Wat de twijfel is voor de wetenschap,’ schreef de Deense filosoof Søren Kierkegaard (1813-1855), ‘dat is de ironie voor het persoonlijk leven’. Volgens schrijver, dichter en classicus Ilja Leonard Pfeijffer is deze waarschuwing van Kierkegaard sindsdien alleen maar urgenter geworden.

Hij stelt dat ironie in de publieke opinie exemplarisch is voor een debatcultuur die evenveel polariseert als ridiculiseert. Terwijl wereldleiders met bommen en granaten spelen, draait de amusementsindustrie van de media op grappen en bloopers van Donald Trump en Kim Jong-Un, die met ironische emoticons en jolige gifjes worden gedeeld en geliked. Maar kunnen ironie en satire ook dienen als kritische wapens tegen de ondraaglijke lichtheid van het debat? Ilja Leonard Pfeijffer veranderde van mening over ironie tijdens het schrijven van zijn essay Ondraaglijke lichtheid voor de serie Nieuw Licht en daagt u uit hetzelfde te doen.


De Volkskrant publiceerde afgelopen weekend een voorpublicatie van Pfeiffer’s Ondraaglijke lichtheid. Hier te lezen onder de titel: De ironie is gekaapt door extreemrechts. 

 

 

Nieuw Licht

Nieuw Licht is een initiatief van filosofen Coen Simon en Frank MeesterZe leggen de scherpste hedendaagse denkers een vraag voor die in een klassiek geworden tekst al eerder aan de orde werd gesteld, maar dan door een andere denker, in een andere tijd binnen een andere politieke en maatschappelijke context. Zo vragen zij met Simone de Beauvoir en haar De tweede sekse (1949) in het achterhoofd hoe vandaag de dag ‘de vrouw wordt gemaakt’, of hoe de opvattingen over politiek en oorlog van Carl von Clausewitz passen in een tijd van vredesmissies, terreur en cyberwars. Het resultaat hiervan is een reeks essays met een zowel origineel als betrokken oordeel over de huidige tijd, die worden vergezeld met een reeks debatten.

 

 

Met:

Ilja Leonard Pfeijffer (1968) is schrijver en dichter. Hij woont en werkt in Genua. Hij heeft 40 titels op zijn naam staan en 10 prijzen, waaronder de C. Buddingh’-prijs voor zijn dichtbundel Van de vierkante man en de Libris literatuurprijs voor zijn roman La Superba (2013). Pfeijffer was tot 2004 werkzaam als classicus aan de Universiteit Leiden. Eind 2018 verscheen zijn bejubelde roman Grand Hotel Europa over liefde in tijden van massatoerisme, Europese identiteit, nostalgie en het einde van een tijdperk.

Niña Weijers (1987) debuteerde in 2014 met haar roman De consequenties, die werd bekroond met de Anton Wachterprijs, de Gouden Boekenuil Publieksprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de Opzij Literatuurprijs. De consequenties haalde bovendien de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Er verschenen vertalingen in onder andere Amerika, Frankrijk en Engeland. Ze schrijft voor de De Groene Amsterdammer en is redacteur bij De Gids. In juni 2019 verscheen haar nieuwe roman, KAMERS ANTIKAMERS.

Theordor Holman (1953) is schrijver, columnist, scenarioschrijver en (radio)presentator. Hij heeft een dagelijkse column in Het Parool. Holman schreef, onder meer, de scenario’s voor de films Interview (2003) en Medea (2004), beide verfilmd door Theo van Gogh. Hij schreef hij o.a. de romans Het blijft toch familie (2001) en De grootste truc aller tijden (2013). Daarnaast presenteerde hij o.a. de interviewprogramma’s Cafe Weltschmerz en OBA Live.

De Warme Winkel is een theatergroep die met een anti-autoritaire instelling voorstellingen maakt voor pluche en houten stoelen, vanuit elitair oogpunt anarchistisch en vice versa, vestingloos gevestigd in Amsterdam, spelend van Lissabon tot Doetinchem. De voorstellingen zijn vaak een energetische potpourri waarin gespeeld wordt met stijlen, vormen, cliché’s, iconen en verwachtingen. In maart 2020 zal hun voorstelling Een oprecht pleidooi voor ironie op de planken.