TV NL EN

Zo zorgt het schrappen van de eindtoets voor meer ongelijkheid in het onderwijs

Door live journaLism-redacteur
Mandy Fit

Artikel – Nu de eindtoets in groep 8 van het basisonderwijs niet door is gegaan vanwege het coronavirus, is het voorlopig schooladvies van maart bindend. De kans is groot dat minder kinderen hierdoor een passend schooladvies krijgen, met meer kansenongelijkheid als gevolg.

Doorgroeimogelijkheden binnen scholen zouden druk van de ketel kunnen halen, maar scholen in Amsterdam bieden steeds minder kansen om later in de schoolcarrière op te klimmen naar een hoger niveau.

Dat zegt hoogleraar onderwijssociologie Herman van de Werfhorst. ‘De opmars van smalle scholen die enkel havo, vwo of hoogstens beide aanbieden brengt brede scholengemeenschappen in een lastig parket,’ verklaart hij. Brede scholengemeenschappen ontvangen te weinig aanmeldingen van havisten en vwo’ers. Die schrijven zich liever in op bekende, smalle scholen met havo of vwo. Terwijl juist op brede scholen veel leerlingen de school verlaten met een hoger diploma dan hun schooladvies.

Eindtoets zorgt vaak voor hoger schooladvies
Wat is er precies aan de hand? Vorig schooljaar werd van circa 16.000 kinderen in Nederland het schooladvies heroverwogen en omhoog bijgesteld naar aanleiding van een hogere score op de eindtoets. Uit recent onderzoek van Dienst Onderzoek Statistiek en Informatie van de Gemeente Amsterdam blijkt dat 60% van de schooladviezen afwijken van het toetsadvies. Kinderen van ouders met een praktische opleiding worden daarbij twee keer zo vaak onderschat als kinderen van theoretisch opgeleide ouders.

Nu de eindtoets vervalt, roept Minister Slob (Onderwijs) middelbare scholen op tot extra toetsing en ruimhartige toelating. Sinds juni afgelopen jaar moedigt de gemeente Amsterdam brede brugklassen aan met een Brede Brugklas Bonus à 155.000 euro per jaar. Daarvoor komen scholen in aanmerking die brugklassen bieden met vmbo, havo en vwo.

Volgens onderwijssocioloog Herman van de Werfhorst is dat vooral nu hard nodig; er zijn te weinig doorgroeimogelijkheden later in de schoolcarrière. De aanstaande brugklassers kregen geen kans om te laten zien wat ze kunnen op de eindtoets. ‘Middelbare scholen moeten zich hier bewust van zijn. Zeker scholen die een beperkt aantal niveaus aanbieden. Een beperkt aanbod bemoeilijkt het doorgroeien.’

Tekort aan havisten en vwo’ers
Het besluit om de eindtoets in het basisonderwijs dit jaar niet door te laten gaan, plaatst een vergrootglas op het Amsterdamse schoollandschap. Volgens de onderwijssocioloog is er vooral in grote steden concurrentie tussen scholen, met minder doorgroeimogelijkheden tot gevolg. Ouders plaatsen hun kinderen het liefst op een school waar ze het niveau van het schooladvies kunnen doen, plus een niveau hoger. ‘Het resultaat is schaarste aan havisten en vwo’ers op brede scholengemeenschappen. Die zijn gewild,’ zegt Van de Werfhorst.

Volgens van de Werfhorst hebben brede scholengemeenschappen het moeilijk in de concurrentiestrijd en komen er te weinig leerlingen van een hoger niveau. Amsterdamse smalle scholen, die havo, vwo of beide bieden, groeiden de afgelopen tien jaar flink. Brede scholengemeenschappen zagen geen enkele groei in het aantal havisten of vwo’ers.

Dat herkent ook Maryse Knook, directeur van Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB). Op de schoolgemeenschap kunnen leerlingen onderwijs volgen op vmbo-, havo- of vwo-niveau. Volgens de directeur is loting vaker nodig bij het plaatsen van brugklassers op het vmbo. ‘Bij havo en vwo is altijd genoeg plek. We moeten er harder aan trekken, zeker de afgelopen twee jaar. Leerlingen kiezen voor de bekendere vwo-scholen, waarbij vooral op naam van de school gekozen wordt.’

