verlenging;
  • Een goede pensioenregeling;
  • Een professioneel en zeer bevlogen team van collega’s;
  • Een uitgebreid netwerk aan interessante partners, sprekers en moderatoren.

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

Solliciteer

Stuur je motivatiebrief met CV o.v.v. “Vacature Onderzoeksredactie Live Journalism / Programmamaker” naar hr@debalie.nl.

De sollicitatieronde bestaat uit twee gesprekken en een opdracht die je kan voorbereiden en presenteren voor een eventueel tweede gesprek.

Voor inhoudelijke vragen over de functie kun je contact opnemen met de kernredactie, via kernredactie@debalie.nl.

Referentieonderzoek zal onderdeel vormen van deze sollicitatieprocedure.

De sluitdatum van deze vacature is 25 mei. We willen de gesprekken zo snel mogelijk beginnen, dus kandidaten die hun sollicitatie eerder insturen, kunnen al worden uitgenodigd voor een gesprek. Mocht daar een geschikte kandidaat tussen zitten, dan kan het zijn dat we de sollicitatie al eerder sluiten. Wacht dus niet te lang met solliciteren!

Wij zijn nu de hoop van Navalny

schrijver
Michaïl Sjisjkin

De kaars die tenminste íéts van licht wierp in Poetins duisternis is uitgedoofd. Volgens het officiële rapport is Aleksej Navalny ‘overleden’. Tussen ‘hij is overleden’ en ‘hij is vermoord’ zit een kloof ter grootte van Rusland. Mijn land bestaat niet meer.

Een Rusland dat zo achteloos zijn beste mensen uitwist, is geen land waar je nog kunt leven. In een land waar je wel kunt leven, is geen plaats voor zo’n schurkenregime. De staat die de Russische Federatie heet en die dood en verderf zaait onder de mensen die er wonen, en in de hele wereld, zou simpelweg niet mogen bestaan.

Navalny moest wel vermoord worden. Een dictatuur vraagt om een sombere bevolking die alleen nog collectief jubelt bij het minste woord van de leider. Het regime erkende de bedreiging die deze man vormde. Het probeerde hem het zwijgen op te leggen door hem tot meer dan twintig jaar celstraf te veroordelen. Het probeerde hem te vergiftigen, maar dat mislukte. Nu heeft het de klus ge- klaard.

Officieel is er geen doodstraf in Rusland… maar die is er wel. Hier is het bewijs, en dit is nog maar het begin. Het criminele regime geeft geen moer om wie het vermoordt – Oekraïners, de voor zijn ‘vleesmolen’ gemobiliseerde jongeren, politieke gevangenen. Het Rode Wiel waarover Aleksandr Solzjenitsyn schreef draait weer volop.

Vandaag, na twee jaar van slachtpartijen in Oekraïne en met een totaal verpletterde oppositie in Rusland, lijkt het nauwelijks te geloven: nog maar enkele jaren geleden kon Navalny deelnemen aan de race om het presidentschap en was hij te horen op verkiezingsbijeenkomsten in het hele land. Wat voor president zou hij zijn geweest? Ik heb geen idee. Misschien zou hij briljant zijn geweest, misschien hopeloos.

De enige manier om daarachter te komen was als hij vrije verkiezingen had gewonnen, maar daarvoor heb je vrije burgers nodig. Fundamenteel voor een democratie zijn kiezers die zich bewust zijn van hun plicht als burger. Democratie is gebaseerd op menselijk zelfrespect. Hoeveel zelfrespect zou je nog aantreffen onder de meerderheid van de Russische bevolking?

Ik herinner het me nog goed. Na een verkiezingsbijeenkomst in een Russische provinciestad waar Navalny sprak, kwam iemand naar hem toe en zei: ‘Aleksej, ik hou van de manier waarop je spreekt en van wat je zegt. Ik mag je als persoon, maar word eerst maar eens president. Dan zal ik op je stemmen.’

Iedereen speculeert erover: waarom keerde hij terug naar Rusland, terwijl hij moet hebben geweten dat hij in de gevangenis zou worden gegooid? Natuurlijk gebeurde dat ook, maar hij was een vechter, een soldaat, en hij wist dat hij tot aan het gaatje moest gaan. Nee, hij liet zich niet naar de slachtbank voeren als een lam dat zichzelf opoffert – Navalny was van plan om te winnen. Hij geloofde erin en bekeerde mensen van heinde en verre tot zijn geloof.

In Rusland zijn het doorgaans gevangenen die het regime omverwerpen. Dat gold voor de revolutie van 1917. Het gold ook voor het einde van het Sovjetregime, dat zo onaantastbaar leek, maar ineenstortte onder begeleiding van de boeken van de vroegere veroordeelde Solzjenitsyn. Zelf in de gevangenis gezeten hebben is altijd in het voordeel van een Russische politicus. Iemand die vertrouwd is met opsluiting identificeert zich beter met de ‘stemmende massa’, van wie het leven doordesemd is van die ‘gevangeniscultuur’.

Still uit de documentaire Navalny

Navalny heeft de politieke situatie verkeerd ingeschat. Er bestaat geen Rusland meer waarvan hij president had kunnen worden. Hij kende het land waaraan hij zijn leven heeft gegeven niet echt. Hij groeide op en werd politicus na de ineenstorting van de ussr, tijdens een korte periode van vrijheid in Rusland, een periode waarin het sociale en politieke leven opgang maakte en er politieke partij- en en een onafhankelijke pers verschenen. Voor hem was dat zijn land, een plek waar alles mogelijk was. Zijn stijl was die van een westerse politicus die gelooft dat je moet vechten voor stemmen, in de publieke belangstelling moet staan, transparant moet zijn en verantwoordelijkheid moet nemen voor wat je zegt.

Maar zo gaat het er niet aan toe in de Russische politiek, waar je niet via verkiezingen om de macht strijdt – verkiezingen kunnen immers gemanipuleerd worden. Macht moet je grijpen waar de echte macht ligt. Een gevecht tussen buldogs onder een tapijt, zo wordt de politiek in Rusland al lang omschreven, en terecht. Navalny kon en wilde geen buldog zijn. Hij was ervan overtuigd dat de mensen in Rusland hem zouden volgen, wat erg naïef was.

Hij beoordeelde mensen naar de maatstaven die hij zichzelf had gesteld. Als voor hem de rechten, vrijheid en waardigheid van het individu de belangrijkste zaken in het leven waren, ging hij ervan uit dat ze ook het belangrijkste moesten zijn voor anderen. Hij geloofde dat mensen overtuigd, geïnspireerd en geleid konden worden – en zijn volgelingen, voornamelijk prachtige jonge mannen en vrouwen, liepen in de tienduizenden. Maar Rusland bewoog zich in de tegenovergestelde richting.

De grote ambitie van het regime is om de ussr nieuw leven in te blazen. Rusland wordt geregeerd door mensen die carrière hebben gemaakt en hun leven hebben gesleten binnen de Sovjet-kgb. Hun droom om het land uit hun jeugd te herstellen wordt voor onze ogen gerealiseerd. Het is een land waar de bevolking gedwee haar hoofd op het blok van de beul legt, zuchtend dat de tsaar het ongetwijfeld beter weet. Het is een land waar geen plaats is voor een Navalny, of voor jonge mensen die hun leven niet in de goelag, maar in vrijheid willen doorbrengen.

Als Navalny had geweten wat hem na zijn arrestatie te wachten stond, dat de oppositie kansloos het onderspit zou delven, dat het regime een schandelijke oorlog tegen Oekraïne zou uitlokken – een schande die nog gesteund wordt door een meerderheid van de bevolking ook, zou hij dan dezelfde beslissing hebben genomen, naar Rusland zijn teruggekeerd om daar te worden opgesloten en zich te laten vermoorden?

Het antwoord weet ik niet, maar ik denk van wel. Er zullen altijd mensen zijn die sommige dingen dierbaarder vinden dan het leven zelf.

Hij heeft ons allemaal gesteund. Door te bestaan, door te weigeren om te zwichten, door dat ultieme offer te brengen, heeft hij ons allemaal hoop gegeven. Nu zijn wij zijn hoop.

Eerder verschenen in De Standaard, 21 februari 2024

Winnaars & Expositie Open Call: Empathie

Literatuur en Beeldende Kunst

Programmamaker
Merlijn Geurts
In samenwerking met
Amsterdams 4 en 5 mei comité

De winnaars van de Open Call: Empathie zijn bekend! Uit de vele bijzondere en uiteenlopende inzendingen heeft de jury zes winnaars geselecteerd: 3 in de categorie ‘beeldende kunst’ en 3 in de categorie ‘literatuur’. De winnaars hebben een geldbedrag gekregen om hun concepten uit te werken en presenteren dit in het weekend van 4&5 mei.


Beeldende kunst

Juryleden: Azu Nwagbogu, Andrée van Es, Yoeri Albrecht


 Sifra Coulet 

(c) Jimena Gabriella Gauna iov Urban Resort

Sifra Coulet is conceptueel kunstenaar. Ze studeerde in 2021 af aan de 5-jarige avondopleiding van de Gerrit Rietveld Academie, richting fine arts. Terugkerende thema’s in haar werk zijn frictie,  verbinding, performatief bestaan, (zwarte) identiteit en vrouwzijn. Meer over haar werk kun je vinden op haar Instagram.

Sifra’s idee is helder en diepgaand. Haar ritueel vernieuwt bestaande tradities op 4 mei.

De jury over Sifra Coulet

Sifra Coulet maakte Pathos Pot; een keramieken container, een oordeelloze ruimte voor ons verlies. In een publiek ritueel op 4 mei geeft ze met papier en adem mensen de mogelijkheid hun verlies een fysieke plek in de wereld te geven. Op 29 april doet Sifra mee aan het programma Therapie voor de stad.

Programma / za 4 mei 2024

Expositie: Pathos Pot

Een publiek ritueel over het delen van verlies, gecreëerd door kunstenaar Sifra Coulet

K&A 

K&A is een multidisciplinair kunstenaarsduo bestaande uit kunstenaar, muzikant, componist en performer Alexandra Bellon (FR/CH) en kunstenaar Karla Isidorou (NL/GR). Samen ontwikkelen ze poëtische en politieke concepten waarbij ze putten uit hun verschillende achtergronden en culturele wortels.

K&A onderzoeken empathie via een unieke auditieve ervaring. Hun praktijk is professioneel, hun artistieke taal poëtisch.

De jury over K&A

K&A presenteren op 4 en 5 mei hun installatie Radix: een adembenemende auditieve installatie die jouw perceptie van de grenzen tussen jezelf en de ander verlegt én tegelijkertijd de banaliteit van het kwaad ter discussie stelt.

Programma / za 4 mei 2024

Exposition: Radix

A breathtaking sonic installation by artist duo K&A that will shatter your perception of the borders between you and the other.

Anna Theunissen 

Anna Theunissen studeerde Fotografie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag. In haar werk stelt ze het medium fotografie ter discussie door de positie van de kijker te onderzoeken. Via korte verhalen waarin het perspectief op een situatie blijft veranderen, wordt de dubbelzinnigheid van handelingen onderzocht.

Het moment dat Anna onderzoekt is ambigu en spannend. Het moment dat we elkaar observeren en mogelijk een connectie maken, valt namelijk net zo snel weer uit elkaar.

De jury over Anna Theunissen

In de serie ‘The City As A Blackbox’ probeert Anna Theunissen grip te krijgen
op het moment dat we elkaar observeren maar dit niet onder
woorden brengen. Op 4 en 5 mei
presenteert ze haar fotografisch onderzoek in De Balie.

Programma / za 4 mei 2024

Exposition: The City as a Black Box

A photographic investigation of the fleeting encounter between strangers by Anna Theunissen

Literatuur

Juryleden: Niña Weijers, Andrée van Es & Yoeri Albrecht


Sara Eelen

Sara Eelen (Antwerpen, 1994) is schrijver en videomaker. Haar debuutbundel Het nodige breken (2022) werd bekroond met de Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en genomineerd voor de PrixFintroPrijs. Ze is een van de drijvende krachten achter de Klimaatdichters. Momenteel werkt ze aan twee voorstellingen en een essaybundel voor Querido uitgeverij.

Sara Eelens onderzoek of we empathie kunnen voelen naar niet-menselijke levensvormen past bij de huidige tijdsgeest en maakt nieuwsgierig.

De jury over Sara Eelen

Sara Eelen probeert al vier jaar lang een gedicht te schrijven vanuit het perspectief van een niet-menselijk dier. Maar kan dat wel, schrijven en denken vanuit een ander perspectief dan dat van je eigen soort? Hoe is het gesteld met ons empathisch vermogen ten aanzien van dieren? En wat is nodig om deze vaardigheden open te rekken of aan te leren? Haar essay is hier te lezen. Op 5 mei presenteert ze haar werk in het H’art museum.

Jente Posthuma

Jente Posthuma (Enschede, 1974) debuteerde zeer succesvol met Mensen zonder uitstraling (2016). Haar tweede roman Waar ik liever niet aan denk (2020) werd onlangs genomineerd voor de International Booker Prize 2024. Posthuma’s proza is vlijmscherp, opzettelijk laconiek en vaak absurd grappig.

Empathie als literair thema heeft het risico om snel hoogdravend wordt, maar Jente Posthuma maakt het een dagelijkse en concreet literair onderwerp.

De jury over Jente Posthuma

Jente Posthuma schrijft een kort verhaal waarin ze verschillende gesprekken vervlecht, waaronder een politieke discussie waarin ze zich beter niet had kunnen mengen, de merkwaardige conversatie tijdens een etentje met linkse denkers en een ongemakkelijk gesprek met een onbekende in haar dm’s. Het verhaal is hier volledig te lezen en werd in verkorte versie gepubliceerd in Trouw. Op 3 mei is ze te gast bij Plein Publiek. Op 29 april doet ze mee aan het programma Therapie voor de stad.

Emma Zuiderveen

Emma Zuiderveen combineert haar achtergrond in scheikunde en haar werk als milieuwetenschapper met poëzie en proza. Haar gedichten zijn gepubliceerd in literaire tijdschriften, zoals DW B en Kluger Hans. Haar debuutroman verschijnt in het najaar van 2024 bij Uitgeverij Prometheus. In haar teksten onderzoekt ze thema’s als eenzaamheid, lijfelijkheid en individuele en collectieve verantwoordelijkheid.

We bewonderen haar streven om technische nota’s en wetenschappelijk onderzoek affectief te maken via poëzie en muziek.

De jury over Emma Zuiderveen

Emma Zuiderveen maakt een audio-poëzie werk in samenwerking met muzikant Tarif El-Fasih waarin ze twee ecologische catastrofes uit het nieuws – de milieuramp in de Oder rivier en de Nova Kahkovka dambreuk in Oekraïne – vertaalt naar poëzie. Haar werk is te lezen op de website van De Balie en SLAA. Op 5 mei presenteert ze haar werk tijdens het programma Vrijheid @ Lola Luid.

Vacature Zelfstandig werkende kok

In het hart van Amsterdam produceert De Balie talkshows en publieksprogramma’s over thema’s die ons allemaal aangaan voor zeer veel verschillende groepen. Met haar programmering vraagt De Balie voortdurend aandacht van publiek, politiek en media voor ontwikkelingen in de samenleving. 

De Balie heeft een groot cultureel café-restaurant met ongeveer 120 zitplekken aan het Leidseplein. We voeren een dagverse ontbijt-, lunch- en dinerkaart met huisgemaakte en seizoensgebonden producten. De Balie verzorgt ook regelmatig grote luxe diners, lunches of borrels uit eigen keuken voor groepen van 20 tot 200 gasten. Het café-restaurant is een ontmoetingsplek voor publiek van de programma’s van De Balie en de andere theaters, bioscopen en podia rondom het Leidseplein. Een vlugge doorloop is dan ook essentieel en vormt het uitgangspunt van het keukenbeleid. De Balie bestaat uit een bevlogen team van circa 70 collega’s waarvan ongeveer de helft binnen het horecateam werkzaam is. 

Waarom werken bij De Balie?
  • Je vind het leuk om in een culturele omgeving te werken;
  • Je houdt van aanpakken en wil graag alle ins en outs van het koksvak leren;
  • Je wilt werken in een keuken waar de samenwerking tussen bar en keuken prettig is.
Wat bieden wij!
  • Een salaris conform Horeca CAO in relatie tot je opleiding en ervaring;
  • Een jaarcontract voor minimaal 24 uur per week, met de intentie tot verlenging;
  • Eventuele overuren worden gecompenseerd d.m.v. een tijd-voor-tijd regeling;
  • Werkkleding, wasserette en werkschoenen worden verzorgd door De Balie;
  • Je kunt gratis naar onze programma’s en dagelijkse cinema;
  • Je komt terecht in een professioneel, bevlogen en gezellig team;
  • Een inspirerende en dynamische werkplek in het hart van Amsterdam.
Wie zoeken we?
  • Een man/-vrouw met passie voor koken en eten;
  • Een teamplayer die goed samenwerkt en communiceert;
  • Een persoon met een open houding die past bij De Balie.
Wat breng je mee?
  • Aantoonbare ervaring in de professionele keuken. Een passende opleiding is een pre maar niet noodzakelijk;
  • Je bent woonachtig in regio Amsterdam;
  • Een flexibele inzetbaarheid, je bent ook in de avonden en weekenden beschikbaar.

Solliciteer

Stuur je motivatiebrief met CV o.v.v. “Sollicitatie Zelfstandig werkende kok” t.a.v. Max Prins naar max.prins@debalie.nl
Voor eventuele vragen over deze vacature kun je ook contact opnemen met Marije.

Referentieonderzoek zal onderdeel vormen van deze sollicitatieprocedure. De vacature sluit zodra er voldoende geschikte kandidaten gevonden zijn. 

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

Open Call: Beeldend kunstenaars en schrijvers opgelet!

De Balie en Amsterdams Comité 4 en 5 mei roepen op jouw idee t/m 17 maart in te zenden.

Programmamaker
Merlijn Geurts
In samenwerking met
Amsterdams 4 en 5 mei comité
De Balie en het Amsterdams 4 en 5 mei comité doen in aanloop naar 4 en 5 mei 2024 een oproep aan schrijvers, denkers en kunstenaars om ideeën in te leveren rondom het thema empathie. De toekomst is onzeker. Deze tijden van oorlog en crises vragen om reflectie op de samenleving die we zijn en willen zijn. Daarom hebben De Balie en het Amsterdams 4 en 5 mei comité opnieuw de handen ineen geslagen voor een Open Call. Ben jij een schrijver, spoken word artiest, kunstenaar of werk je op een andere manier met tekst of beeld? Dan willen jouw creatieve ideeën horen!
World Flag – Sarah van Sonsbeeck, Winnaar Open Call Beeldende Kunst 2020
Empathie

Na de succesvolle editie in 2020 bieden De Balie en Amsterdams 4 en 5 mei Comité opnieuw een podium voor creatief talent. Dit jaar staat het thema ‘empathie’ centraal. De toekomst is onzeker. Deze tijden van oorlog en crises vragen om reflectie op de samenleving die we zijn en willen zijn. Wanneer leidt empathie tot het voorkomen van leed of geweld en wanneer tot uitsluiting?  Is er een manier om elkaar te blijven zien en horen, in het besef dat we ieder vanuit eigen standplaatsen de wereld om ons heen ervaren.

Deelnemers kunnen hun ideeën opsturen in de categorie ‘Literatuur’ of ‘Beeldende kunst’ (zie hieronder de voorwaarden per categorie). Een jury bestaande uit Yoeri Albrecht (artistiek directeur De Balie), Andrée van Es (voorzitter Amsterdams 4 en 5 mei comité), Azu Nwagbogu (curator and art critic) en Niña Weijers (schrijver) kiest welke deelnemers een geldbedrag ontvangen om hun idee uit te werken en te presenteren op 4 en 5 mei. Hieronder de voorwaarden per categorie.


Literatuur

Meld je uiterlijk 17 maart aan via dit formulier. Mocht dit niet lukken of bij vragen, mail dan naar opencall@debalie.nl met:

  • Een korte bio;
  • een voorbeeld van eerder werk;
  • én jouw idee voor een tekst over het thema empathie in max 150 woorden.
  • Het werk moet in het Nederlands zijn

Alle vormen van tekst zijn mogelijk: een essay, een gedicht, spoken word of een kort verhaal. 1 april maken we bekend welke drie schrijvers zijn geselecteerd voor de betaalde schrijfopdracht van €1500. Zij krijgen tot en met 30 april 2024 om hun idee uit te werken. De winnende werken worden op 4 en 5 mei door De Balie gepresenteerd. 


In the “Literature” category, participation is only possible in Dutch.

Beeldende kunst

Meld je uiterlijk 17 maart aan via dit formulier. Mocht dit niet lukken of bij vragen, mail dan naar opencall@debalie.nl met:

  • Een korte bio;
  • een impressie van je werk;
  • én jouw idee voor een kunstwerk over het themaempathie in max 150 woorden.

Alle vormen van beeldende kunst zijn mogelijk. 1 april maken we bekend welke drie kunstenaars zijn geselecteerd voor de betaalde opdracht van €2000,- plus max €750,- aan eventuele materiaalkosten. De drie geselecteerde kunstenaars krijgen tot en met 30 april om hun idee om te zetten in een verder uitgewerkt ontwerp of schets. De winnende werken worden op 4 en 5 mei door De Balie gepresenteerd.


Visual Arts

Please register by March 17th using this form. If you encounter any issues or have questions, please email opencall@debalie.nl with:

  • a short bio;
  • a portfolio of your work;
  • and your idea for an artwork on the theme of empathy in a maximum of 150 words.

All forms of visual art are welcome. On April 1, we will announce the three artists selected for the paid commission of €2000, plus a maximum of €750 for materials. The three selected artists will have until April 30 to develop their idea into a more detailed design or sketch. The winning works will be presented by De Balie on May 4 and 5.