Kantoorruimte boven De Balie aan het Leidseplein – 22 tot 30 m² te huur
Een eigen kantoor op één van de meest levendige plekken van Amsterdam!
Op zoek naar een inspirerende werkplek in het hart van Amsterdam? Goed nieuws want wij hebben boven De Balie aan het Kleine-Gartmanplantsoen per direct 3 kantoorruimtes tussen de 22–30 m² beschikbaar.
Je beschikt over een eigen kantoor met basismeubilair, een keukentje en koffie en thee. Daarnaast kunnen huurders gebruikmaken van een gedeelde vergaderruimte.
Werken op het Leidseplein De kantoorruimte bevindt zich boven De Balie, direct aan het Leidseplein. Een dynamische en inspirerende omgeving, met cafés, restaurants, winkels, cultuur en openbaar vervoer allemaal op loopafstand.
Een bijzonder voordeel is het café van De Balie op de begane grond. Als huurder kun je hier op rekening eten en drinken — handig voor een snelle lunch, koffie met een klant of een informele afspraak.
Wat is inbegrepen?
Eigen kantoorrruimte van 22 of 30 m²
Basismeubilair
Eigen keukentje
Koffie en thee
Gebruik van een gedeelde vergaderruimte
Mogelijkheid om in het café beneden op rekening te eten en te drinken
Gelegen boven De Balie
Direct aan het Leidseplein
Direct beschikbaar
Ideaal voor een klein team of zelfstandige professional
De ruimte is geschikt voor bijvoorbeeld een zzp’er, consultant, creatief professional, adviseur of klein bedrijf dat een eigen kantoor zoekt op een centrale en representatieve locatie.
Je hebt een eigen werkplek, maar profiteert tegelijkertijd van de faciliteiten en levendigheid van De Balie en het Leidseplein.
Interesse? Neem contact op via Zaalverhuur@debalie.nl voor meer informatie of om de kantoorruimte vrijblijvend te bekijken.
Ben jij onze nieuwe beeldredacteur & vormgever? Met jouw scherpe oog voor beeld, gevoel voor actualiteit en creatieve blik geef je de uiteenlopende programma’s van De Balie een sterk en herkenbaar gezicht. Wil jij meebouwen aan onze visuele identiteit en de zichtbaarheid en impact van onze programma’s vergroten? Solliciteer dan vóór 6 september.
In het hart van Amsterdam maakt De Balie talkshows, publieksprogramma’s over thema’s die ons allemaal aangaan. We brengen kunstenaars, wetenschappers, journalisten, politici en publiek samen en geven ruimte aan nieuwe ideeën en initiatieven.
Onze programmering is nationaal en internationaal en beweegt zich tussen maatschappij en kunst, met film, theater, literatuur en muziek. Zo willen we bezoekers inspireren tot nieuwe inzichten, reflectie en gesprek.
Binnen De Balie is de afdeling communicatie verantwoordelijk voor het creëren van aandacht voor de programmering, het enthousiasmeren van mensen voor een bezoek aan De Balie, het vergroten van de impact van de programma’s en het branden van De Balie an sich. Het team communicatie bestaat uit een hoofd marketing en communicatie, online redacteur, online video redacteur, copywriter en vormgever/ beeldredacteur.
We zijn op zoek naar een beeldredacteur / vormgever die niet alleen sterke beelden maakt en cureert, maar ook mee verder bouwt aan het gezicht van De Balie. Iemand die kansen ziet, ideeën vertaalt naar beeld en onze visuele identiteit verder aanscherpt.
Het is een veelzijdige en dynamische baan waarin je continu schakelt tussen onderwerpen, stijlen en projecten. De ene dag werk je aan een campagne over een actueel politiek debat, de volgende aan een beeld voor een literatuurprogramma of filmfestival. Jij geeft de programmering en de verschillende themalijnen een helder, eigen gezicht.
In deze functie werk je nauw samen met collega’s van de communicatieafdeling, programmamakers en de directie.
Je verzorgt programmabeelden voor onze dagelijkse programmering: van het selecteren en cureren van fotografie tot het zoeken naar beeld via bijvoorbeeld ANP of iStock.
Je maakt waar nodig zelf programmabeelden en/of geeft illustratoren en andere makers opdracht om beeld te ontwikkelen.
Je ontwikkelt en bewaakt templates waarmee onder andere de online redacteur en online videoredacteur werken. Waar nodig ondersteun je bij het plaatsen van socialmediaposts.
Je verzorgt de vormgeving van de maandcampagne bestaande uit posters en folder, banners, digitale schermen en andere inhouse communicatiemiddelen zoals jaarrapporten.
Je begeleidt drukwerkproducties en de verspreiding van onze maandelijkse campagnes.
Je bewaakt de kwaliteit van presentaties die door programmamakers worden gemaakt.
Je plant fotografen in, onderhoudt contact met hen en bewaakt de kwaliteit van fotografie.
Je beheert en houdt het beeldarchief van De Balie actueel en toegankelijk.
Je draagt actief bij aan het verder ontwikkelen van de branding en visuele identiteit van De Balie.
Kortom: je bent zowel maker als bewaker. Je hebt oog voor het beeld van vandaag én voor de visuele koer.
Wat breng je mee?
Je:
hebt minimaal 3 jaar werkervaring in een vergelijkbare functie;
hebt ruime ervaring met Adobe Creative Cloud, waaronder InDesign, Illustrator en Photoshop
hebt een sterk gevoel voor beeld, vormgeving, typografie en visuele communicatie;
kunt een geschreven tekst, idee of complex onderwerp zelfstandig vertalen naar een krachtig beeld;
hebt affiniteit met kunst, cultuur, podiumkunsten, politiek, maatschappij en creatieve communicatie;
bent creatief én nauwkeurig;
bent vindingrijk en laat je niet snel van de wijs brengen;
kunt goed overzicht houden wanneer er veel tegelijk gebeurt;
bent zelfstandig, gestructureerd en sterk in plannen en prioriteren;
werkt zorgvuldig, ook wanneer deadlines zich opstapelen;
hebt een hands-on mentaliteit en een groot verantwoordelijkheidsgevoel;
vindt het leuk om met veel verschillende mensen en organisaties samen te werken;
Wat bieden wij?
Een inspirerende en dynamische werkplek in het hart van Amsterdam.
Een dienstverband van 40 uur per week.
Een marktconform salaris binnen de cultuursector, afhankelijk van je ervaring en expertise.
25 vakantiedagen, plus vrij tussen Kerst en Oud & Nieuw
Een jaarcontract met de intentie tot verlenging.