De schoolgemeenschap plaatst de niveaus door elkaar in brede, tweejarige brugklassen. Vmbo-, havo- en vwo-leerlingen zitten bij elkaar in de klas en volgen onderwijs op het niveau van het schooladvies. ‘Als we zien dat een kind meer kan, op basis van toetsresultaten en persoonlijke ontwikkeling, bieden we ook meer,’ vertelt Knook.

Zo krijgen laatbloeiers de tijd en leren leerlingen van elkaar. Met resultaat: 65% van de vwo-leerlingen op OSB had dat advies niet bij het verlaten van de basisschool. Knook: ‘Kansen bieden deden we al, ook voorgaande jaren. Dat zullen we blijven doen nu de eindtoets niet doorgaat.’

Maatschappelijke verantwoordelijkheid
Ook Martijn Meerhoff, directeur van Cartesius 2, wil laatbloeiers de ruimte geven. Cartesius 2 is een groeiende smalle school, waar leerlingen havo of vwo kunnen volgen. Sinds de oprichting in 2016 groeide de school van 89 naar 500 leerlingen. De school verhuist deze zomer naar een groter gebouw, daar zouden 800 leerlingen les kunnen krijgen.

Met 3-jarige brugklassen probeert de school leerlingen zoveel mogelijk te ‘bedienen in hun capaciteiten’. Pas in de bovenbouw selecteert de school op niveau, of het kind nu havo- of vwo-advies kreeg. ‘Door later te selecteren, groeien kinderen door en krijgen ze zoveel mogelijk kansen,’ legt Meerhoff uit. Dat die kansen er steeds minder zijn voor vmbo-leerlingen, is volgens Meerhoff een maatschappelijk probleem. ‘Cartesius 2 heeft nu nog geen oplossing voor een kind dat vmbo-advies krijgt, maar eigenlijk havo of vwo kan,’ zegt de schooldirecteur.

Zij-instroom vanaf het vmbo kwam volgens Meerhoff nog niet eerder voor op Cartesius 2. Op dit moment verkent hij de mogelijkheden daartoe met zijn team. Het is een ingewikkeld vraagstuk, zegt hij. ‘Hoe kun je zoveel mogelijk kansen bieden, en tegelijkertijd het risico op een faalervaring, waarbij een leerling het niveau nauwelijks bijbeent, zo klein mogelijk houden?’

Volgens Meerhoff ligt daar wel een maatschappelijke verantwoordelijkheid. ‘We zouden meer samen willen werken met andere scholen, met categorale vmbo’s bijvoorbeeld.’ Het blijft een lastige balans, zegt Meerhoff. ‘Wanneer is bijvoorbeeld een goede havo-leerling een vwo-leerling, en bestaat het verschil eigenlijk wel?’

Vrijheid van onderwijs? Of kansengelijkheid?
Ondanks de worstelingen en uitdagingen, hoopt OSB directeur Maryse Knook dat leerlingen van verschillende niveaus elkaar in de toekomst vaker tegen zullen komen, zeker in een stad als Amsterdam, waar zoveel verschillende culturen samen moeten leven. ‘Cognitief gezien, zal de top mogelijk beter af zijn met categorale, excellente gymnasia. Maar een samenleving is niet gebaat bij alleen cognitie, je moet elkaar begrijpen, je moet met elkaar samenleven.’

Het blijft een lastige puzzel, zegt onderwijssocioloog Van de Werfhorst. ‘Scholen en beleidsmakers moeten balanceren tussen de vrijheid van onderwijs en kansengelijkheid.’ Volgens Van de Werfhorst werken brede brugklassen alleen als dit de standaard is. ‘In dit stelsel van autonome scholen kun je daar niet teveel van verwachten. Daarom is het belangrijk dat middelbare scholen de handen ineenslaan en beter samenwerken. ‘Juist in de top.’

beeld: semtrio.com

Herman van de WerfhorstHoogleraar onderwijssociologie, Universiteit van Amsterdam
Maryse KnookBestuurder-Directeur Open Schoolgemeenschap Bijlmer
Martijn MeerhoffDirecteur Cartesius 2 (Esprit scholen)
Op de hoogte blijven van Live Journalism?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief!