TV NL EN

Branderige ogen en keelpijn: toch is stankoverlast nauwelijks aan te pakken

Live Journalism
NRC

Geuroverlast:  Wie vlak bij industrie of veehouderijen woont, kan te maken hebben met stank. Vaak erkent een toezichthouder die geuroverlast, maar ontbreken mogelijkheden om adequaat op te treden.

Toen Gert-Jan Bakker in 2016 naar de Circusbuurt in Amsterdam-Noord verhuisde, viel hem bij zuidwestenwind een vreemde geur in de buurt op. „Een zware chemische lucht die, als je naar buiten stapt, in je gezicht slaat.” Bakker vertrouwde het niet en ging op onderzoek uit. Al snel ontdekte hij de bron: rookpluimen van de Amsterdamse kunstmestfabriek ICL. Hij kroop achter de laptop om zijn bevindingen te delen in onlinebuurtgroepen. „Mijn berichten kregen al snel veel reacties en toen wist ik dat ik niet de enige met klachten was.”

De ervaringen van de buurtbewoners varieerden van fysiek ongemak zoals branderige ogen en lichte keelpijn tot psychische klachten zoals stress. Bewonersorganisatie Adem Vrij aan het IJ bundelde hun verhalen in een zwartboek en overhandigde het aan de betrokken wethouder, Reinier van Dantzig (D66).

Niet alleen de kunstmestfabriek in Amsterdam stinkt. In heel het land klagen omwonenden over vieze geuren in hun buurt. In Arnhem komt het door een papierfabriek, in Noord-Brabant zijn het veehouderijen. In vergunningen is soms vastgesteld hoe erg een bedrijf mag stinken, althans hoeveel ‘odour units’ per kubieke meter (de eenheid voor geur) het mag uitwasemen. Maar omdat geuroverlast zo subjectief is – veel subjectiever dan geluidsoverlast – zijn harde geurlimieten vaak ontoereikend. Een bedrijf kan zich netjes aan de regels houden en toch geuroverlast veroorzaken.

Nederland mist heldere, eenduidige regels om stankoverlast vast te stellen. Het uitgangspunt van de beperkte landelijke regels die er wel zijn, is dat er sprake moet zijn van een „acceptabel geurhinderniveau”. Wat dat precies is, bepalen lokale overheden, wat leidt tot een versnipperd beleid. Toezichthouders snakken naar een landelijk kader.

Steeds meer klachten

In Amsterdam steeg het aantal stankklachten bij toezichthouder Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied van 84 in 2018 naar 531 in 2023. Die toename komt niet doordat er meer stank is, maar is een gevolg van oprukkende woningbouw. De afgelopen jaren is er flink bijgebouwd in de buurt van het bedrijventerrein waar ICL gevestigd is, waardoor woningen dichter bij de stank kwamen te staan.

Het probleem leek opgelost toen het bedrijf aankondigde te verhuizen naar dieper in de Amsterdamse haven, ver weg van de bestaande woningbouw. Maar vorig jaar zette de kunstmestfabriek een streep door de verhuizing. Door corona en de oorlog in Oekraïne waren de kosten te veel gestegen en was de verhuizing te duur geworden, aldus ICL. „Als bewoners waren we erg opgelucht toen bleek dat de fabriek ging verhuizen”, zegt Bakker. „Maar nog groter was de teleurstelling toen het niet doorging.”

Wat omwonenden ruiken, stelt de kunstmestfabriek, zijn de zwavelverbindingen die ontstaan bij een chemische reactie van fosfaaterts en zuur. Het bedrijf is bezig met testen om de stank te verminderen. Toch zijn het niet alleen de zwavelverbindingen waar omwonenden last van hebben. De fabriek stoot te veel zoutzuur uit en de GGD vermoedt dat dit de oorzaak is van de keelpijn, branderige ogen en de prikkelhoest die buurtbewoners ervaren. De omgevingsdienst houdt de zoutzuuruitstoot van de fabriek komend halfjaar in de gaten, en bij elke overtreding krijgt het bedrijf een boete van 125.000 euro.

Een boete opleggen voor de geuroverlast is daarentegen niet mogelijk. In de huidige vergunning voor ICL, die stamt uit 2003, zijn geen regels voor geur opgenomen. De omgevingsdienst is nu bezig de vergunning zo te actualiseren dat de geuroverlast wordt aangepakt, maar dat blijkt niet zo eenvoudig. Want hoe bepaal je of een geur overlastgevend is? Eerder gebruikte Noord-Holland daarvoor een panel van leden met een ‘gemiddelde neus’. Panelleden, vaak studenten, kregen in een lab een ballon met lucht uit een specifieke wijk ‘onder de neus’ en bepaalden dan hoe aangenaam de geur was. Maar de methode leverde te uiteenlopende resultaten op en is ingetrokken.

Om dit gat op te vullen, werken ze in Noord-Holland nu tijdelijk met een vaste lijst per bedrijfsactiviteit. Die lijst is gebaseerd op de zogenaamde ‘hedonische waarde’, de mate van (on)aangenaamheid van een geur die een bedrijfsactiviteit veroorzaakt. Zo mag een bakker bijvoorbeeld meer odour uitstoten dan een rioolzuiveringsinstallatie. Maar ook deze methode is niet optimaal omdat die nog steeds vrij abstract is en dus niet uitgaat van daadwerkelijke geuroverlast. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied verwacht dat dit nieuwe beleid helpt om de stankoverlast aanzienlijk te verminderen: „Maar we zouden graag een landelijk kader zien om de geurhinder vast te stellen”, vertelt Juriaan Mellema, teammanager Toezicht & Handhaving van de omgevingsdienst.

    In Arnhem lopen ze tegen dezelfde problematiek aan. De papierfabriek Parenco levert de omgevingsdienst rond de vijfhonderd meldingen per jaar op. Frank te Pas, senior adviseur Lucht en Geur bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem, ziet ook gaten in het huidige geurbeleid. „We kijken nu niet naar hoeveel uur mensen worden blootgesteld aan de geur. Dat is natuurlijk vreemd, want de geur van een bakkerij wordt heel anders ervaren door iemand die langsfietst dan iemand die ernaast woont.”

    Nieuwe plannen

    Naast de beperkte landelijke wetgeving mist de toezichthouder in Brabant, waar vooral veehouderijen voor geuroverlast zorgen, ook duidelijkheid vanuit de lokale overheden: „Voorlopig zijn er geen omgevingsplannen opgesteld door gemeenten, waar de feitelijke geurhinder zou moeten worden gedefinieerd”, zegt Paul Hubers, senior adviseur lucht en geur van Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Op 1 januari 2024 is de nieuwe omgevingswet ingegaan en de wet vraagt gemeenten om de geurhinder te definiëren. Met andere woorden: hoe vaak mag het, hoelang, in welke mate stinken? Dat moet worden opgenomen in de nieuwe omgevingsplannen van de gemeenten, maar die laten op zich wachten. De deadline voor Amsterdam staat op 2032.

    De omgevingsdiensten werken momenteel aan een landelijke methode om geuroverlast goed te meten, die elke gemeente dan kan overnemen. Het is onzeker of landelijk beleid er uiteindelijk komt. Naar verwachting staat onder meer Femke Wiersma, de landbouwminister van BBB, niet te springen om beperkingen voor de veehouderijen.

    In Amsterdam-Noord kijken bewoners reikhalzend uit naar de nieuwe vergunning voor ICL. „We winnen advies in bij experts om ons te helpen met de herziening van de vergunning”, vertelt buurtbewoner Bakker. „Het kost veel tijd en energie, maar we moeten door. De stank gaat niet vanzelf weg.”

    Door: Sylvia Vegter

    Haven-Stad: willen we wonen in industriegebied?

    Live Journalism
    AT5

    Met 40.000 woningen en 58.000 arbeidsplaatsen moet Haven-Stad hét nieuwe woon-werkgebied rondom het Westelijk Havengebied worden. Maar de gemeente en de bedrijven in het gebied liggen al jaren met elkaar overhoop. Hoe moet Amsterdam omgaan met de groeiende vraag naar woningen aan de ene kant en de belangen van nabijgelegen industrie aan de andere kant?

    “Als die pluim precies je balkon opwaait, is dat niet te doen.” Hugo van Belois, adviseur lokale luchtkwaliteit en geurhinder, wijst naar de overkant van de Vlothaven, waar de rookwolken van kunstmestfabriek ICL Fertilizers goed zichtbaar zijn. 

    Haven-Stad is een project van de lange adem. De eerste woningen in Sloterdijk Stationskwartier zijn al opgeleverd; volgende projecten gaan tussen 2029 en 2040 van start. Dat betekent ook dat een aantal wijken al zal worden opgeleverd terwijl grote uitstoters in het Westelijk Havengebied er nog zitten. ICL, dat eerst in 2029 zou vertrekken,  blijft nu bijvoorbeeld tot 2040. 

    Jarenlange hinder

    Bewoners van de NDSM en Tuindorp-Oostzaan hebben al jaren last van de uitstoot van deze bedrijven. Eerder bleek al dat NDSM-bewoners in hun koopcontracten hierover ten onrechte niet waren geïnformeerd, terwijl de gemeente dit wel had beloofd.

    Dat de nieuwe Haven-Stadbewoners te maken zullen krijgen met stank- en geluidsoverlast, staat vast. De gemeente zegt hierover:

    “Om die reden zullen toekomstige bewoners in Haven-Stad vooraf goed worden geïnformeerd over de milieubelasting en getroffen maatregelen, zodat zij in de gelegenheid worden gesteld om bewust te kiezen voor wonen in een aantrekkelijke hoogstedelijke, maar ook milieubelaste omgeving.”

    Onverstandig, zegt Van Belois. “Ik zou de gemeente echt dringend adviseren om ernstige overlast te voorkomen, want het lijkt me onverstandig om nieuwe bewoners in net zo’n situatie te plaatsen als die op de NDSM en in Tuindorp-Oostzaan.”

    Creatief nadenken

    Stan Majoor houdt zich als planoloog op de HvA en UvA bezig met grootstedelijke vraagstukken en lokale planologie. Hij meent dat de overheid het met de huidige milieunormen ingewikkeld heeft gemaakt om op een meer creatieve manier na te denken over hoe stad en industrie beter met elkaar kunnen samengaan.

    “Lange tijd waren industrie en wonen gemengd in de stad. Pas in de twintigste eeuw kwam radicaler het idee naar voren dat die steeds zwaarder wordende industrie buiten de stad, uit het zicht van de stadsbewoners, moest worden geplaatst. Je ziet dat nu met name in het Westelijk Havengebied.”

    De randen van die industriegebieden worden door uitbreidingsdrift langzaam door de stad opgegeten. Majoor: “Wil je daar toch gaan bouwen, dan is het een verantwoordelijkheid voor de bedrijven om te verduurzamen. Anders zullen ze ruimte moeten maken, maar dat is natuurlijk een enorme impactvolle verhuizing.”

    De verantwoordelijkheid alleen bij de bedrijven leggen, daar is volgens Kees Noorman, directeur van ondernemers vereniging ORAM, geen ruimte voor: “Op het moment dat hier woningen komen terwijl de bedrijven hier nog zitten, dan krijg je direct problemen met de milieuvergunningen. Bovendien kunnen de bedrijven geen kant op: ze kunnen niet worden uitgekocht, want de gemeente wil er geen geld voor geven, en er zijn geen alternatieve locaties voor handen. Dan zeg ik: stop maar met je plannen, want dan gaat er dus niet gebeuren.”

    Tegenslag

    De ontwikkeling van Haven-Stad gaat niet zonder slag of stoot. Zo zouden er op het Cornelis Douwesterrein in Noord vanaf 2029 9600 woningen moeten komen, maar de provincie stak daar een stokje voor, omdat scheepswerf Damen dan zou moeten verhuizen, terwijl nog geen alternatieve locatie gevonden was.

    Het is niet de eerste keer dat de gemeente tegenslag ervaart bij een bouwproject. Vorig jaar blokkeerde de Raad van State nog woningbouwplannen in het toekomstige Hamerkwartier vanwege de nabijgelegen chemische fabriek Ketjen.

    Lastig te meten

    Stankoverlast objectief meten is lastig, niet alleen omdat wat als stank wordt ervaren behoorlijk verschilt per mens, maar ook omdat de huidige meetapparatuur het reukvermogen van de mens niet voldoende benadert. Bewoners van de NDSM en Tuindorp-Oostzaan maken regelmatig melding van een weëige, zoete geur, of juist een plasticwalm.

    Het meten van de emissie van de overlastgevende bedrijven is mogelijk nog lastiger. Wethouder Reinier van Dantzig (Ruimtelijke Ordening) liet afgelopen november nog weten geen nieuw luchtmeetpunt in Tuindorp-Oostzaan te willen plaatsen, omdat de belangrijkste stoffen die door ICL worden uitgestoten (zoutzuur en fluorwaterstof) niet goed te meten zouden zijn.

    Volgens Hugo van Belois kan het best in de schoorsteen van het overlastgevende bedrijf gemeten worden. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft de afgelopen tijd vier van zulke luchtmetingen gedaan bij ICL, waarna het bedrijf een dwangsom opgelegd kreeg, omdat uit de eerste meting naar voren kwam dat het bedrijf te veel zoutzuur uitstootte. De resultaten van de andere drie metingen zijn nog niet bekend. De komende tijd zal het bedrijf nog onaangekondigde metingen gaan uitvoeren.

    Woningnood

    Amsterdam gaat in 2030 richting de 1 miljoen inwoners. Niet bouwen in de meest milieubelaste gebieden van Haven-Stad is volgens de gemeente dan ook geen optie: 

    “De gemeente heeft steeds vaker te maken met botsende belangen, bijvoorbeeld het belang van woningbouw met dat van een bedrijf, en dat gaan we vaker zien. De gemeente houdt vast aan de strategie om in de bestaande stad te bouwen, dichtbij maatschappelijke voorzieningen en infrastructuur, zoals openbaar vervoer. Maar dat het een hobbelige weg is richting die woningbouw, dat is duidelijk.”

    “Uiteindelijk is de vraag: wat voor stad wil Amsterdam zijn?”, zegt Majoor. “Is dit ook een stad voor zware industrie? Ik denk dat een stad die zich maar op één aspect van de economie stort, bijvoorbeeld alleen economie of IT, uiteindelijk kwetsbaar is. Maar dat betekent tegelijkertijd dat de industrie zich moet ontwikkelen naar een stuk schoner.”

    “Dat moeten we ook”, aldus Noorman, “want de normen worden steeds strenger. Ik denk dat de bedrijven ook echt de intentie hebben en de investeringen zouden willen doen om die effecten te verminderen, maar daar moeten ze wel hulp bij krijgen. Als zulke investeringen zouden leiden tot meer woningbouw, dan zal de stad daar hopelijk aan willen bijdragen.”

    Door: Mirjam Eeken

    Gemeente informeerde bewoners NDSM niet over vervuilende industrie terwijl dit wel was afgesproken

    Live Journalism
    AT5

    De gemeente heeft sinds 2008 verzaakt om bewoners van de NDSM-werf in Noord te laten informeren over de vervuilende industrie in de naastgelegen Westpoort. Daarmee heeft ze zich niet gehouden aan afspraken die ze met vier industriële bedrijven maakte. Wethouder Reinier van Dantzig erkent dat het is misgegaan: “De nieuwe bewoners hadden geïnformeerd moeten worden en dat is niet gebeurd.”

    “Om de dag ruiken we een gekke geur, heel scherp en intens. Je keel en neus gaan jeuken. Zelfs als ik de ventilatie aanzet, ruik ik de geur nog in m’n huis.” De van oorsprong Italiaanse Giada Tamborrino woont sinds 2021 op de NDSM-werf. Direct nadat ze de woning betrok begon de stank haar op te vallen. “Je kan er niet omheen, dat is heel frustrerend.”

    Robert-Jan de Laat herkent de problemen. Hij heeft nu nog een huurhuis op de NDSM, maar wacht op de oplevering van zijn koophuis, een paar honderd meter verderop. “Toen we het huis kochten, wisten we nog niet hoe groot de overlast zou zijn en nu kunnen we niet meer onderuit.”

    Kunstmestbedrijf ICL ruikt naar verbrand rubber en de sojafabriek van Bunge naar weeïg zoethout. De bewoners kunnen de geuren van de verschillende bedrijven inmiddels moeiteloos onderscheiden. Ten minste wekelijks kunnen ze hun raam niet opendoen vanwege de stank.

    En zelfs binnen gaat het niet altijd goed, doordat de lucht de ventilatiesystemen binnenstroomt. “Ik word er ’s nachts wakker van, ik krijg rode ogen en ik voel het in mijn longen”, aldus De Laat. “Je weet gewoon niet wat je inademt.”

    Convenant

    Eind 2008 sloot de gemeente een convenant met vier bedrijven: Bunge Netherlands, HES Bulk Terminal Amsterdam, ICL en Eggerding. Daarin werd afgesproken dat de gemeente ervoor zou zorgen dat de marktpartijen de nieuwe bewoners van de NDSM-werf in hun erfpachtcontracten zou informeren over de nabijgelegen industrie. Deze zogenaamde bewustwordingsclausule moest ervoor zorgen dat huurders en kopers op de hoogte waren van de milieu-aspecten van hun toekomstige woonsituatie.

    Bewoners van de Houthavens vinden deze clausule terug in hun contract, maar de gemeente erkent nu dat dit op de NDSM-werf niet goed is gegaan. Wethouder Reinier van Dantzig laat weten hier onlangs achter te zijn gekomen en nog uit te zoeken hoe dit heeft kunnen gebeuren.

    Ontevreden bedrijven en bewoners

    De vier betrokken bedrijven trokken afgelopen week aan de bel bij de gemeente. In een gezamenlijk opgestelde brief, in handen van AT5, uiten ze hun onvrede over het handelen van de gemeente: “De bedrijven spreken in deze brief hun teleurstelling uit over het feit dat de gemeente Amsterdam de met hen in 2009 vastgelegde afspraken niet is nagekomen. Afspraken waarin bedrijven en gemeente elkaar konden vinden in het mogelijk maken van woningbouw naast industriële bedrijvigheid.” 

    Tijdens een overleg met de gemeente op 16 september jl. zijn de bedrijven er naar eigen zeggen achter gekomen dat de gemeente heeft nagelaten om projectontwikkelaars en (toekomstige) bewoners te informeren. Bewoners van de NDSM-werf hebben het convenant tussen de bedrijven en gemeente op dat moment al in handen na het indienen van een Woo-verzoek. De gemeente worstelt ermee hoe nu verder om te gaan met dit Woo-verzoek.

    Milieuzone

    De bedrijven nemen het de gemeente kwalijk dat zij in toenemende mate klachten van omwonenden krijgen. Zij menen dat dit voorkomen had kunnen worden, wanneer nieuwe bewoners van de voorwaarden op de hoogte waren geweest.

    De Laat: “Ik had wel gezien dat er bedrijven in de buurt waren, maar in principe is Amsterdam een groene stad. Eigenlijk is alles binnen de ring een milieuzone, behalve dit stukje aan de overkant van het IJ. Ik had niet verwacht dat de stank en uitstoot zo’n impact zouden hebben op mijn leven.” 

    Vorige week bracht De Laat een bezoek aan wethouder Van Dantzig. Hij overhandigde hem een zwartboek met persoonlijke ervaringen van zestig bewoners van de NDSM-werf. “Tijdens het opstellen van dat zwartboek kwamen we erachter dat wij niet de enigen waren die geen clausule in ons contract hadden staan; niemand bleek hiervan te weten.”

    Intussen denkt Giada Tamborrino na over verhuizen: “Ik kan soms niet naar buiten, je voelt je opgesloten in je eigen huis. Maar aan de andere kant wil ik dat dit probleem gewoon ophoudt in plaats van er een volgende bewoner mee op te zadelen.”

    Tamborrino is daarom een Instagrampagina begonnen om bewoners te informeren over de mogelijkheden om overlast te melden: “Elke keer dat je overlast ervaart kun je een melding maken bij de Omgevingsdienst. Dat wist ik jarenlang niet, net als dat ik langs niet wist waar de stank precies vandaan kwam. Nu ik dat wel weet, wil ik anderen daarvan op de hoogte stellen.”

    Maar boven alles hoopt ze dat de overheid ingrijpt in het toestaan van vervuilende industrie. “ICL mag nu zelfs tot 2040 blijven. Er is echt actie nodig.”

    Reactie woordvoerder Reinier van Dantzig (wethouder)

    “Om ervoor te zorgen dat er woningbouw plaats kon vinden op de NDSM-werf en Houthavens, zonder jarenlange procedures van omliggende bedrijven, heeft de gemeente in 2009 afspraken gemaakt met die bedrijven in Westpoort. Helaas is de gemeente daarna een afspraak met de bedrijven niet nagekomen, namelijk het goed laten informeren van de nieuwe bewoners van de NDSM-werf over het feit dat hun woning in de buurt staat van deze bedrijven en hun bedrijvigheid.

    Kortom, de nieuwe bewoners hadden moeten worden geïnformeerd en dat is niet gebeurd. De gemeente is daar onlangs achter gekomen en zoekt nog uit hoe dit heeft kunnen gebeuren. De bewoners van de NDSM worden hier binnenkort per brief door de gemeente over geïnformeerd.”

    Gezamenlijke reactie convenantbedrijven (Bunge Netherlands, HES Bulk Terminal Amsterdam, ICL en Eggerding)

    “Als convenantbedrijven zijn wij onlangs op de hoogte gesteld door de gemeente dat zij niet conform het convenant hebben gehandeld. We hebben de gemeente middels een brief laten weten wat we hiervan vinden en vragen hen met een oplossing te komen voor de ontstane situatie. Over deze oplossing gaan we graag met de gemeente in gesprek.”

    Door: Mirjam Eeken

    24-uurszorg voor ouderen slecht geregeld: “Belanden in het weekend op de eerste hulp”

    Live Journalism
    AT5

    Om de zorgcrisis te beteugelen zet Amsterdam vol in op langer thuis wonen voor ouderen, onder andere in speciale flats met zorg in de buurt. Tijdens kantooruren gaat dat goed, maar in de avonden, nachten en weekenden is de zorg nog slecht geregeld.

    Amsterdam vergrijst. Was in 2022 nog 19 procent van de Amsterdammers 65 jaar of ouder, in 2040 is naar verwachting een kwart van de inwoners 65-plusser. Het aantal 85-plussers verdubbelt zelfs. Dat betekent ook een grotere zorgvraag. Maar wat betekent dat voor het zorgpersoneel?

    Caspar Bomers is wijkverpleegkundige in Buitenveldert en gaat vandaag langs bij Ron. Hij krijgt drie keer per week thuiszorg, vanwege een probleem met zijn bloedvaten, waardoor er vocht ophoopt in zijn benen. Rons huis is sterk vervuild; het lukt hem niet meer om zelf op te ruimen of schoon te maken. Tussen de koffiekopjes en volle asbakken trekt Bomers zijn handschoenen aan om Rons wond te verzorgen.

    Bomers: “Wij moeten zoveel mogelijk steriel werken, maar dit is geen steriele omgeving. Dat komt de wond ook niet ten goede. Ik probeer wel zo steriel mogelijk te werken, je ziet mij heel vaak handschoentjes verwisselen en mijn handen desinfecteren, maar feit blijft dat we werken in een vuile omgeving.”

    Ron staat inmiddels een half jaar op de wachtlijst voor huishoudelijke hulp, die door de Wet maatschappelijke ondersteuning wordt vergoed. Maar de wachttijden lopen in Amsterdam op tot een jaar. Bomers: “Vaak zie je dat als de hulp komt de woning zo vervuild is dat ze er niet tegenop kunnen werken.”

    Coördinerende rol

    De wijkverpleegkundige heeft een coördinerende rol in het zorgproces bij thuiswonende ouderen. Ze werken nauw samen met andere instanties, zoals de huisarts. Bomers ziet dat de huisarts consulten met patiënten steeds vaker telefonisch of via een foto doet: “Dat komt het zorgproces niet ten goede.”

    Amsterdam zet vol in op langer thuis wonen, bijvoorbeeld via Lang Leven Thuis-flats: woonvoorzieningen waar ouderen zelfstandig maar met hulp kunnen blijven wonen. In 2030 moeten er dertig van die flats in gebruik zijn. De huisarts in de buurt is dan vaak het eerste aanspreekpunt. Dat betekent ook dat die er soms ineens een hele groep ouderen als patiënt bij krijgt.

    Jeroen Baars is huisarts in Oost en startte vanuit de Amsterdamse Huisartsenalliantie het project Beter Oud Amsterdam om de zorg voor kwetsbare ouderen te verbeteren. Een van de doelen was om in elke huisartsenpraktijk een medewerker aan te stellen die zich alleen op ouderen richt, een zogenaamde POH-Ouderen. Die medewerkers proberen proactief contact met ouderen te zoeken in plaats van te wachten tot ze zich met problemen melden.

    Huisarts als aanspreekpunt

    Inmiddels heeft zestig procent van de Amsterdamse praktijken zo’n praktijkondersteuner. “Maar nu loopt het een beetje spaak vanwege het tekort aan zorgpersoneel”, aldus Baars.

    Baars: “Kwetsbare ouderen woonden tot een tijdje gelden nog in een verpleeghuis, waar een verpleeghuisarts de zorg leverde. Die heeft veel meer expertise op het gebied van kwetsbaarheid als het bijvoorbeeld gaat om delirant gedrag, heel complexe wondzorg of mensen die tegen hun zin zorg moeten krijgen met een rechterlijke machtiging. Als huisarts zijn we niet de specialist op dat gebied.”

    De huisarts is dus het eerste aanspreekpunt voor thuiswonende ouderen. De zorg in de avonden, nachten en weekenden gebeurt via de huisartsenpost. Huisartsen komen daar in aanraking met ouderen die complexe zorg nodig hebben. Baars: “Net als dat wij als huisarts niet zijn om een blindedarmontsteking te opereren, zo zijn we er ook niet voor heel complexe ouderenzorg. Je ziet in die vierentwintiguurdiensten dat huisartsen zich soms gedwongen voelen om zaken te doen die buiten hun expertise liggen.”

    Kaarsje omgestoten

    Voor die complexe zorg is de specialist ouderengeneeskunde, met wie de huisartsen in nauw contact staan. Doordeweeks kan de specialist worden opgeroepen voor een consult, maar buiten kantooruren niet. Baars ziet daardoor vaak ouderen in het ziekenhuis belanden, terwijl hij ze eigenlijk thuis zorg wil kunnen bieden.

    “Laatst was bij een patiënt een kaarsje omgevallen. De woning was onbewoonbaar verklaard en die persoon kon eigenlijk nergens naar toe. Ik dacht dat we daar goede regelingen voor hadden en dat ze tijdelijk naar een revalidatie- of een logeeradres kon, maar dat bleek in het weekend allemaal niet mogelijk. Uiteindelijk is die persoon in het ziekenhuis opgevangen door de geriater, maar die zei: ‘Dit kan echt niet. Deze persoon is niet ziek, dus die hoort niet bij mij thuis.'”

    Wal en schip

    Voorbeelden als deze laten zien hoe het op dit moment misloopt tussen de verschillende zorgorganen. Specialist ouderengeneeskunde Olav Schuth probeert via het Netwerk Ouderengeneeskunde Amsterdam de huisartsen te ondersteunen, maar erkent dat mensen nu soms tussen wal en schip vallen.

    “Een van de redenen is dat er vaak reactief op problemen wordt gereageerd door onder andere de huisarts, maar ook door het ziekenhuis of de omgeving. Vaak komen mensen pas in beeld als er klachten zijn. Het is belangrijk dat we snel een duidelijk beeld hebben over het totaalplaatje thuis, omdat je dan meer kan anticiperen op eventuele problemen.”

    Zowel de wijkverpleging als de huisartsen zien dus een toename aan complexe zorg. Moet de specialisten ouderengeneeskunde dan niet gewoon oproepbaar zijn in het weekend en tijdens de avonduren? Het is een van de mogelijkheden die Schuth momenteel onderzoekt. “Dat zou telefonisch kunnen, maar misschien zijn er situaties waarin dat fysiek nodig zal zijn. Soms is het idee van dat je bereikbaar bent al een enorme ontlasting voor de huisarts. Ik denk dat het belangrijke is dat we daarover in gesprek blijven.”

    Steunkousen

    Wijkverpleegkundige Bomers hoopt in elk geval dat de verschillende instanties beter met elkaar gaan samenwerken om de vergrijzing hanteerbaar te houden: “Nu zie ik te vaak mensen die tussen wal en schip vallen: te goed voor het ziekenhuis, maar te slecht om alleen thuis te wonen. En dan staan wij daar elke dag in huis.” 

    Bomers besluit: “Ik weet dat de thuiszorg een stoffig imago heeft. Het is keihard werken, maar ik ben onderdeel van het leven van mijn cliënten. We delen goede en slechte momenten, het is echt veel meer dan steunkousen aantrekken.”

    Door: Mirjam Eeken

    Wachtlijsten door tekort begeleiders dementie: “Mensen kunnen soms niet zelfstandig wonen”

    Live Journalism
    AT5

    De thuiszorg voor mensen met dementie in de stad lijkt spaak te lopen. Door een chronisch tekort aan casemanagers moeten cliënten maanden wachten op zorg. Casemanagers begeleiden mensen bij wie dementie is geconstateerd, ze komen bij hen thuis voor begeleiding en steun.  

    Het is inmiddels twee jaar geleden dat Johan Flaton uit Buitenveldert te horen kreeg dat hij dementie heeft: “Dat was schokkend. Je krijgt het langzaam pas in de gaten. Ik ben een spontaan mens, dus toen ik merkte dat mijn spraak en mijn geheugen verstoord raakten, dat ik niet meer wist wat ik in het verleden had uitgevreten, dat was voor mij wel een spookbeeld.”

    Onbeperkt praten

    In Nederland hebben 300.000 mensen de diagnose dementie. Elke cliënt krijgt een casemanager toegewezen. Die casemanagers hebben een vaste groep mensen onder hun hoede, bij wie ze huisbezoeken afleggen en ze in het traject begeleiden en ondersteunen. In Amsterdam staan momenteel 163 mensen op de wachtlijst. 

    Johan stond vier maanden op de wachtlijst voordat hij zijn begeleider Frieda Kooij toegewezen kreeg. “Mensen zijn gemiddeld een jaar onderweg voordat ze überhaupt de diagnose dementie krijgen. Dit brengt onzekerheid met zich mee, niet alleen voor de persoon zelf, maar ook voor zijn omgeving. Je merkt dat mensen behoefte hebben aan handvatten en die bieden wij.”

    “Je kunt onbeperkt praten over wat je angstig maakt”, vertelt Johan. “Ik wist niet wat me overkwam of te wachten stond, of wat alzheimer voor mijn dagelijks leven betekende. Dat is waar Frieda de sleutel aan mij gaf: ze vertelde me wat er waarschijnlijk gaat gebeuren en hoe ik me daartegen kan wapenen.”

    Snel in actie

    Casemanagers bieden dus niet alleen een luisterend oor aan cliënten die zich eenzaam, gestrest, boos of onzeker voelen, ze gaan ook het gesprek aan over het vervolg van het ziektetraject. Kooij: “Daarom is het van belang dat wij zo snel mogelijk na de diagnose betrokken raken bij de cliënt, zodat wij ze kunnen informeren.”

    Kooij ziet in Amsterdam soms cliënten die zo lang op de wachtlijst staat dat ze vervolgens niet meer lang zelfstandig kunnen wonen. Volgens haar had dit in sommige gevallen voorkomen kunnen worden door sneller hulp in te schakelen: “Ik was soms liever een jaar eerder geweest, dan had ik nog zaken kunnen organiseren, maar wanneer iemand te slecht is wordt dat best ingewikkeld.”

    Tekort Zuid het grootst

    De wachttijd in Amsterdam verschilt behoorlijk per stadsdeel. Hoeven mensen in Noord slechts een maand te wachten op hulp, is dat in Zuidoost al vier maanden. Zuid spant de kroon met een wachttijd van zes tot twaalf maanden.  De casemanagers vragen de gemeente om mee te denken over oplossingen. Ze vragen onder meer om minder bureaucratie.

    Zo willen ze zelf de Wmo-indicaties (Wet maatschappelijke ondersteuning) gaan regelen. Deze wet regelt hulp voor mensen die zelfstandig thuis willen blijven wonen, bijvoorbeeld via begeleiding, dagbesteding en de ondersteuning van mantelzorgers.

    Daarnaast willen ze dat het proces voor aanvullend openbaar vervoer wordt vereenvoudigd en dat de wachtlijst voor huishoudelijke hulp wordt aangepakt. Kooij: “Momenteel is die wachtlijst zo’n anderhalf jaar. Voor dementiepatiënten die het overzicht kwijt raken is het juist van groot belang om die hulp te hebben.”

    Johan heeft vooral veel gehad aan de gesprekken over het vervolg van zijn ziekte: “Op een gegeven moment ben ik niet meer in deze wereld. Daar heb ik het dan met Frieda over. We hebben ook gepraat over een mogelijk vrijwillig levenseinde.” Maar zover is het nog niet: “Voorlopig zit ik nog met alzheimer en de kat op schoot.”

    Reactie wethouder Scholtes (Zorg):

    Ik vind het belangrijk dat mensen met dementie zo lang mogelijk het leven dat ze leiden kunnen voortzetten en dat we hen daarbij zo veel mogelijk ondersteunen. Dit doen we met activiteiten in de sociale basis, die bijvoorbeeld helpen tegen eenzaamheid, maar ook door het aanbieden van Wmo-voorzieningen als dagbesteding, Aov en Hulp bij het huishouden. 

    Helaas hebben we bij Hulp bij het huishouden te maken met schrijnend lange wachtlijsten, die vooral voortkomen uit een tekort aan huishoudelijk personeel. Met de recent gestarte campagne ‘Zorg voor Amsterdam’ zetten we daarom vol in op het werven van nieuw personeel en het waarderen en behouden van het huidige personeel. Ook bieden we een ’grote schoonmaak’: een aanbod aan alle Amsterdammers op de wachtlijst om hun huis eenmalig goed schoon te laten maken.

    We kijken uit naar de eerder door het Rijk aangekondigde herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage, want zonder deze invoering is het vrijwel onmogelijk om echt van de wachtlijsten af te komen. Als het gaat om bureaucratie loop ik binnenkort mee met een van de casemanagers en kijk ik samen met hen en onze andere zorgpartners graag hoe we deze kunnen verminderen.

    Door: Mirjam Eeken

    Ondergeschoven kindje

    Tekst
    Devi Smit
    Illustratie
    Olf de Bruin
    Hoe vindt genderongelijkheid zijn weerslag in de filosofie? In gesprek over de erfenis van Simone de Beauvoir en de oorsprong van ons begin.

    Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt het.’ In de vijfenzeventig jaar na het verschijnen van De tweede sekse is die zin uitgegroeid tot de oneliner die we onlosmakelijk met Simone de Beauvoir zijn gaan associëren. De Franse filosoof analyseerde in 1949 hoe de eerste feministische golf vrouwen weliswaar stemrecht had gebracht, maar nog verre van gelijkwaardigheid. Zo werden vrouwen nog altijd handelingsonbekwaam geacht en daarmee in een positie van financiële afhankelijkheid geduwd. In 2026 lijkt 1949 een ander tijdperk, maar net als toen is de emancipatie nog lang niet af. Op zondag 12 april onderzoekt Alicja Gescinska naar aanleiding van haar hertaling van De tweede sekse hoe we er een aantal feministische golven verder voorstaan. Is het tegenwoordig niet de man die behoefte heeft aan emancipatie?

    Ook in de filosofie zelf vindt genderongelijkheid zijn weerslag. Wie wijsbegeerte studeert, leert voornamelijk over de grote ideeën van mannen, en misschien een beetje over Hannah Arendt en Simone de Beauvoir. De filosofie kent daardoor grote blinde vlekken in fundamentele kwesties. Wat betreft zwangerschap bijvoorbeeld. De wijsbegeerte stelt de mens graag voor als een autonoom subject voor wie het leven begint ná de bevalling. In haar boek Uit het midden betoogt Marie Lucassen dat we juist in de belichaamde periode vóór onze geboorte de oorsprong van onszelf en de filosofie te vinden is, in de periode tussen er-zijn en erniet- zijn. Op woensdag 8 april onderzoeken we met verder o.a. Trudy Dehue en Lotte Houwink ten Cate de filosofische en maatschappelijke implicaties van deze blinde vlekken. En bespreken we waarom zogenaamde ‘vrouwenissues’ nog altijd een ondergeschoven kindje zijn in de filosofie.

    zo 12 apr / 15:00
    Idee & Verbeelding Emancipatie & Identiteit

    Simone de Beauvoirs ‘De tweede sekse’ herverteld

    De ontdekking van de vrouw volgens Alicja Gescinska

    Wat is de relevantie van Simone Beauvoir drie feministische golven later? De Pools-Belgische filosoof Alicja Gescinska wekt ‘De tweede sekse’ van Simone de Beauvoir opnieuw tot leven.

    Meer Info Tickets
    wo 8 apr / 20:00
    Idee & Verbeelding Emancipatie & Identiteit

    Zwangerschap is geen vrouwenzaak

    Zwangerschap is als filosofisch onderwerp zo goed als onbehandeld. In de wetenschappen blijft het mannelijk perspectief, ook op bijvoorbeeld de zwangerschap en het vrouwenlichaam, dominant. Waarom zijn zogenaamde ‘vrouwenissues’ nog altijd een ondergeschoven kindje?

    Meer Info Tickets
    ma 1 dec / 20:00
    Geopolitiek & Mensenrechten

    ASML: onderhandelings-chip in een geopolitieke thriller

    Techdenkers

    Ooit begonnen als kleine Brabantse startup, groeide ASML uit tot een van de sleutelbedrijven van de wereldeconomie. Journalisten Diederik Baazil en Cagan Koc over hoe de chipsmachinefabrikant inzet werd van een geopolitieke strijd.

    Meer Info Tickets
    ma 8 dec / 20:00
    Politiek & Democratie Klimaat & duurzaamheid

    Onder hoogspanning: verliest het klimaat momentum?

    Met o.a. Ed Nijpels, Nienke Meijer en Hans Grünfeld

    De energietransitie verliest momentum: wat is er nodig om deze daadwerkelijk te volbrengen?

    Meer Info Tickets
    do 11 dec / 19:30
    Leven & Tijdgeest

    Een extra bakje kwark: de zin en onzin van foodtrends

    Kennismakers

    Glutenvrij, proteïnerijk of in ketose. De diëten en voedingshypes vliegen je online om de oren. Wat is nou werkelijk een gezond dieet? Deze avond maken we je wegwijs in de jungle aan trends, onderzoeken en (mis)informatie.

    Meer Info Tickets

    Kevin Rooi: ‘Met deze expositie breng ik twee werelden samen’

    Vrijdenkersfestival 2025

    Tijdens het Vrijdenkersfestival exposeert visueel kunstenaar Kevin Rooi (1990) van 21 oktober tot en met 28 oktober in OSCAM met Typomento: Roots of Resistance. We spraken met Kevin over Papiamento, graffiti en geworteld-zijn.

    Typomento is een samenstelling van twee woorden. Waar verwijzen die naar?
    ‘Naar typografie en Papiamento. De expositie bestaat uit typografische kunstwerken in de Papiamentse taal. Maar voor mij vormt het woord ‘typomento’ ook een brug tussen Nederland en de Caraïben. Typografie is wat ik in Nederland geleerd heb. Op de Caribische eilanden wordt grafisch design vaak vooral als versiering gezien. Iets wat je achteraf nog even bedenkt. Op mijn 22e kwam ik vanuit Aruba naar Nederland om grafisch ontwerp en illustratie te studeren en zo over de ideeën achter ontwerp te leren. Papiamento is de taal waar ik mee ben opgegroeid op Curaçao en later Aruba; de taal van mijn thuis, mijn wortels. Met dit project breng ik twee werelden samen. ’

    Hoe ben je in typgrafie geïnteresseerd geraakt? 
    ‘Ik was al op jonge leeftijd gefascineerd door graffiti. Eerst gewoon vanwege de sierlijke letters, pas later ontdekte ik dat daar betekenis achter schuilgaat. Dat die tags verwijzen naar kunstenaars.

    Typografie is overal. Op de producten in de Albert Heijn. Op Whatsapp. Op de grote borden op Schiphol die de gates aangeven. Het is zo aanwezig in ons dagelijks leven, dat we er niet eens mee bezig zijn dat iemand dat bedacht heeft. De manier waarop we schrijven, hoe we communiceren, heeft betekenis. Dat vind ik interessant.’

    Toen ik naar Nederland kwam, belandde ik in een identiteitscrisis

    Wat heeft deze expositie voor jou met vrijheid te maken?
    ‘Toen ik naar Nederland kwam, belandde ik in een identiteitscrisis. Op de Caraïben heb je invloeden van veel culturen: Portugees, Venezolaans, Jamaicaans, Chinees. Wat je precieze afkomst is, daar is niemand mee bezig. In Nederland wilde ineens iedereen weten waar ik vandaan kwam. Dat was best confronterend, maar tegelijkertijd ging ik daardoor ook nadenken over mijn cultuur. Wat is dat eigenlijk? En welke betekenis heeft dat voor mij? Dit project is daar een uitkomst van.

    Voor mij gaat dit project over de vrijheid om je eigen stem te hebben. De vrijheid om als Carabisch kunstenaar mijn werk te tonen. Geworteld in mijn eigen erfgoed, mijn eigen taal. Om te laten zien dat de Caraïben veel meer zijn dan strand en cocktails.’

    Door
    Devi Smits
    Beeld
    Jagoda Lasota


    De Balie in je mail, werkt geestverruimend
    Expositie

    Typomento: Roots of Resistance

    Vrijdenkersfestival

    Meer Info

    Vrijdenkersfestival

    Roxane Gay, Pim Lammers, Rita Baroud, Maurits de Bruijn, De dolle mina’s en Femke Halsema

    Met Roxane Gay, Pim Lammers, Rita Baroud, Jan Hoek, Maurits de Bruijn, Tatjana Almuli, De dolle mina’s, Mieke Aerts, Marianne Braun, Femke Halsema en Kevin Rooi 21 – 28 okt bij De Balie, OSCAM, Podium Mozaïek en DAT!school mede mogelijk gemaakt door: De Amsterdamse traditie van vrijzinnigheid wordt geëerd, bevraagd én voortgezet tijdens de zesde

    Meer Info
    Artikel

    ‘Het persoonlijke is politiek tijdens het Vrijdenkersfestival’

    Van 21 tot en met 28 oktober vindt het Vrijdenkersfestival plaats, waar we de de Amsterdamse traditie van vrijzinnigheid eren, bevragen en voortzetten.

    Lees meer

    Eerherstel voor Wilhelmina Drucker

    Vrijdenkersfestival 2025

    Wilhelmina Drucker was het boegbeeld van de eerste feministische golf in Nederland. Ze stond aan de wieg van het vrouwenstemrecht in 1919 en vormde een inspiratiebron voor de naar haar vernoemde actiegroep Dolle Mina. Toch is haar naam, honderd jaar na haar sterven, in het collectief bewustzijn op de achtergrond geraakt. Tijd voor eerherstel. Op donderdag 23 oktober vindt in De Balie een avond over Wilhelmina Drucker plaats.

    Wilhelmina Drucker werd geboren in 1847, in een tijd dat vrouwen praktisch tweederangsburgers waren. Gehuwde vrouwen werden handelingsonbekwaam geacht. Zoiets basaals als bijvoorbeeld geld opnemen van de bank mocht alleen met toestemming van de man. Ook werden vrouwen van universiteiten geweerd en hadden ze geen stemrecht (dat gold alleen voor welvarende mannen).

    Drucker groeide op in armoede en ging op jonge leeftijd aan de slag als naaister. Pas halverwege haar leven zou de politiek activist in Drucker ontwaken. Haar welgestelde vader overleed in 1884, maar als buitenechtelijk kind maakte Drucker geen aanspraak op de erfenis. Het motiveerde Drucker om samen met haar zus een aanklacht te schrijven in de vorm van de schandaalroman George David. Met effect: Drucker kreeg haar erfdeel en wijdde de rest van haar leven aan politiek activisme.

    Vrijdenken betekende voor Drucker onafhankelijk denken

    Zo richtte Drucker in 1889 de Vrije Vrouwen Vereeniging op. Vanuit hier streed Drucker voor gelijke rechten in het huwelijk en openstelling van het onderwijs. Ook stond de Vrije Vrouwen Vereeniging aan de basis van het vrouwenkiesrecht dat in 1919 werd ingevoerd. De vereniging was niet gelieerd aan een politieke partij of ideologie wat uitzonderlijk was voor die tijd.

    Gedurende Druckers leven kwamen politieke partijen op en viel de Nederlandse samenleving uiteen in strak georganiseerde zuilen. Elke zuil met zijn eigen ideologie en prefab-opvattingen. Maar juist van dergelijke beknellende hokjes en geestelijke benepenheid was Drucker wars. Aanvankelijk sympathiseerde ze met de socialistische beweging, maar Drucker kreeg al snel door dat met de emancipatie van de arbeider toch vooral de emancipatie van de man werd bedoeld. Het deed Drucker inzien dat vrouwen zichzelf moesten verheffen. Vrijdenken betekende voor Drucker onafhankelijk denken, zonder je te laten leiden door zuil, godsdienst of ideologie.

    Door
    Devi Smits
    do 23 okt / 20:00
    Emancipatie & Identiteit Vrijdenkersfestival

    Van Wilhelmina Drucker tot de Dolle Mina van nu

    Met o.a. De dolle mina’s, Mieke Aerts en Marianne Braun

    Wilhelmina Drucker was het boegbeeld van de eerste feministische golf in Nederland. Ze stond aan de wieg van het vrouwenstemrecht in 1917 en vormde een inspiratiebron voor de naar haar vernoemde actiegroep Dolle Mina. Toch is haar naam, honderd jaar na haar sterven, in het collectief bewustzijn op de achtergrond geraakt. Tijd voor eerherstel. Wat heeft het gedachtegoed van ‘ijzeren Wil’ het hedendaags feminisme te vertellen?

    Meer Info Tickets

    Vrijdenkersfestival

    Roxane Gay, Pim Lammers, Rita Baroud, Maurits de Bruijn, De dolle mina’s en Femke Halsema

    Met Roxane Gay, Pim Lammers, Rita Baroud, Jan Hoek, Maurits de Bruijn, Tatjana Almuli, De dolle mina’s, Mieke Aerts, Marianne Braun, Femke Halsema en Kevin Rooi 21 – 28 okt bij De Balie, OSCAM, Podium Mozaïek en DAT!school mede mogelijk gemaakt door: De Amsterdamse traditie van vrijzinnigheid wordt geëerd, bevraagd én voortgezet tijdens de zesde

    Meer Info
    Artikel

    ‘Het persoonlijke is politiek tijdens het Vrijdenkersfestival’

    Van 21 tot en met 28 oktober vindt het Vrijdenkersfestival plaats, waar we de de Amsterdamse traditie van vrijzinnigheid eren, bevragen en voortzetten.

    Lees meer

    Annie M.G. Schmidt: leven zonder mos

    Vrijdenkersfestival 2025

    Annie M.G. Schmidt schopte tegen alles wat bekrompen en burgerlijk was. Bijna eigenhandig trok zij Nederland een nieuwe tijd in. Welke vrijheid brak Annie M.G. Schmidt met haar teksten, versjes en verhalen open? Op vrijdag 24 oktober vindt in De Balie een programma over Annie M.G. Schmidt plaats.

    ‘Ik was een boomstam met mos bedekt’, zo reflecteert Annie M.G. Schmidt (1911-1995) in een beroemd interview met Ischa Meijer op het leven dat ze leidde vóór haar schrijversdebuut op haar 35e. ‘Mos!’ Waarmee ze maar wilde zeggen: als bibliothecaresse in Vlissingen had ze tot dan toe weinig spanning gekend.

    Een staaltje zelfmythologisering waar Meijer snel doorheen prikt (want natuurlijk waren haar jonge jaren niet zó saai geweest), maar er is ontegenzeggelijk sprake van een vooroorlogse en een naoorlogse Annie M.G. Schmidt. Het kantelpunt kwam naar eigen zeggen op het moment dat Schmidt naar Amsterdam verhuisde en aan de slag ging voor Het Parool. Hier werd haar talent als schrijver ontdekt en kwam ze in contact met mensen als columnist Simon Carmiggelt en illustrator Fiep Westendorp. Plots behoorde de Zeeuwse, tot dan toe wat muizige bibliothecaresse, tot de kring van Amsterdamse literaire bohemians. De tijd werd gevuld met, in Schmidts woorden, ‘een beetje wijn drinken, een beetje uitgaan, een beetje vrijen met elkaar.’ 

    ‘Heel Nederland leek te ontwaken’

    Niet alleen Schmidt werd minder ‘mossig’, heel Nederland leek in deze tijd te ontwaken. De verzuiling, die mensen in strak afgebakende sociale groepen verdeelde, verloor langzaam haar benauwende grip. Dat wat eerder verzwegen werd, seks, werd bespreekbaar. Schmidt werd de belichaming van de veranderende tijdgeest: van de bedompte vooroorlogse jaren naar de vrijzinnige jaren zestig en zeventig. Een vrouw die openlijk sprak over haar abortusbehandeling, homoseksuele personages opvoerde in de musical Foxtrot en vrolijk aanmoedigde om toch vooral te gaan doen wat je leuk vindt: vreemdgaan bijvoorbeeld.

    ‘Doe nooit wat je moeder zegt, dan komt het allemaal terecht’, werd de vrolijk-anarchistische lijfspreuk die we met Annie M.G. Schmidt zijn gaan associëren. Tegen de tijd dat ze in 1995 overleed had ze de status van ‘reserve-konining van Nederland bereikt’ en waren hele generaties opgegroeid met haar liedjes uit Ja zuster, nee zuster, versjes als Dikkertje Dap en kinderboeken als Pluk van de Petteflet, Minoes en Abeltje. Een oeuvre waarin eigengereidheid en gemoedelijke rebellie centraal staan. Ondertussen zijn de tijden veranderd. Staat de vrijheid die Annie M.G. Schmidt openbrak nog overeind?

    Door
    Devi Smits
    vr 24 okt / 20:00
    Idee & Verbeelding Vrijdenkersfestival

    Publieke Intellectuelen: Annie M.G. Schmidt

    O.a. met Pim Lammers, Annejet van der Zijl en Wil van der Meer

    ‘Doe nooit wat je moeder zegt, dan komt het allemaal terecht.’ Annie M.G. Schmidt schopte tegen alles wat bekrompen en burgerlijk was. Bijna eigenhandig trok zij Nederland een nieuwe tijd in. Welke vrijheid brak Annie M.G. Schmidt met haar teksten, versjes en verhalen open?

    Meer Info Tickets

    Vrijdenkersfestival

    Roxane Gay, Pim Lammers, Rita Baroud, Maurits de Bruijn, De dolle mina’s en Femke Halsema

    Met Roxane Gay, Pim Lammers, Rita Baroud, Jan Hoek, Maurits de Bruijn, Tatjana Almuli, De dolle mina’s, Mieke Aerts, Marianne Braun, Femke Halsema en Kevin Rooi 21 – 28 okt bij De Balie, OSCAM, Podium Mozaïek en DAT!school mede mogelijk gemaakt door: De Amsterdamse traditie van vrijzinnigheid wordt geëerd, bevraagd én voortgezet tijdens de zesde

    Meer Info
    Artikel

    ‘Het persoonlijke is politiek tijdens het Vrijdenkersfestival’

    Van 21 tot en met 28 oktober vindt het Vrijdenkersfestival plaats, waar we de de Amsterdamse traditie van vrijzinnigheid eren, bevragen en voortzetten.

    Lees meer