Veel ruimte om mee te bouwen aan de visuele identiteit en positionering van De Balie.
De mogelijkheid om onze programma’s, films en evenementen te bezoeken.
Een plek waar je jezelf kunt ontwikkelen en waar altijd iets gebeurt.
Een open, professioneel en bevlogen team van collega’s.
Solliciteren
Zie jij jezelf in deze rol en wil je samen met ons De Balie nog meer een eigen gezicht geven? Dan horen we graag van je.
Laat ons zien hoe jij kijkt, denkt en maakt. We zijn benieuwd naar je cv en portfolio.
Solliciteer
Stuur je motivatiebrief met CV en portfolio o.v.v. “Vacature Beeldredacteur & Vormgever” naar solliciteren@debalie.nl t/m 5 september.
De eerste gespreksronde vindt plaats tussen 8 en 11 sep. Kandidaten die doorgaan naar de tweede ronde worden uitgenodigd voor een vervolggesprek 16 of 17 sep. Tijdens dit gesprek wordt ook een vooraf gemaakte opdracht besproken.
Voor inhoudelijke vragen over de functie kun je contact opnemen met Communicatie en Marketing manager via anne.heijs@debalie.nl
Ryan (9) gaat al drie jaar niet naar school: “In dit systeem moet je een driehoek door een rondje duwen”
Live Journalism
AT5
Hij houdt van fietsen, dansen en pianospelen. Het liefst zou hij ook voetballen met zijn klasgenoten, maar die heeft Ryan niet. Hij gaat namelijk al drie jaar niet naar school. En hij is zeker niet het enige Amsterdamse kind: vorig jaar zaten bijna 1200 leerlingen thuis, een recordaantal. Wie zijn deze kinderen, en waarom zitten ze zo lang thuis?
Bij binnenkomst is Ryan vriendelijk en een beetje verlegen. Zijn moeder doet het woord. Een half uurtje later is van die verlegenheid niets meer te bekennen: of ik zijn elektrische piano, zijn trompet (“Ik heb al één les gehad!”) én natuurlijk zijn kamer wil zien. Hij kan ook wel een stukje spelen. Twee minuten later klinkt de melodie van Spongebob Squarepants uit de speaker van zijn moeders telefoon, terwijl Ryan op de piano meespeelt. Ryan is niet zijn echte naam, maar omdat hij regelmatig vervelende reacties krijgt, vertelt hij zijn verhaal liever anoniem.
Doordeweeks krijgt Ryan thuisonderwijs van zijn moeder en één keer per week gaat hij naar huiswerkbegeleiding. Naar school gaat hij al drie jaar niet meer. Voor Ryans moeder is onduidelijk wat er precies is misgegaan en waarom hij niet meer naar school toe mag. Ze vertelt hoe ze destijds, vlak voor de vakantie, een e-mail van de school ontving met de boodschap dat hij niet meer welkom was en ze thuisonderwijs moest gaan geven.
“Dat was heftig. Het was zo schokkend dat ik niet wist wat ik moest doen en hoe te handelen, ik kan me dat nog goed herinneren”, vertelt ze. “Ik raakte in paniek: wat moet ik doen, wie moet ik bellen, wie moet ik mailen, hoe nu verder?”
Ze vertelt dat volgens de school sprake was van gedragsproblemen. Zij verklaren zich vervolgens handelingsverlegen. Daarmee geeft een onderwijsinstelling aan niet in staat te zijn om de leerling de juiste ondersteuning te bieden, en daarmee hield het voor Ryan op deze school dus op. Zelf was hij destijds blij dat hij niet meer terug hoefde: “Ik zal je eerlijk zeggen, het voelde daar alsof ik in een gevangenis zat.”
“Hij is van een heel vrolijk, happy kind veranderd in een onzeker en verdrietig kind”, vertelt zijn moeder. “Vooral omdat hij niet kan spelen met andere kinderen en iedereen naar school gaat. Dus eigenlijk is er niet zoveel over van dat vrolijke, happy kind.”
Thuiszitters
Het aantal thuiszitters in Amsterdam neemt de afgelopen jaren alleen maar toe. Waren het er in 2022 nog 1046, in 2025 waren het er al 1183. Met thuiszitters worden kinderen bedoeld die vier weken of langer geen onderwijs volgen.
“We zien dat deze kinderen zich vaak echt niet gehoord, gezien en begrepen hebben gevoeld in het onderwijs”, zegt directeur van oudervereniging Balans Joli Luijckx. “Ons onderwijssysteem is erg gericht op leerlingen die gemiddeld zijn en op de gemiddelde manier leren. Dan zijn de boeken, de leermiddelen en de manier waarop instructie gegeven wordt passend voor jou.”
Maar, zegt Luijckx, er zijn ook veel kinderen die behoefte hebben aan een ander soort leermateriaal, meer praktisch of meer autonomie: “We zien dat ons onderwijssysteem daar onvoldoende op kan inspelen, waardoor deze kinderen uitvallen.”
Hoogbegaafdheid
De redenen waarom kinderen niet naar school gaan zijn uiteenlopend. Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat er in een kwart van de gevallen sprake is van psychische klachten, zoals angst, trauma of depressie. En dat beïnvloedt niet alleen de kinderen zelf, ook op de andere gezinsleden komt druk te liggen. Femke Brands dochters zijn beiden hoogbegaafd en gingen allebei jarenlang niet naar school.
“In eerste instantie ontstaat er steeds meer verschil in gedrag tussen school en thuis”, zegt Brand. “Op school waren ze heel lief en heel stil en deden ze braaf wat er gezegd werd, terwijl ze thuis enorme woede-uitbarstingen kregen en bijna onhandelbaar werden. Dat voelde heel raar, want het waren gewoon hele lieve, leuke meiden.”
Bij haar dochters sloeg dat gevoel steeds meer naar binnen toe, waardoor ze sombere gedachten en een depressie kregen: “Op een gegeven moment gingen ze dingen zeggen als: het is maar beter als ik er niet meer ben, ik wil er niet meer zijn.”
Luijckx: “Als er zoveel kinderen zijn die uitvallen binnen ons huidige onderwijssysteem, dan wordt het nu echt tijd om te gaan kijken wat er mis in met dat systeem en hoe kunnen we dat kunnen aanpassen, zodat deze kinderen wel passend onderwijs krijgen.”
‘Crimineel’
Ook voor Ryan werd naar school gaan steeds ingewikkelder: “Ik voelde me daar alsof ik een crimineel ben, alsof ik een auto had gestolen. Ik was er eerder blij mee dat ik niet meer naar school hoefde.” Zijn moeder vertelt dat hij buikpijn kreeg bij de gedachte naar school te moeten: “Soms wilde hij nog wel, maar hij werd er ziek van.”
Ook Luijckx ziet doorgaans dat er al signalen zijn, voordat het kind uitvalt: “Ouders zeggen vaak tegen ons dat ze al hebben aangegeven dat het moeilijk gaat en dat ze er met de school over in gesprek willen. Vaak gaat het om kleine dingen, zoals prikkelgevoeligheid of de manier van leren die voor hun niet passend is.”
Ryan voelt zich soms wel eenzaam, nu hij al drie jaar thuisonderwijs krijgt: “Ik mis mijn klasgenoten wel, maar het is ook zo lang geleden dat ik naar school ging dat ik ze me bijna niet meer herinner.”
Terug naar school
Veel ouders zeggen zich onmachtig en niet gehoord te voelen binnen het systeem. Ze hebben met veel verschillende instanties te maken, van samenwerkingsverbanden tot leerplichtambtenaren en ouderkindteams, en zien vaak door de bomen het bos niet meer.
Als kinderen eenmaal zijn uitgevallen, moeten ze vaak langere tijd weer herstellen voordat het lukt om terug naar school te gaan. Luijckx: “We zien dat die kinderen eigenlijk een soort schooltrauma hebben opgelopen. Vergelijk het met iemand die een beetje overspannen is, dan moet je ook eerst bijkomen voordat je überhaupt weer tot ontwikkeling kan komen.”
Femke Brand zag hoe ze als ouder zelf langere tijd meewerkte om haar kinderen naar school te laten gaan, terwijl het eigenlijk niet meer lukte: “Je probeert je kind door dat systeem te duwen, als een driehoekje door een rondje. Dat levert veel strijd op, en als ouder voel je je enorm schuldig dat je daar lange tijd aan mee hebt gewerkt en dat je kind dan zo veel schade heeft opgelopen. Dat is echt ontzettend zwaar.”
Ryans moeder zou graag zien dat haar zoon weer terug naar school gaat, maar op dit moment is dat volgens haar niet mogelijk, omdat ze niet precies weet waarom hij thuiszit, én omdat een nieuwe school als eerste vraagt waarom je kind precies thuiszit: “En daar heb ik geen antwoord op.”
Officieel heeft de school waar het kind was ingeschreven zorgplicht, maar in de praktijk pakt dat vaak anders uit. Luijckx: “Op het moment dat een kind uitgeschreven is bij zijn school, dan is het vaak heel moeilijk om hem weer ergens ingeschreven te krijgen. Een volgende school zegt vaak niet: kom maar, we schrijven je wel in. Die willen ook liever die zorg niet.”
Ryan zou graag naar een andere school willen, “maar niet als het zo’n hel is als de vorige”. Zijn moeder vraagt zich ondertussen hardop af of het realistisch is: “Hij is al negen. Ja, de hoop is er wel, maar ik weet niet of het gaat lukken.”
Steeds meer vijf- en zesjarige kinderen gaan niet naar school, omdat het niet lukt om een passende onderwijsplek te vinden. Vorig schooljaar was twaalf procent van die zogenaamde thuiszitters in de kleuterleeftijd. Experts maken zich zorgen: “Ik kom soms scholen tegen waarvan ik denk: hebben jullie echt alles geprobeerd?”
Het is dinsdagochtend, tien uur, als Ali Karaali met zijn zoon Rayan komt aanlopen (“Kiyan zou ook meekomen, maar die voelde zich niet lekker”). De meeste kinderen zitten op dit tijdstip in het klaslokaal, maar de achtjarige Rayan niet. Net als zijn twee jaar oudere broer gaat hij niet naar school; al sinds de kleutertijd zijn er moeilijkheden. Beide kinderen zijn non-verbaal en hebben extra ondersteuning nodig, maar dat lukte op een reguliere basisschool niet. Een non-verbaal kind gebruikt niet of nauwelijks gesproken taal om te communiceren.
Rayan is helemaal niet naar school geweest, nadat zijn broer Kiyan het al op drie scholen had geprobeerd: één daarvan weigerde hem, op de twee andere lukte het niet om aan te sluiten bij wat hij als non-verbaal kind nodig had. Een doorverwijzing naar het speciaal onderwijs leek in eerste instantie uitkomst te bieden, maar de school waarnaar hij verwezen werd bleek niet bij hem te passen.
Scholen voor speciaal onderwijs zijn onderverdeeld in vier clusters. Kiyan werd naar cluster 3 verwezen (voor kinderen met lichamelijke, verstandelijke of meervoudige beperkingen), terwijl hij waarschijnlijk een taalontwikkelingsstoornis heeft, die onder cluster 2 valt. Karaali: “Op de scholen waar wij naartoe werden gestuurd hadden ze daar helemaal geen expertise in.” Omdat het Kiyan niet lukte om de verplichte onderzoeken af te ronden waarmee een taalontwikkelingsstoornis officieel gediagnosticeerd wordt, kreeg hij geen doorverwijzing voor dit cluster.
Maanden thuis
Het verhaal van Rayan en Kiyan staat op niet op zichzelf. In Amsterdam gaan steeds meer jonge kinderen niet naar school. Van de 821 kinderen die vorig jaar niet op een school waren ingeschreven, was twaalf procent vijf of zes jaar oud. Dat komt neer op zo’n honderd kinderen. Waarschijnlijk ligt het daadwerkelijke aantal thuiszitters veel hoger, omdat veel van hen – net als Kiyan – officieel nog wel op een basisschool staan ingeschreven.
De Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO) maakt zich zorgen over die groep, en stuurde eind vorig jaar een brandbrief naar scholen en de gemeente, samen met Cliëntenbelang en Jeugdplatform Amsterdam. “Het gaat om kinderen van vier, vijf of zes jaar, die net starten of willen starten op de basisschool, en bij wie in die fase al problemen ontstaan”, zegt directeur Floor Kaspers van OCO. “We zien dan dat scholen zeggen: ‘We weten niet of we dit kunnen.’ Dan krijg je dus dat hele jonge kinderen al thuis komen te zitten.”
Ook het Samenwerkingsverband, de organisatie waarin basisscholen samenwerken om voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben passend onderwijs te regelen, zegt in een reactie zich zorgen te maken om deze groep. Directeur Joost van Caam noemt het een van de belangrijkste speerpunten: “We zoeken met alle partijen naar andere oplossingen dan de bestaande voorzieningen, omdat de keten verstopt zit.”
De belangrijkste oorzaak van jong thuiszitten is dat kinderen een andere leer- of ontwikkelroute nodig hebben wegens ontwikkelingsachterstanden, gedrag op school of de behoefte aan intensieve zorg of begeleiding. Een groot deel van de kinderen komt dan ook in aanmerking voor speciaal onderwijs, maar het maanden of zelfs langer duren voordat daar plek vrij is.
Kaspers: “En in die tussenperiode komen kinderen vaak thuis te zitten. Dat gaat dus om kinderen van wie je weet dat de ontwikkeling niet vanzelf gaat, maar die op dat moment ook niet op een plek zitten waar aan die ontwikkeling gewerkt wordt, want ze zitten thuis.” Afhankelijk van het cluster waarnaar de kinderen worden verwezen, lopen de wachttijden op van vier maanden tot meer dan een jaar.
Karaali heeft gezien wat het met zijn kind deed om steeds op een andere school te beginnen, om na korte tijd weer te horen dat het onderwijs toch niet passend is: “Als ouder zie je je kind steeds teleurgesteld thuiskomen. Hij werd een soort pingpongbal, van de ene naar de andere school.”
Er niet bij horen
Volgens de wet hebben scholen een zorgplicht. Dat betekent dat de huidige school verantwoordelijk blijft voor zowel het onderwijs van het kind als het vinden van een passende vervolgplek. Maar in de praktijk is die ondersteuning lang niet altijd op orde. Zo had Kiyan als kleuter baat bij een zorgstudent, die hem op de reguliere basisschool ondersteunde, maar dat hield op toen op de wachtlijst voor speciaal onderwijs kwam.
Karaali: “Vanaf dat moment heeft de school hem losgelaten. En in het proces daarna merkte ik dat alles altijd om financiën draait: wie moet wat betalen? En die kinderen verdwijnen als een soort dossiers op de achtergrond.”
Joost van Caam van het Samenwerkingsverband zegt zich zorgen te maken over de kinderen die door lange wachttijden tussen wal en schup vallen: “En tegelijk begrijpen we het dilemma van de school. We zijn immers betrokken geraakt vanwege een zorg over de ontwikkeling van de leerling en hebben zelfs het advies en besluit tot toelaatbaarheid voor het speciaal onderwijs afgegeven. Dan is het niet meteen hebben van een plek vaak een grote teleurstelling voor school en ouders, maar wel de huidige realiteit.”
Floor Kaspers van OCO ziet dat scholen zich niet altijd aan hun zorgplicht houden: “Een kind met een pakketje schoolspullen naar huis sturen en zeggen: ‘Dit is het’, dat is niet genoeg.” Ouders krijgen ook vaak te horen dat hun kind alleen nog op specifieke tijden op school welkom is, dus twee uur per dag of een paar keer per week.
Ouders weten op zo’n moment vaak niet waar ze moeten aankloppen voor hulp: de school, de leerplichtambtenaar, het samenwerkingsverband, het ouder- en kindteam of het samenwerkingsverband. Veel ouders die AT5 voor dit verhaal sprak kregen het gevoel dat, door deze kluwen aan betrokken organisaties, niemand overzicht had of verantwoordelijkheid nam.
Van Caam: “Ik ben mij ervan bewust dat wij de zoveelste instantie zijn die een hobbel of obstakel betekenen. Om die reden hebben we besloten dat we niet altijd betrokken hoeven te worden en dat we de professionele inschatting van anderen volgen, bijvoorbeeld wanneer het speciaal onderwijs inschat dat een leerling daar zou passen. Soms komt daar een andere conclusie uit, namelijk dat nog niet haalbaar is. Ook dan volgen we dat advies en dat wordt door ouders niet altijd geaccepteerd.”
Kaspers merkt bovendien dat scholen niet altijd zitten te wachten op kinderen die meer begeleiding nodig hebben: “Wanneer een kind niet goed is geland op een basisschool en de ouders nieuwe scholen gaan bellen, dan krijgen ze soms te horen: ‘Als je kind veel hulp nodig heeft, dan gaan we daar niet aan beginnen.’ Dat mag niet. En als kinderen al zo jong het gevoel krijgen er niet bij te mogen horen, dan dragen ze dat met zich mee.”
Oplossingen
Kinderen worden steeds vaker doorverwezen naar speciaal onderwijs of specialistische jeugdhulpvoorzieningen, terwijl die wachtlijsten groeien. In de afgelopen drie jaar is het aantal aanvragen voor kinderdagcentra (dagbehandelingen voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand, verstandelijke beperking of meervoudige beperking) zelfs verviervoudigd.
Ook Onze Amsterdamse School in de Houthavens liep hier tegenaan. Zij besloten hierop een onderwijszorggroep op te richten, waar kinderen van vier tot en met zeven jaar – binnen de muren van de school – extra ondersteuning kunnen krijgen. Bijzonder is dat de klas is gericht op kinderen met gedragsproblemen, terwijl andere onderwijszorggroepen in de stad voornamelijk op ontwikkelingsachterstanden of beperkingen focussen.
“Er is hier veel aandacht vanuit de leerkracht om het kind goed te begeleiden”, zegt intern begeleider Eva Tol. “We zien dat ze zich steeds veiliger voelen en mee kunnen draaien in de routines van de dag, terwijl dat in het begin nog heel erg aangeleerd moet worden.”
De vijfjarige Mitansh uit India zit hier sinds een paar weken in de klas en boekt snel vooruitgang. Hij kwam binnen met gedragsproblemen, waardoor zijn oude school het lastig vond om hem te begeleiden. Ook kon hij zich moeilijk staande houden in een klas met veel leerlingen. In zijn huidige klas zitten maximaal vier kinderen op twee docenten.
De gemeente Amsterdam had als doel om voor het begin van de zomer 21 onderwijszorggroepen in de stad te realiseren, maar dat aantal is blijven steken op twaalf. De gemeente laat weten dat het lastig is om personeel te vinden voor deze klassen, maar dat dit aan het einde van het jaar geregeld moet zijn.
Melding bij Veilig Thuis
Naast afwijzingen krijgen veel ouders die AT5 sprak te maken met een melding bij Veilig Thuis vanuit de school. Volgens hen gebeurt dat vaak wanneer een kind onbegrepen gedrag vertoont of er discussie is over een passende vervolgplek. Veilig Thuis richt zich op de veiligheid in de thuissituatie en kan niet helpen bij het oplossen van problemen rondom passend onderwijs.
Ali Karaali kreeg zelfs twee keer met zo’n melding te maken. De eerste volgde nadat de opvang van zijn zoon op de eerste dag een ‘niet-pluis-gevoel’ had, omdat hij weinig contact zou maken. Dat zorgde voor de verdenking van mogelijke onveiligheid in de thuissituatie. De Geschillencommissie oordeelde later dat het ging om begrijpelijk gedrag voor een jong kind en verklaarde de klachten ongegrond.
“Het zorgde voor heel veel stress”, zegt Karaali. “Zo’n melding kan in het ergste geval resulteren in uithuisplaatsing. Dat zijn geen kleine middelen.” Bovendien merkte hij dat hij sinds dat moment een bepaald ‘stempel’ kreeg: “Instanties denken snel dat het wel aan de familie zal liggen of dat wij de kinderen bewust thuis zouden houden, terwijl we niets liever willen dan dat ze weer naar school gaan.”
In 2023 schreef de toenmalige minister van Onderwijs, Robbert Dijkgraaf, in een brief aan de Kamer dat een onderwijsgeschil over passend onderwijs nooit reden mag zijn voor een school om Veilig Thuis in te schakelen. Het dreigen met dergelijke meldingen, waarover AT5 ook regelmatig hoorde van ouders, noemde hij “erg kwalijk en onwenselijk”. De melding zorgde ervoor dat Karaali zijn zorgtaken en werk niet meer kon combineren, en leidde er uiteindelijk toe dat hij stopte met zijn baan.
Piek
“Ik kom soms scholen tegen waarvan ik denk: hebben jullie echt alles gedaan om het kind te begeleiden?’, vertelt Floor Kaspers. “Ik ben ervan overtuigd dat niemand het vak in gaat om kinderen onderwijs te onthouden, maar soms zien we dat onder werkdruk te eenvoudig wordt gedacht: ‘Dit kind is nu te ingewikkeld in de klas, dus het is het makkelijkst als dit kind nu ergens anders naartoe gaat.’
“Helaas wordt vaak gekozen voor een-op-een-begeleiding”, zegt Joost van Caam. “En dat is prijzig, waardoor niet de hele week ondersteuning ingezet kan worden. Dat zien we graag anders, want deze vorm van ondersteuning is ook niet effectief voor de leerling. Het ontlast slechts de leraar.”
En of het einde al in zicht is? Kaspers vindt het een lastige vraag. “Ik wil geloven dat we nu toch wel echt op de piek zouden moeten zitten, en dat we vanaf nu een daling zouden moeten kunnen zien.”
Mitansh heet inmiddels zoveel vooruitgang geboekt dat hij binnenkort mag doorstromen naar het reguliere onderwijs. Ali zoekt nog steeds naar een passende plek voor zijn zoons.
Bidzina Ivanishvili could be the villain in a James Bond film. He lives in a futuristic steel-and-glass palace overlooking the Georgian capital, Tbilisi, complete with an aquarium where he keeps sharks as pets. His hobby is collecting gigantic trees, which he ships across the Black Sea in spectacular fashion. In the second episode of our series The New Oligarchs, we examine the case of Georgia, and the enormous influence of Bidzina Ivanishvili.
Bidzina Ivanishvili is not just a billionaire with eccentric traits. His influence over Georgian politics is hard to overstate. In his homeland, Ivanishvili is known as Georgia’s puppet master.
Ivanishvili made his fortune during the chaotic 1990s following the collapse of the Soviet Union by acquiring steel mills and banks. Today, he is Georgia’s richest man, with a fortune worth roughly a quarter of the country’s GDP. In 2012, he entered politics by founding the Georgian Dream party. He served as prime minister until 2013 under the party’s banner. Although Ivanishvili initially announced that he would leave politics afterward, he later returned as party chairman. In that role, he has continued to wield enormous influence. According to his critics, he has used that influence primarily to strengthen ties with Russia.
Georgia is a country that stands at a crossroads. Will it choose closer integration with the European Union, as a large share of the population desires? Or will it deepen its relationship with Putin’s Russia, as the country’s oligarchic elite, led by Ivanishvili, prefers?
Ivanishvili has been the driving force behind anti-LGBTQ legislation and the controversial ‘foreign agents’ law. This legislation requires organizations that receive more than 20 percent of their funding from abroad to register as organizations pursuing the interests of a foreign power. In Russia, similar legislation marked the beginning of a broad crackdown on independent media and human rights organizations. The law sparked massive protests in Tbilisi that held on for months, but was nevertheless enacted.
Will Georgia ultimately slide into oligarchic rule, or will the country, still an official candidate for EU membership, find its place in Europe?
What the Rise of Evgeny Lebedev Teaches Us About the Modern Oligarchy
If it looks like an oligarch, walks like an oligarch and quacks like an oligarch… yet Evgeny Lebedev insists: don’t call him an oligarch. The Russian-born British billionaire cuts an unusual figure among today’s ultra-wealthy. His rise teaches us a lot about the modern oligarchy, which is the subject of a new four-part series by
Introductie Ben jij een strategisch leider met sterk financieel inzicht, die commerciële kansen succesvol weet te vertalen naar duurzame opbrengsten in de culturele sector? Dan kun je als Zakelijk Directeur bij De Balie een sleutelrol spelen in een toonaangevende culturele instelling met grote maatschappelijke impact.
De Balie De Balie is een kunstinstelling die werkt vanuit de missie: ‘Vrij denken, Vrij spreken, Vrij leven’. De organisatie staat voor een open, pluriforme samenleving waarin mensen van verschillende achtergronden en met verschillende overtuigingen elkaar live ontmoeten en spreken. De Balie biedt daarvoor de ruimte en is dé ontmoetingsplek waar vrije geesten, kunstenaars, wetenschappers, journalisten en denkers hun ideeën delen met een breed en zeer divers publiek. Vanuit het centrum van Amsterdam produceert de eigen redactie van De Balie met zorg programma’s voor een zeer breed publiek. De Balie zet met deze zelfgeproduceerde programma’s onderwerpen op de kaart, en vraagt voortdurend aandacht van publiek, politiek en media voor ontwikkelingen in de samenleving. Als broedplaats stimuleert De Balie het culturele, maatschappelijke en politieke landschap in Amsterdam en Nederland.
Als ‘live magazine’ maakt De Balie binnen en buiten Amsterdam gesprekken, lezingen en happenings en programmeert De Balie films, muziek en theatervoorstellingen. De Balie kiest daarbij vaak een vorm die actuele thema’s met genres combineert. Daarnaast heeft De Balie een goedlopend café-restaurant en een dagelijkse cinema. Het café-restaurant is een ontmoetingsplek waar je van vroeg tot laat terecht kunt. Het is voor externen ook mogelijk om eigen evenementen in De Balie te organiseren.
Organisatie en Financiën De organisatie heeft de juridische vorm van een stichting met een Raad van Toezicht. De Balie genereert het grootste deel van haar inkomsten zelfstandig, onder meer via kaartverkoop, zaalverhuur, horeca, coproducties, samenwerkingen en projectbijdragen. Daarnaast ontvangt De Balie structurele subsidie van de gemeente Amsterdam en het Ministerie van OCW. Door de aard van de programmering zijn vrijwel alle voorstellingen en lezingen eenmalig en uniek. De Balie realiseert jaarlijks honderden primeurs. Omdat er nauwelijks een vast programmabudget is, wordt voor ieder programma afzonderlijk financiering verworven.
De organisatie bestaat uit circa 100 betrokken en gemotiveerde medewerkers en heeft een uitgebreid netwerk van stakeholders en partners in zowel de kunsten, als de journalistiek, het bedrijfsleven en de overheid. Het managementteam bestaat uit 5 leden en vertegenwoordigt gezamenlijk alle afdelingen binnen de organisatie.
De dagelijkse leiding berust bij een collegiaal bestuursmodel met een tweekoppige directie, ieder met een eigen portefeuille. De Algemeen & Artistiek Directeur en de Zakelijk Directeur dragen gezamenlijk de bestuurlijke eindverantwoordelijkheid voor de koers, continuïteit en verdere ontwikkeling van de organisatie. De Raad van Toezicht fungeert als werkgever en houdt toezicht op het functioneren van beide directeuren.
Vanwege een nieuwe professionele uitdaging van de huidige Zakelijk Directeur zoeken wij een opvolger die deze rol met gezag, visie en betrokkenheid kan voortzetten.
Functie Als Zakelijk Directeur ben je verantwoordelijk voor de zakelijke continuïteit, financiële gezondheid en organisatorische ontwikkeling van De Balie. Je vertaalt de artistieke ambities naar een duurzame en toekomstbestendige bedrijfsvoering en benut commerciële kansen om de eigen inkomsten verder te vergroten. Je combineert strategisch inzicht met ondernemerschap en weet processen, mensen en middelen effectief te verbinden.
Je taken en verantwoordelijkheden zijn als volgt:
Vertalen van de artistieke koers naar een haalbare zakelijke strategie, meerjarenbegroting en duurzame groei.
Leidinggeven aan de financiële afdeling, HRM en de operationeel manager, die horeca, techniek en gebouwbeheer aanstuurt.
Waarborgen van een sterke, transparante en toekomstbestendige bedrijfsvoering met grip op financiën, risicomanagement en HRM.
Eindverantwoordelijk voor de horeca-exploitatie, met oog voor groeimogelijkheden.
Sturing geven aan facilitaire diensten en gebouwbeheer, inclusief toekomstige verbouwingen.
Optimaliseren en verder professionaliseren van processen, organisatie-inrichting en de volledige financiële cyclus.
Vergroten van de eigen inkomsten door het opbouwen en versterken van samenwerkingen, stakeholderrelaties, sponsorproposities en subsidietrajecten.
Bewaken van governance, compliance en kwalitatieve informatievoorziening richting directie en Raad van Toezicht.
Functie-eisen
Academisch werk- en denkniveau.
Zakelijk onderlegd en ondernemend van instelling.
Aantoonbare ervaring als leidinggevende, met het aansturen van (culturele) professionals en van commerciële, personele en financiële processen.
Goed in het onderhouden van een zakelijk netwerk.
Ervaring met het genereren van eigen inkomsten en het werven van fondsen en sponsoren.
In staat om vernieuwend te denken en verbindingen te leggen, met name bij het ontwikkelen van commerciële initiatieven.
Ruime ervaring met het stroomlijnen van organisaties en het realiseren van efficiëntieverbeteringen.
Sterke communicatieve vaardigheden en een samenwerkingsgerichte stijl.
Strategisch inzicht, gecombineerd met besluitvaardigheid en risicobewustzijn.
Daadkrachtig, consistent en resultaatgericht, met oog voor verschillende perspectieven.
Affiniteit met en onderschrijving van de beginselen van het vrije woord.
Aanbod Je werkt op een inspirerende, dynamische en internationale plek in het hart van Amsterdam. Een omgeving waar cultuur, actualiteit en ontmoeting samenkomen. Je werkt samen met toegewijde, professionele en bevlogen collega’s. Daarnaast kun je volop genieten van het aanbod van programma’s en films. Er staat een marktconform salaris tegenover, passend bij de zwaarte van deze fulltime functie en jouw ervaring. Er is ruimte voor persoonlijke en professionele ontwikkeling, door middel van cursussen en opleidingen. Je start met een contract voor één jaar, met de intentie dit bij goed functioneren om te zetten naar een vast dienstverband.
Solliciteren De Balie wordt bij deze wervingsprocedure bijgestaan door DUX Executive Search. Voor meer informatie over de functie kun je contact opnemen met Esther Driessen via esther.driessen@dux.nl.
Solliciteren kan door een CV en beknopte motivatiebrief uiterlijk 31 mei te sturen naar info@dux.nlonder vermelding van ‘Zakelijk Directeur De Balie’. Vroeg solliciteren wordt zeer op prijs gesteld. Referentieonderzoek zal onderdeel vormen van deze sollicitatieprocedure.
De Balie streeft naar gelijke kansen voor iedereen en kijkt uit naar een kandidaat die de organisatie in alle opzichten meer divers maakt.
De Balie wordt bij deze wervingsprocedure bijgestaan door DUX Executive Search.
Voor meer informatie over de functie kun je contact opnemen met Esther Driessen via esther.driessen@dux.nl.
Solliciteren kan door een CV en beknopte motivatiebrief uiterlijk 31 mei te sturen naar info@dux.nl onder vermelding van ‘Zakelijk Directeur De Balie’. Vroeg solliciteren wordt zeer op prijs gesteld. Referentieonderzoek zal onderdeel vormen van deze sollicitatieprocedure.
Pre-order Artist Against the Kremlin Vol. 2, Protest Art Book
Following last year’s Artist Against the Kremlin Vol. 2 exhibition, you can now pre-order the protest art book bringing together works by more than 100 contemporary artists opposing war, censorship, and repression. Featuring the full exhibition collection, alongside essays and exclusive materials from the annual exhibition at De Balie. Pre order here.
Naar aanleiding van de tentoonstelling Artist Against the Kremlin Vol. 2 van afgelopen jaar kun je nu het protestkunstboek pre-orderen, met werk van meer dan 100 hedendaagse kunstenaars die zich uitspreken tegen oorlog, censuur en repressie. Het boek bevat de volledige collectie van de tentoonstelling, aangevuld met essays en exclusief materiaal van de jaarlijkse tentoonstelling in De Balie. Pre order hier.
De Balie zoekt stagiairs redactie en Live Journalism
De redactie van De Balie zoekt voor de periode van september 2026 t/m januari 2027 2 all-round stagiairs redactie en 1 stagiair voor de onderzoeksredactie van Live Journalism met verschillende politieke, maatschappelijke, creatieve en culturele achtergronden en een brede interesse in kunst, cultuur en politiek.
Tijdens je stage ondersteun je een programmamaker bij het bedenken en produceren van een programma. Je hebt contact met sprekers, denkt na over het potentiële publiek en hoe je dat publiek bereikt. Het betreft een stage voor drie dagen per week. Je bent ook gemiddeld drie avonden per maand beschikbaar om redacteuren te helpen bij live programma’s.
Wij zoeken iemand die
Een grote interesse heeft in journalistiek, media, technologie, politiek en/of filosofie.
Nieuwsgierig en doortastend is
Goed kan regelen, punctueel is en vooruit denkt
Een open en enthousiaste houding heeft
Een goede gastvrouw of -heer is
Zelfstandig kan werken
Specifiek voor Live Journalism zoeken wij iemand die
In (de buurt van) Amsterdam woont en de stad goed kent
Geïnteresseerd is in de maatschappelijke uitdagingen in en rond Amsterdam
Wij bieden
Een inspirerende stageplek voor drie dagen per week
Een stagevergoeding van 180 euro per maand
Toegang tot onze programma’s en films
Een kans je netwerk te vergroten en benutten
Mensen die stage bij ons liepen werken inmiddels bij organisaties als World Press Photo, VPRO, Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, Nieuwsuur, Movies that Matter en natuurlijk De Balie zelf.
Over De Balie
De Balie is een kunst- en cultuurcentrum op het Leidseplein in Amsterdam. In De Balie wordt kunst en cultuur samengebracht met de actualiteit, maatschappelijk debat en politiek. Er vinden dagelijks spraakmakende publieksprogramma’s, theater- en cinemavoorstellingen plaats.
Over Live Journalism
Live Journalism is de onderzoeksredactie van die balie die elk half jaar een onderbelicht onderwerp uit de stad Amsterdam onderzoekt. Ze publiceren artikelen in de krant, reportages op AT5 en organiseren bijeenkomsten waarbij burger en politiek elkaar ontmoeten. Als afsluiting maken ze een theatervoorstelling op basis van de bevindingen uit het onderzoek. Kijk voor meer informatie op onze pagina.
Je kunt tot 1 juni 2026 solliciteren. Mail een korte motivatie (max. 400 woorden) en je cv naar solliciteren@debalie.nl. Voor inhoudelijke vragen kun je mailen naar irene.vandenbosch@debalie.nl.
Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.
Solliciteer
Je kunt tot 1 juni 2026 solliciteren. Mail een korte motivatie (max. 400 woorden) en je cv naar solliciteren@debalie.nl. Voor inhoudelijke vragen kun je mailen naar irene.vandenbosch@debalie.nl.
What the Rise of Evgeny Lebedev Teaches Us About the Modern Oligarchy
The New Oligarchs – a New Four-part Series
If it looks like an oligarch, walks like an oligarch and quacks like an oligarch… yet Evgeny Lebedev insists: don’t call him an oligarch. The Russian-born British billionaire cuts an unusual figure among today’s ultra-wealthy.His rise teaches us a lot about the modern oligarchy, which is the subject of a new four-part series by De Balie.
To know who Evgeny Lebedev is, you have to know his father, Alexander Lebedev. Lebedev Sr. followed a more familiar path to oligarch status: a career in the Soviet KGB and later the FSB, followed by the accumulation of vast wealth as a banker during Russia’s turbulent 1990s. After falling out with Putin, Lebedev Sr. moved to London in 2008 – at a time when the city still welcomed wealthy Russians with open arms, earning it the nickname ‘Londongrad’. He brought his son Evgeny with him and bought him the struggling yet prestigious newspapers The Evening Standard and The Independent.
It’s unreasonable to expect individuals to spend millions of pounds on newspapers and not have access to politicians
Evgeny Lebedev
Financially these news papers contribute very little. And it must be said that editors have never complained of interference from Evgeny Lebedev. So what do the Lebedevs want with them? Journalist Paul Caruana Galizia, who has written extensively on Lebedev’s rise, argues these news papers offer Lebedev the same thing as the lavish parties he hosts for British politicians and celebrities such as Salman Rushdie, Elton John and Helen Mirren: a proximity to power. As Lebedev himself has put it: ‘It’s unreasonable to expect individuals to spend millions of pounds on newspapers and not have access to politicians.’
One frequent guest at these parties was Boris Johnson. In 2020, the former prime minister appointed his friend Lebedev to the House of Lords. The decision sparked considerable controversy, not least because Lebedev’s father is suspected of maintaining links to Russian intelligence services. Nevertheless, Johnson pressed ahead, and Evgeny Lebedev now holds the title ‘Baron Lebedev, of Hampton in the London Borough of Richmond upon Thames and of Siberia in the Russian Federation.’
The Lebedev case illustrates that oligarchy is not simply a matter of overt corruption, but is also rooted in more subtle dynamics such as access to influential networks. As Paul Caruana Galizia wrote: ‘The Lebedevs’ ascent reveals how easy it was for Britain to be bought.’
Welcome to the age of oligarchy, where money buys you influence, where the rich and powerful like to mingle and party and where self-enrichment, corruption and tax evasion are commonplace. Where democracy is threatened by the ultra-wealthy. In a new four-part series we explore the shadowy network of billionaires, politicians, celebrities, and intellectuals – we introduce you: the new oligarchs. With on May 31 the first episode with investigative journalist Paul Caruana Galizia and Pieter Omtzigt, about the Lebedevs, Orbán and Trump.
Onderzoeksjournalisten Rosalie Dielesen en Sylvia Vegter van De Balie deden onderzoek naar de digitalisering van de gemeente Amsterdam – en hoe dit ook Amsterdammers achterstelt, in plaats van vooruithelpt. Zij geven in dit opiniestuk een inkijkje in hun onderzoek.
In Nederland wonen veel mensen niet passend. Volgens de gemeente Amsterdam leven zo’n twaalfduizend gezinnen met een laag inkomen in te kleine sociale huurwoningen, terwijl veel ouderen juist te veel ruimte hebben: bijna de helft van de eenpersoonshuishoudens met meer dan honderd vierkante meter is ouder dan zestig jaar. Amsterdam laat zien hoe het sociale huurstelsel in de praktijk vastloopt. Om doorstroom binnen de sociale huur te bevorderen, heeft de gemeente verschillende regelingen bedacht. Maar wie wil verhuizen, hulp wil aanvragen of zijn rechten wil uitoefenen, stuit op een digitale hindernisbaan vol ingewikkelde portalen en formulieren. Daar gaat het structureel mis.
Het onderzoek van de onderzoeksredactie van debatcentrum De Balie, Livejournalism, begon bij een oudere vrouw in Amsterdam-West die haar hele leven op dezelfde plek woont. We liepen mee met !Woon-coach Karin Huizinga, die ouderen begeleidt die niet meer passend wonen: wie de trap niet meer op kan, of juist te veel ruimte heeft.
Wisselen tussen tablets
De vrouw vertelt over haar moeite om zelfstandig te blijven wonen, over ziekenhuisbezoeken en over het wisselen tussen een nieuwe tablet, die ze nog niet begrijpt, en een oude die traag werkt. Huizinga noteert alles zorgvuldig. Ze merkt dat veel ouderen afhaken: stapels brieven, wachtwoorden en mapjes blijven ongebruikt, en digitale portalen zoals MyQii raken snel verstrikt in foutmeldingen en ingewikkelde menu’s.
“Het gaat zelden om onwil,” zei Huizinga in november in De Balie. “Mensen haken gewoon af.” Aan de keukentafel komen steeds dezelfde vragen terug: waar vraag je stadsdeelvoorrang aan? Wat houdt een seniorenregeling in? Hoe weet je of je ergens recht op hebt? Voor veel ouderen wordt passend wonen zo een onbereikbaar labyrint.
Onrealistisch beleid
Digitale drempels, veranderende inlogmethodes en verloren accounts zorgen dat ouderen afhaken, ondanks hun woonwens. Onderzoek op verzoek van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties laat zien dat er tussen 2020 en 2023 10.000 woningen werden aangeboden via verhuisregelingen, maar slechts 750 woningen zijn op die gronden toegewezen. Een schrijnend laag aandeel dat laat zien hoe weinig mensen profiteren van vastgestelde regelingen.
Het probleem is structureel: beleid gaat uit van digitale zelfredzaamheid die voor veel ouderen niet realistisch is. Wie langer in een te grote of slecht toegankelijke woning blijft, loopt een verhoogd risico op vallen, ongelukken en gezondheidsproblemen.
Diezelfde digitale muur treft ook economisch daklozen. Wekelijks zien we bij opvangorganisatie (voor mannen) Daadkr8 in Nieuw-West hoe hard digitalisering kan uitpakken: mannen met een biculturele achtergrond, sommige met hun kinderen, zitten aan tafels met laptops, begeleid door vrijwilligers, worstelend met portalen, wachtwoorden en formulieren. Geen DigiD, geen laptop, geen stabiel e-mailadres of beperkte taalvaardigheid kan direct leiden tot afwijzing én dus tot een slaapplaats die verloren gaat.
Sheltersuit gestolen
Recent kwam die kwetsbaarheid nog scherper in beeld toen bij het mannencentrum werd ingebroken en een sheltersuit werd gestolen: een wind- en waterdichte jas met een afritsbare slaapzak, ontworpen om directe bescherming te bieden tegen de elementen. “Als ze het hadden gevraagd, had ik ze er zo een meegegeven,” vertelt Oscar, ervaringsdeskundige. Zonder de constante inzet van vrijwilligers zouden veel van deze mensen letterlijk op straat staan, zonder toegang tot opvang, zorg of ondersteuning.
Digitalisering is niet neutraal; ze creëert winnaars en verliezers. In Nederland woont ongeveer een kwart van alle huishoudens in sociale huur, in Amsterdam zelfs ruim een derde, maar toegang tot deze woningen en regelingen verloopt steeds vaker digitaal.
Basisvaardigheden zoals een laptop, een e-mailadres en digitale geletterdheid worden stilzwijgend verondersteld, terwijl de overheid sneller digitaliseert dan veel burgers kunnen bijbenen. Wie het niet redt, valt buiten de boot én vaak buiten beeld. Dat leidt tot een democratisch tekort: rechten worden afhankelijk van vaardigheden, niet van het recht zelf.
Tegen deze achtergrond presenteert wethouder Zita Pels (Volkshuisvesting, GroenLinks) in april het doorstroomoffensief ‘Passend wonen in Amsterdam’ – een ambitie om de vastgelopen woningmarkt weer in beweging te krijgen. De kern: vergroting van de doorstroom door mensen meer kans te geven een woning te vinden die bij hun situatie past, en zo woningen vrij te maken voor andere woningzoekenden.
De maatregelen omvatten onder meer het verruimen van verhuisregelingen, financiële ondersteuning bij verhuizen, en de inzet van woon‑ en verhuiscoaches om mensen te begeleiden in het vinden van een passende woning. Zo hoopt Amsterdam barrières rond digitalisering en informatie te slechten.
Behoefte aan menselijkheid
Deze aanpak komt niet uit de lucht vallen. Amsterdam experimenteert ook met proefregelingen, zoals het openstellen van kleinere woningen voor woningzoekenden zonder urgente voorrang, en wil bij verhuur meer werken met inschrijfduur in plaats van alleen voorrangsregels, omdat de wachttijd voor een sociale huurwoning in de stad gemiddeld meer dan een decennium is en gezinshuizen voor velen onbereikbaar blijven zonder beweging in de voorraad.
Toch blijft er een onmiskenbare kloof tussen beleid en praktijk. Want zolang de uitvoering van het doorstroomoffensief vooral via digitale systemen verloopt, en ondersteuning ad hoc of projectmatig wordt aangeboden, zullen kwetsbare groepen afhaken.
Hybride toegang zoals fysieke loketten, telefonische ondersteuning en begrijpelijke begeleiding is geen luxe, maar een noodzaak. De gemeente en woningcorporaties nemen mondjesmaat wooncoaches aan, maar digitale hulp moet structureel gefinancierd worden en mag niet afhangen van vrijwilligers.
Amsterdammers hebben behoefte aan menselijkheid. Zorg dat er weer aanspreekpunten komen voor bewoners in hun eigen wijk, zodat mensen op loopafstand van hun woonplaats in gesprek kunnen gaan, begeleid worden bij elk stapje in het proces, en geen digitale drempels hoeven te overwinnen om hun basisrecht – passende huisvesting – te realiseren. Zolang dat niet gebeurt, moderniseert Amsterdam wel, maar blijft ze haar meest kwetsbare bewoners vergeten.