TV NL EN

Geen papieren? Dan kun je vaak fluiten naar je geld

Amsterdammers zonder geldige verblijfspapieren werken op tal van plaatsen in de stad. Ze worden vaak uitgebuit, en durven daar meestal niets van te zeggen. „Ik heb nog 4.450 euro achterstallig loon tegoed.”

door live journalism redacteur
Manon Stravens

Reportage – Nog precies 4.450 euro achterstallig loon heeft Bambang* (60) tegoed van zijn voormalige werkgever. De Indonesiër, die als schoonmaker en daarna als kok zo’n drie jaar in dienst was van een Surinaams afhaalrestaurant in Amsterdam-West, heeft de gemaakte werkuren en het niet betaalde loon in 2017/2018 minutieus bijgehouden. Het stapeltje briefjes, waar Bambang voorzichtig doorheen bladert, is zijn enige bewijs van anderhalf jaar wanbetaling. Een contract als ongedocumenteerde had hij niet en het salaris ontving hij contant.

Het is maar een van de voorbeelden van misstanden in het werk van Amsterdammers zonder geldige verblijfspapieren, zo blijkt uit onderzoek van De Balie Live Journalism en AT5 naar hun werk- en woonomstandigheden. Deze ongedocumenteerden mogen niet werken, maar Amsterdamse werkgevers, huishoudens en verhuurders maken graag gebruik van deze groep. Ze werken als huishoudelijke hulp, kapper, schoonmaker, in de bouw, horeca, massage- en nagelsalons, op markten, in de logistiek, of elders.

Niemand weet hoe groot hun aantal is. Schattingen lopen uiteen van tienduizend tot dertigduizend of meer. Ze komen hier om te werken, laten hun visum verlopen of zijn hier onder valse voorwendselen heen gehaald, dan wel gebleven als uitgeprocedeerde asielzoeker. Ze werken zwart, en blijven zoveel mogelijk onder de radar. Ze zijn goedkoop, flexibel en klagen niet snel, want de angst om opgepakt te worden is groot. Werkafspraken worden mondeling gemaakt, het loon wordt veelal contant uitbetaald. Misbruik ligt dan al snel op de loer.

„Uitbetaling onder het minimumloon aan ongedocumenteerden die werken, gebeurt op grote schaal”, zegt Anna Ensing van FairWork, dat slachtoffers van uitbuiting bijstaat, juridisch en met informatie. „Ook maken mensen lange uren, doen ze zwaar werk, of zonder beschermende middelen. Bijvoorbeeld in de bouw.”

Bang om melding te doen

In 2019 en 2020 ontving FairWork 193 vragen of klachten over misstanden op de werkvloer in Amsterdam. Daarvan waren er minstens 113 afkomstig van ongedocumenteerden, met name werkzaam in de horeca en de schoonmaak. De klachten betroffen vaak ontslag, niet betaalde salarissen of baanverlies door corona. „Dat aantal zegt weinig over de omvang van misstanden”, zegt Ensing. „Mensen zijn vaak bang om een melding te doen, omdat ze ongedocumenteerd zijn.”

„Vermoedelijk is de omvang van misstanden op de werkvloer en arbeidsuitbuiting veel groter dan de seksuele uitbuiting”, zegt ook Mill Bijnen van het Amsterdams Coordinatiepunt tegen Mensenhandel (ACM, onderdeel van HVO-Querido). „Simpelweg omdat er meer van dat soort werk is in de stad. Maar bewijs die omvang maar eens. Omdat ongedocumenteerden hier illegaal verblijven, zijn ze hun werkgever dankbaar en al blij als ze werk hebben. Het inkomen is vaak beter dan in het land van herkomst. Die gaan hun werkgever er echt niet bij lappen.”

Bambang zag aanvankelijk het probleem niet eens. Hij maakte weliswaar lange werkdagen van soms wel twaalf uur, voor minder dan het minimumloon (6,50 euro als schoonmaker en 9,50 als kok). Maar hij kon er zijn familie in Indonesië mee onderhouden. En dat was de reden dat hij in 2008 naar Nederland kwam en zijn visum liet verlopen, zo vertelt hij in de woning van een vriendin in Nieuw Sloten. Aanvankelijk ging het ook goed, hij kreeg zijn werkrooster op papier en het loon werd altijd uitbetaald.

Totdat de politie hem een keer meenam naar het bureau. Bambang: „Ze stelden me vragen wat ik daar deed, maar ik kwam met een waarschuwing vrij.” Zijn baas kreeg echter een fikse boete voor het tewerkstellen van een ongedocumenteerde. Die nam hem echter gewoon weer in dienst, op voorwaarde dat hij nu ’s nachts ging werken. „Ik denk om nog een boete te voorkomen”, zegt Bambang, die het voorstel accepteerde („geen probleem om ’s nachts te werken”). Sindsdien begon de wanbetaling. Wekelijks werden er een paar tientjes tot soms 200 euro afgeroomd. „Als ik erom vroeg, zei de baas dat er geen geld was. Maar hij ging wel op vakantie naar Suriname.”

Pas na anderhalf jaar had Bambang er genoeg van. Met hulp van de Indonesische migrantenvakbond IMWU meldde hij zich met zijn stapeltje briefjes bij FairWork. „Ongedocumenteerden mogen niet werken, maar ze hebben wel rechten”, benadrukt Anna Ensing van FairWork. „Zoals uitbetaling van het minimumloon, doorbetaling bij ziekte en veilige werkomstandigheden. Maar vaak weten ongedocumenteerden dat niet.”

„En natuurlijk”, legt ze uit, „zijn die rechten moeilijk op te eisen. Wil je een zaak maken bij de kantonrechter, dan moet je wel bewijzen hebben dat je daar hebt gewerkt.” Dat hoeft niet per se een contract te zijn, dat de meeste ongedocumenteerden niet kunnen overleggen. „Berichtjes van de werkgever dat het geld klaar ligt, werkkleding, getuigen, of specifieke kennis over de werkplek kunnen ook al bewijs zijn”, aldus Ensing. „Dan zou de rechter de werkgever kunnen opleggen het bedrag terug te betalen. Maar de rechtsgang duurt lang en succes is niet gegarandeerd.” Ensing vervolgt: „Wat we doen, is ongedocumenteerden die zich bij ons melden, vertellen wat zijn rechten zijn, zodat hij het gesprek kan aangaan met zijn werkgever. FairWork kan dat gesprek ook doen.”

Inmiddels is er contact geweest met de werkgever van Bambang, maar tot dusver zonder resultaat. „Er is twee keer een brief gestuurd, maar die werden teruggestuurd. Ook hebben we gebeld en we zijn langs geweest bij de werkgever.” Maar de zaak is nog niet afgesloten, zegt Ensing. „We beraden ons op juridische vervolgstappen.”

Overigens: niet altijd wíl de cliënt dat contact met de werkgever. „We maken het nauwelijks mee dat ongedocumenteerden, die toch vaak in de overlevingsstand staan, zo’n rechtszaak willen aangaan. Of ze zijn hun werkgever dankbaar en willen geen problemen. Dat gaat heel vaak zo.” In zeven van de 193 klachten sinds 2019 heeft FairWork – in overleg met de cliënt – de inspectie ingeschakeld. Die zaken lopen nog.

Foto: Olivier Middendorp

Voor ongedocumenteerden speelt hier nog wat anders. Want hoewel wanbetaling of structurele onderbetaling volgens ieders gezond verstand naar uitbuiting riekt, is dat juridisch gezien gewoon slecht werkgeverschap of ernstige benadeling, legt advocaat mensenhandel Annet Koopsen uit. „Arbeidsuitbuiting is wettelijk gezien mensenhandel en strafbaar. Slecht werkgeverschap is dat niet.”

Koopsen: „Je moet het als werkgever wel heel bont maken om voor arbeidsuitbuiting vervolgd te worden. Dan moet er sprake zijn van enige vorm van dwang, bijvoorbeeld misleiding, het misbruik maken van een kwetsbare situatie of (dreiging met) geweld. Dan gaat het om de uitwassen, waarbij de geestelijke en lichamelijke integriteit van de persoon zijn aangetast. Bij seksuele uitbuiting, zoals een loverboy-situatie, is dat al makkelijker aan te tonen, maar in een werksituatie is dat veel moeilijker. Niet uitbetaald worden of overwerken is nog geen uitbuiting. Er moet bijvoorbeeld ook worden gekeken naar de huisvesting. Heel veel gevallen halen de rechter dan ook niet.”

Groot risico

En daar zit voor ongedocumenteerden een groot risico. Want zijn er signalen van uitbuiting, dan heeft het slachtoffer recht op een verblijfsvergunning (de zogeheten B8-regeling). Maar als de inspectie ISZW en/of de officier van justitie besluit dat er toch sprake is van slecht werkgeverschap, dan loopt iemand alsnog het risico overgeleverd te worden aan de Vreemdelingendienst en het land te worden uitgezet.

Nog een drempel dus om niet te melden, laat staan aangifte te doen. Koopsen: „Zolang de verblijfsvergunning wordt gekoppeld aan de strafrechtelijke kwalificatie van arbeidsuitbuiting, lopen mensen niet snel naar de inspectie, en zijn ze feitelijk vogelvrij. Dat vind ik echt een probleem.”

Het gevolg is dat zo vermoedelijk een heel groot deel van de misstanden, zoals onderbetaling, overuren, ongezonde werkomstandigheden, niet alleen onbestraft blijven, maar ook onder de radar. En dat is problematisch, zegt ook Ensing. „Want een misstand kan makkelijk uitgroeien tot een uitbuitingsituatie. Vooral als iemand ook voor huisvesting en een mogelijke toekomstige verblijfsvergunning afhankelijk is van de werkgever. Dat maakt iemand extra kwetsbaar.”

Dus moet er niet alleen meer gemeld, maar ook veel actiever gespeurd worden naar misstanden op de werkvloer, vinden de betrokkenen. Een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de inspectie en de gemeente, vindt advocaat Koopsen. „De gemeente kan de inspectie, die de controles doet, wel meer voeden met informatie. Zij kent haar stad het beste, weet wat de kwetsbare bedrijfstakken zijn. De gemeente kan veel actiever signaleren en werknemers actief informeren over de rechten die zij in Nederland hebben. Ook als zij ongedocumenteerd zijn en tevreden zijn met de werkomstandigheden. Zij kan ook de inspectie de opdracht geven bepaalde bedrijven extra te controleren.”

„Uitbuiting is namelijk een ‘haal’delict, geen ‘breng’delict”, benadrukt Koopsen. „Als je gaat wachten tot mensen zich melden, gebeurt er niet zoveel. Iedere werkende heeft recht op de omstandigheden die wij met elkaar hebben afgesproken.”

Of het recht voor Bambang alsnog gaat gelden, is nog maar de vraag. Samen met de Indonesische vakbond broedt hij op andere methoden om druk te zetten. Intussen is het oog gevallen op het opname-apparaat van de verslaggever. „Zo’n ding moeten wij ook hebben om bewijzen te verzamelen. Daarmee kunnen we stiekem opnames maken.”

*Bambang is een gefingeerde naam. Naam en werkgever zijn bij de redactie bekend.

UITBUITING: AANPAK GEMEENTE AMSTERDAM
In de aanpak van alle vormen van mensenhandel, en dus ook arbeidsuitbuiting, werkt de gemeente samen met andere (overheids)partners, laat de gemeente aan NRC weten in reactie op dit artikel. Zo zit in de subdriehoek mensenhandel de politie, het OM, de gemeente en de Inspectie SZW. In de zogeheten RIEC-werkgroep mensenhandel zijn behalve genoemde partijen ook nog de Belastingdienst en de IND aangesloten. Na signalen van mensenhandel worden interventies voorbereid en uitgevoerd. Ook vindt informatie-uitwisseling plaats en verzoeken gedaan voor (intensivering van) controles.

In 2018 hebben Amsterdam en de Inspectie SZW een convenant gesloten, waarbij de Inspectie SZW de gemeente informeert over uitgedeelde boetes in de horeca, bouw en massagesalons. In de toekomst komen daar mogelijk ook schoonmaakbedrijven en nagelstudio’s bij. De gemeente kan dan vergunningen intrekken. In ruim 60 procent van de 115 vastgestelde overtredingen in 2019 en 2020 betrof het de tewerkstelling van vreemdelingen zonder werkvergunning, of kon de identiteit niet worden vastgesteld. De gemeente laat desgevraagd weten dat de eerste data pas in 2019 zijn verstrekt en kan daarom nog niet aangeven of dat al tot intrekking van vergunningen van beboete bedrijven heeft geleid. Zowel de Inspectie als de gemeente registreren niet in hoeveel gevallen ongedocumenteerden zijn aangetroffen.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 17 oktober 2020

Nederland, Amsterdam, 09-10-2020. Faisol Iskandar Subroto bij een alternatieve voedselbank aan de Nieuwe Herengracht 18 in Amsterdam. Foto: Olivier Middendorp

Als ik om mijn geld vroeg, zei de baas dat er geen geld was. Maar hij ging wel op vakantie naar Suriname

Bambang – Ongedocumenteerde uit Indonesië
Op de hoogte blijven van dit onderzoek? Schrijf je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief!